Gerechtshof Amsterdam, 13-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:346, 200.333.994/01, 200.334.005/01, 200.334.006/01, 200.334.008/01 en 200.334.009/01
Gerechtshof Amsterdam, 13-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:346, 200.333.994/01, 200.334.005/01, 200.334.006/01, 200.334.008/01 en 200.334.009/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 februari 2024
- Datum publicatie
- 19 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:346
- Zaaknummer
- 200.333.994/01, 200.334.005/01, 200.334.006/01, 200.334.008/01 en 200.334.009/01
Inhoudsindicatie
Openbare WHOA-procedure. Aan het vereiste dat schuldeisers beschikken over een doeltreffend rechtsmiddel tegen de beslissing tot opening van een hoofdinsolventieprocedure is voldaan met het bepaalde in artikel 371 lid 14 Fw.
Anders dan appellante heeft betoogd, vloeit uit artikel 5 IVO geen recht voort op een tweede feitelijke instantie. Appellante is gelet op art. 369 lid 10 Fw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummers : 200.333.994/01, 200.334.005/01, 200.334.006/01,
200.334.008/01 en 200.334.009/01
zaak-/rekestnummers rechtbank : C/13/740306 FT RK 23.306, C/13/739872 FT RK 23.714,
C/13/739873 FT KR 23.715, C/13/740290 FT RK 23.730 en
C/13/740307 FT RK 23.732
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 februari 2024
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht
REFINERÍA DE CARTAGENA S.A.S.,
gevestigd te Colombia,
appellante,
hierna: Reficar,
advocaat: mr. I. Spinath te Amsterdam,
tegen
MCDERMOTT INTERNATIONAL HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
hierna: MIH,
advocaat: mr. T.H.D. Struycken te Amsterdam,
en de belanghebbenden:
de vennootschappen naar buitenlands recht
gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika;
gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
hierna gezamenlijk aan te duiden als LC Groep,
advocaat: mr. F.J.M. Hengst te Amsterdam,
vestigingsplaats gekozen op het adres van haar hierna te noemen advocaat,
hierna: AHG,
advocaat: mr. V.R. Vroom te Amsterdam,
hierna: CACIB,
advocaten: mrs. P. Kuipers te Amsterdam,
in zijn hoedanigheid van herstructureringsdeskundige,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],hierna ook wel: HD,
advocaat: mr. H.P. Boekhorst te Amsterdam.
1 De zaak in het kort
Reficar is van mening dat de rechtbank haar rechtsmacht op de verkeerde grondslag heeft gebaseerd, omdat de ‘centre of main interest’ (COMI) in de zin van de Insolventieverordening (IVO) van MIH in de Verenigde Staten van Amerika is gelegen in plaats van in Nederland. Reficar betoogt dat artikel 5 van de IVO een zelfstandige hoger beroepsmogelijkheid schept, waardoor zij ondanks het in de Faillissementswet neergelegde appelverbod ontvankelijk is in hoger beroep. Dit betoog slaagt niet. Reficar is niet-ontvankelijk in hoger beroep.
2 Het geding in hoger beroep
Reficar is bij op 25 oktober 2023 ter griffie van het hof ingekomen beroepschrift in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 10 oktober 2023, uitgewerkt in de beschikking van 17 oktober 2023 (hierna: de bestreden beschikking), waarbij de rechtbank [belanghebbende 10], advocaat te [vestigingsplaats], heeft aangewezen als herstructureringsdeskundige in de openbare akkoordprocedure van MIH.
Partijen hebben - met uitzondering van de herstructureringsdeskundige - de zaak ter zitting van 23 januari 2024 doen bepleiten aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd:
- -
-
Reficar door mr. S.E. Streng, advocaat te Amsterdam, en mr. Spinath voornoemd;
- -
-
MIH door mr. Struycken voornoemd, en mr. A.V.H. Boitelle, advocaat te Amsterdam;
- -
-
CACIB door mrs. B.M.H. Fleuren en M.L.J. Noldus, advocaten te Amsterdam;
- -
-
AHG Groep door mr. A.J. Dunki Jacobs, advocaat te Amsterdam;
- -
-
LC Groep door mr. W.J.E. Nijnens, advocaat te Amsterdam.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Het hof heeft kennisgenomen van het beroepschrift met bijlage, het dossier van de rechtbank, het verweerschrift van MIH, met bijlagen, en de namens MIH op 12 januari 2024 nader overgelegde stukken. Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van de op 7 december 2023 overgelegde zienswijzen van LC Groep en de HD en de op 7 december 2023 overgelegde verweerschriften van AHG en CACIB.
Reficar heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden beschikking gedeeltelijk zal vernietigen in die zin dat ofwel MIH alsnog wordt gedwongen aanvullend bewijs te leveren van haar stelling dat de COMI in Nederland is gelegen ofwel dat het hof vaststelt dat de rechtsmacht is gegrond op artikel 369 lid 7 sub b Faillissementswet (Fw) jo. artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in plaats van op grond van artikel 369 lid 7 sub a Fw jo. artikel 3 IVO, zoals de rechtbank heeft gedaan.
MIH heeft geconcludeerd dat het hof (i) Reficar niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, althans (ii) het hoger beroep zal verwerpen, althans (iii) het hoger beroep zal afwijzen, en de bestreden beschikking zal bekrachtigen, met verwijzing van Reficar in de proceskosten in hoger beroep met nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen arrest tot aan de dag der algehele voldoening.
CACIB heeft geconcludeerd dat het hof Reficar niet-ontvankelijk zal verklaren in haar hoger beroep, dan wel het hoger beroep zal afwijzen, met veroordeling van Reficar in de proceskosten in hoger beroep.
AHG heeft geconcludeerd dat het hof Reficar niet-ontvankelijk zal verklaren in haar hoger beroep, dan wel het hoger beroep zal verwerpen, althans zal afwijzen, met veroordeling van Reficar in de proceskosten in hoger beroep.
MIH heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.
3 De feiten
MIH is een holdingmaatschappij en is onderdeel van een wereldwijd opererend aannemers- en ingenieursbureau voor de energiesector dat bekend staat onder de naam ‘McDermott’. McDermott verkeert in grote financiële moeilijkheden.
Reficar is een Colombiaanse rechtspersoon, exploiteert een raffinaderij en is een indirecte dochtervennootschap van het grootste petroleumbedrijf van Colombia (Ecopetrol S.A.), met de Republiek Colombia als grootaandeelhouder.
Reficar was een grote opdrachtgever van McDermott en heeft uit hoofde van een arbitraal vonnis van 2 juni 2023 een vordering op MIH van omstreeks USD 937,5 miljoen. Het arbitraal vonnis is onderwerp van een vernietigingsprocedure in New York City.
LC Groep bestaat uit financiers met een totale vordering van USD 200 miljoen op McDermott.
AHG bestaat uit financiers met een totale vordering van USD 1,4 miljard op McDermott.
CACIB is onder meer kredietverschaffer van McDermott.
Op 8 september 2023 is door MIH en haar dochtermaatschappij Lealand Finance Company B.V. (hierna: Lealand) een startverklaring gedeponeerd voor een openbare akkoordprocedure in de zin van artikel 369 e.v. Fw.
Op 29 september 2023 hebben MIH en Lealand een ontwerpakkoord ter consultatie aangeboden.
Op 10 oktober 2023 heeft de rechtbank bij kop-staart-beschikking - op verzoek van onder meer LC Groep - een herstructureringsdeskundige (HD) in de zin van artikel 371 Fw benoemd. Deze beschikking is uitgewerkt op 17 oktober 2023.
Op 25 oktober 2023 heeft Reficar hoger beroep ingesteld tegen de beschikking.
Op 26 oktober 2023 is Reficar op grond van artikel 371 lid 14 Fw (ook) in verzet gekomen tegen de beschikking.
Bij beschikking van 31 oktober 2023 heeft de rechtbank Reficar niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep ingesteld.