Home

Gerechtshof Amsterdam, 06-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:463, 200.316.422/01 en 200.316.536/01

Gerechtshof Amsterdam, 06-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:463, 200.316.422/01 en 200.316.536/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
6 februari 2024
Datum publicatie
2 december 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:463
Formele relaties
Zaaknummer
200.316.422/01 en 200.316.536/01

Inhoudsindicatie

Gevolgen van te vroege inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.

Uitspraak

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie -en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.316.422/01 en 200.316.536/01

zaaknummer rechtbank: C/15/322735 / FA RK 21-5784

beschikking van de meervoudige kamer van 6 februari 2024 inzake

[de vrouw] ,

wonende te [plaats A] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. O. Saraç te Rotterdam,

en

[de man] ,

wonende te [plaats B] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. E.B. Doganer te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar beschikking van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 9 februari 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

De vrouw is op 5 september 2022 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 9 februari 2022.

2.2.

De man heeft op 9 januari 2023 een verweerschrift ingediend.

2.3.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een journaalbericht van de zijde van de man met bijlagen (productie 1 t/m 27), ingekomen op 29 mei 2023;

- een journaalbericht van de zijde van de vrouw met bijlagen (bijlage 1 t/m 4), ingekomen op 1 juni 2023.

2.4.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 juli 2023. Bij deze behandeling is alleen de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde gekomen.

Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Voor de vrouw was tevens aanwezig H. Erarslan , tolk in de Turkse taal.

De advocaat van de man heeft ter zitting in hoger beroep een pleitnotitie overgelegd.

3 De feiten

3.1.

Partijen zijn [in] 2020 gehuwd te Turkije. De man heeft de Turkse en de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Turkse nationaliteit. Partijen zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [in] 2022.

3.2.

De echtscheiding is bij de (in zoverre niet) bestreden beschikking uitgesproken op 9 februari 2022.

3.3.

De man heeft de echtscheidingsbeschikking op 15 februari 2022 openlijk bekend doen maken door publicatie in de Staatscourant.

3.4.

De man heeft de echtscheidingsbeschikking op 17 februari 2022 op de voet van artikel 57 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) doen betekenen op het adres van de voormalig echtelijke woning aan de [A-straat] [1] , [postcode] te [plaats B] (een zogenoemde woningdelerbetekening).

Blijkens het overgelegde betekeningsexploot, gedateerd 17 februari 2022, heeft de deurwaarder niet aan de vrouw in persoon betekend, maar een afschrift van het exploot gelaten aan voornoemd adres in een gesloten envelop. Het exploot bevat een mededeling dat de deurwaarder tevens een afschrift zal doen toekomen aan het parket van de ambtenaar bij het openbaar ministerie van de rechtbank Noord-Holland.

3.5.

De echtscheidingsbeschikking is op 14 juni 2022 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4 De omvang van het geschil

5 De ontvankelijkheid van het hoger beroep

6 De beslissing