Gerechtshof Amsterdam, 08-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2819, 200.323.828/01
Gerechtshof Amsterdam, 08-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2819, 200.323.828/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2024
- Datum publicatie
- 13 november 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2819
- Zaaknummer
- 200.323.828/01
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid buiten faillissement. Ernstig persoonlijk verwijt. De indirect bestuurder had onder de gegeven omstandigheden – waarin was besloten tot liquidatie van de vennootschap en ervoor werd gekozen de onderneming ‘going concern’ te houden om afwikkeling van de deelnemingen te kunnen realiseren, terwijl de normale bedrijfsvoering was gestaakt, alle schuldeisers vervolgens zijn (terug)betaald en leningen zijn kwijtgescholden door aan bestuurder gelieerde schuldeisers – ernstig rekening moeten houden met de mogelijkheid dat, ondanks de mogelijk nog te genereren opbrengsten binnen de vennootschaps-structuur, een vordering op de vennootschap zou resteren of geen verhaal mogelijk zou zijn. Vernietiging en verwijzing naar schadestaat.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.323.828/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 704091/HA ZA 21-609
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 oktober 2024
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht
BANK DEGROOF PETERCAM N.V.
statutair gevestigd en kantoorhoudende in Brussel (België),
appellante,
hierna te noemen: Bank Degroof,
advocaat: mr. F.M.A. ’t Hart te Amsterdam,
tegen
1 ENERGIEWEG 1 EN 2 HOLDING B.V.,
statutair gevestigd in Apeldoorn en kantoorhoudende in Koog aan de Zaan,
hierna te noemen: Energieweg Holding,
2. [geïntimeerde] ,
wonende in [woonplaats] (België),
hierna te noemen: [geïntimeerde] ,
geïntimeerden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. M.C. van Rijswijk te Amsterdam.
1 De zaak in het kort
Het gaat in deze procedure over de vraag of [geïntimeerde] als indirect bestuurder van Financiële Participaties Amsterdam N.V. (hierna te noemen: FPA) aansprakelijk is voor de schade die Bank Degroof heeft geleden als gevolg van het niet nakomen van (betalings)verplichtingen door FPA.
Het hof is van oordeel dat in dit geval sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid, omdat [geïntimeerde] onder de gegeven omstandigheden een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.
2 Het geding in hoger beroep
Bank Degroof is bij dagvaarding van 15 februari 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 november 2022, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Bank Degroof als eiseres en FPA, de heer [Persoon 1] (hierna te noemen: [Persoon 1] ), Energieweg Holding en [geïntimeerde] als gedaagden.
Op 3 maart 2023 heeft Bank Degroof een herstelexploot uitgebracht.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- de memorie van grieven, met producties,
- de memorie van antwoord, met producties,
- de nadere akte na memorie van antwoord van de zijde van Bank Degroof;
- de nadere akte na memorie van antwoord van de zijde van [geïntimeerden] ;
- de akte overlegging producties van de zijde van [geïntimeerden]
Op 29 mei 2024 heeft een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgehad, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is een datum voor arrest bepaald.
Bank Degroof heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog haar vorderingen toewijst, met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van de procedure in beide instanties met nakosten en rente.
[geïntimeerden] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Bank Degroof, kosten rechtens.