Home

Gerechtshof Amsterdam, 17-12-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3465, 200.329.762/01

Gerechtshof Amsterdam, 17-12-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3465, 200.329.762/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17 december 2024
Datum publicatie
2 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3465
Zaaknummer
200.329.762/01

Inhoudsindicatie

Procedure na verwijzing door de HR. Bestuurdersaansprakelijkheid ogv 2:248 BW. Geen grond voor matiging

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.329.762/01

Zaak-/rolnummer hof Den Haag : 253687 / HA ZA / 06.0170

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 december 2024

inzake

1 [appellant 1] ,

wonende te [plaats 1] , Monaco

appellant,

advocaat: mr. J.M.K.P. Cornegoor te Haarlem,

2 de gezamenlijke erfgenamen van [appellant 2] ,

voorheen wonende te [plaats 2] , Zwitserland,

na verwijzing niet verschenen bij advocaat,

tegen

[geïntimeerde 1] , kantoorhoudende te [plaats 3] , in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van

  1. [geïntimeerde 2] B.V.,

  2. [geïntimeerde 3] , N.V.,

  3. [geïntimeerde 4] B.V.,

  4. [geïntimeerde 5] B.V.,

  5. [geïntimeerde 6] B.V.,

  6. [geïntimeerde 7] B.V.,

  7. [geïntimeerde 8] B.V.,

  8. [geïntimeerde 9] B.V.,

  9. [geïntimeerde 10] C.V. en haar beherend vennoot

  10. [geïntimeerde 11] B.V.,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam.

Partijen worden hierna afzonderlijk [appellant 1] , de erfgenamen en de curator genoemd, [appellant 1] en [appellant 2] worden hierna gezamenlijk [appellanten] genoemd. De hiervoor onder nummers 1 tot en met 10 genoemde vennootschappen worden gezamenlijk de [appellant 1] -vennootschappen genoemd.

Tijdens de mondelinge behandeling van 17 september 2024 is gebleken dat de verschenen partijen het erover eens zijn dat de woonplaats van [appellant 2] , [plaats 2] , is gelegen in Zwitserland en niet in Italië.

1 De zaak in het kort

Deze zaak gaat na cassatie alleen nog over de vraag of de twee bestuurders van de gefailleerde [appellant 1] -vennootschappen, in een situatie waarin vast staat dat zij op de voet van artikel 2:248 BW persoonlijk aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort omdat hen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, zich kunnen beroepen op matiging in de zin van artikel 2:248 lid 4 BW.

2 Het geding in eerdere feitelijke instanties en bij de Hoge Raad

3 Het geding na verwijzing door de Hoge Raad

4 Feiten

5 Beoordeling

6 6. Beslissing