Gerechtshof Amsterdam, 01-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:277, 23-001653-23
Gerechtshof Amsterdam, 01-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:277, 23-001653-23
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 februari 2024
- Datum publicatie
- 9 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:277
- Zaaknummer
- 23-001653-23
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor beschadigen van trams met graffiti i.h.k.v. een demonstratie. Wordt met vervolging, berechting en bestraffing van verdachte een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op art. 10/11 EVRM ? Hof wijst het voorwaardelijke verzoek tot horen van Keskin-getuigen bij inhoudelijke behandeling af, omdat in de regiefase desgevraagd geen onderzoekswensen te kennen zijn gegeven. Door verdediging is onvoldoende gemotiveerd waarom de verdediging toen niet en ten tijde van de inhoudelijke behandeling wel om het verhoor van deze getuigen verzocht.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001653-23
datum uitspraak: 1 februari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 mei 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-125784-22 tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1994,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 7 mei 2022 te [plaats01] , in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een/meerdere tram(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan GVB Exploitatie B.V., in elk geval aan een ander, toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsconstructie en een andere strafoplegging komt en op in hoger beroep gevoerde bewijsverweren en een voorwaardelijk verzoek antwoordt, zodat het gedeeltelijk bevestigen van het vonnis een onoverzichtelijk samenstel van overwegingen en beslissingen zou opleveren.
Bewijsvoering en reactie op bewijsverweer
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, omdat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is die graffiti op trams heeft gespoten.
[naam01] heeft namens het GVB aangifte gedaan van vernieling van onder meer de trams met de nummers 2202 en 2020 op 7 mei 2022 tussen 14:15 en 16:00 uur, 1 door het op die trams aanbrengen van graffiti. 2 Hij heeft foto’s van de aangerichte schade aan de politie ter beschikking gesteld ten behoeve van het onderzoek. 3 Op deze foto’s zijn volgens de waarneming van het hof te zien de met roze spuitverf op ramen van GVB-tram 2202 aangebrachte graffiti/tekens (een A binnen een cirkel, al dan niet gecombineerd met pijltje naar rechts boven en een kruisje naar onder en een kruisje naar linksboven) en het met een zwarte stift op de voorzijde van GVB-tram 2020 aangebrachte gelijksoortige teken.
Ter terechtzitting in hoger beroep zijn camerabeelden bekeken van het bespuiten van tram 2202 met de hiervoor bedoelde tekens. In raadkamer zijn de eerder door de verdediging aangeleverde camerabeelden 4 bekeken van, zoals de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, haar aanhouding. Ook heeft de verdachte ter terechtzitting tatoeages op haar rechter- en linkerbovenarm getoond.
Op basis van die beide camerabeelden en de door de verdachte getoonde tatoeages heeft het hof ter terechtzitting de waarnemingen gedaan dat de persoon die de tekens op de tram spuit:
- op de rechter- en linkerbovenarm verkleuringen heeft, precies op de plekken waar de verdachte tatoeages heeft;
- een rugzak draagt die ook op details sterke gelijkenis vertoont met de rugzak die de verdachte bij haar aanhouding droeg, zoals te zien op de foto op p. 29 van het politiedossier; 5
- kleding draagt die, voor zover waarneembaar, identiek is aan de kleding die de verdachte bij haar aanhouding droeg of meevoerde 6 (waaronder: een zwart mouwloos shirt, een zwarte doek om het hoofd, een paarse doek om het gelaat, een korte zwarte broek en op dr. Martens gelijkende zwarte hoge schoenen).
Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat de verdachte degene is geweest die met een spuitbus de tekens op tram 2202 heeft aangebracht. Dat de verdachte met de zwarte stift ook tram 2020 heeft beklad, grondt het hof hierop dat het om een gelijksoortig teken gaat en dat in de bij de verdachte aangetroffen rugzak een zwarte stift is aangetroffen, zoals te zien op de foto op p. 30 van het politiedossier en waarvan de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft bevestigd dat ze die bij zich had. Daarbij speelt ook een rol dat de getuige [getuige01] heeft gezien dat degene die met een zwarte stift op de tram tekende dezelfde was die vervolgens met een spuitbus ronde symbolen spoot. 7
Op het voorgaande stuit het verweer af, met dien verstande dat het hof niet bewezen acht dat de verdachte ook de tram met nummer 2002 heeft bespoten.