Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:578, 200.316.597/01
Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:578, 200.316.597/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 maart 2024
- Datum publicatie
- 3 oktober 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:578
- Zaaknummer
- 200.316.597/01
Inhoudsindicatie
Geschil tussen een schuldeiser van de gefailleerde en de curator. Vraag is wie aanspraak heeft op de betaling van uitstaande facturen van de failliet aan klanten.
Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over o.a. de betekenis van artikel 7:420 BW voor deze zaak.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.316.597/01
zaaknummer rechtbank : C/13/679182 / HA ZA 20-164
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 12 maart 2024
inzake
Euro Site Services Limited,
gevestigd te Birmingham, Verenigd Koninkrijk,
appellante,
incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. D.F. Spoormans te Den Haag,
tegen
[appellant] ,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van TCP Payroll and Consulting B.V.,
kantoorhoudend te Amsterdam,
geïntimeerde,
incidenteel appellant,
advocaat: mr. M.A.M.J. Stücken te Amsterdam.
Partijen worden hierna genoemd: ESS en de curator, en TCP Payroll and Consulting B.V.: TCP.
1 De zaak in het kort
TCP heeft in opdracht van ESS payrolldiensten verleend en daartoe rechtstreeks gecontracteerd met klanten van ESS. Na het faillissement van TCP is er een geschil ontstaan tussen ESS en de curator over de vraag wie aanspraak heeft op de betaling van uitstaande facturen van TCP aan klanten. Op gezamenlijk verzoek van ESS en de curator hebben de klanten de gefactureerde bedragen overgemaakt naar een escrow-rekening. Het saldo daarvan bedraagt ruim € 2,5 miljoen. Zowel ESS als de curator maken in deze procedure aanspraak op dat bedrag. De rechtbank heeft de curator in het gelijk gesteld.
Het hof constateert dat partijen zich nog niet (voldoende) hebben uitgelaten over de wettelijke bepalingen over lastgeving, die voor deze zaak van belang kunnen zijn. Ook heeft het hof nog vragen over de hoogte van de vergoeding die mogelijk toekomt aan ESS. Daarom wijst het hof een tussenuitspraak waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
2 Het geding in hoger beroep
ESS is bij dagvaarding van 9 september 2022 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van 30 juni 2021 en 22 juni 2022 van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen ESS als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie, en de curator als gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, tevens houdende een voorwaardelijke incidentele vordering strekkende tot afgifte van stukken, met producties, van ESS;
- memorie van antwoord in het principaal appel, tevens memorie van grieven in het incidenteel appel, van de curator;
- memorie van antwoord in het incidenteel appel, van ESS;
- akte in incidenteel appel, met producties, van de curator;
- antwoordakte in incidenteel appel van ESS.
Ten slotte is arrest gevraagd.
3 Feiten
De rechtbank heeft in het vonnis van 30 juni 2021 (hierna ook: het tussenvonnis) de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven, zodat ook het hof van deze feiten uitgaat. Samengevat en waar nodig aangevuld, komen de feiten neer op het volgende.
ESS drijft een internationale onderneming die technische arbeidskrachten inzet bij technische bedrijven.
TCP dreef een payroll onderneming.
Partijen hebben vanaf 2017 gesproken over een samenwerking waarbij bedrijven uit het relatiebestand van ESS, arbeidskrachten uit het relatiebestand van ESS zouden inlenen, maar alle formele relaties via TCP zouden lopen. De bedrijven c.q. inleners (hierna: de klanten) zouden de vergoeding voor de inzet van de arbeidskrachten voldoen aan TCP. TCP zou daarvan de bij de klanten ingezette arbeidskrachten en de daarmee samenhangende kosten betalen. Het daarna resterende bedrag zou na aftrek van een bedrag van € 1,- per verwerkt uur (zijnde de vergoeding voor TCP voor de door haar verleende diensten), aan ESS worden afgedragen. Dit bedrag, na aftrek van deze € 1,- per verwerkt uur, wordt hierna, in navolging van partijen, de ‘margin’ genoemd. Partijen hebben enige tijd onderhandeld over een overeenkomst.
Op 14 augustus hebben ESS en TCP een overeenkomst getekend met de titel ‘Supplier Partnership Agreement’ (hierna ook: de SPA). Daarin is een rechtskeuze uitgebracht voor Nederlands recht. In de SPA is onder meer het volgende bepaald:
“(...)
WHEREAS
(A) AGENCY [hof: bedoeld is ESS] are in the business of locating, re-sourcing and supplying skilled technical contractors (hereinafter referred as “Contractor”) to their clients from time to time.
(B) [ESS] wish their Contractors, whom they have located for assignment with their clients businesses wishing to obtain the services of Contractors (hereinafter referred to as “Client”), to be employed by or contracted with TCP whilst on assignment.
IT IS HEREBY AGREED AS FOLLOWS
1. Contract Relationships
(...)
[ESS] shall inform the Contractor that TCP is [ESS]’s supply partner company and refer the Contractor to TCP. The Contractor shall become either an employee of TCP if acting in their personal capacity or contracted to TCP if acting through a corporate entity whilst on assignment.
TCP shall enter into a contract with the Client for the supply of the Contractor’s services. [ESS] shall not enter into a contractual relationship with the Client. TCP shall use reasonable endeavours to agree terms with the Client, but shall have no liability for matters that cannot be concluded.
[ESS]’s remuneration of margin whilst the Contractor is on
assignment shall be governed by this Agreement and payable by TCP under the terms hereunder. Under no circumstances, other than in case of insolvency of TCP, shall [ESS] have the right to recover margin payments directly from the Client.
(...)
2. TCP’s Undertakings
TCP hereby undertakes as follows:
(...)
To use reasonable endeavours ensure that Contractors supplied to the Client are paid on a timely basis.
TCP shall carry out credit control by requesting payment from the Client within agreed payment terms advised by [ESS]. If the Client fails to make payment within the agreed payment term, TCP shall notify [ESS] and [ESS] shall coordinate efforts with TCP to assist in the recovery of the outstanding amounts.
TCP agree to pay [ESS] margin no later than 7 days after receipt of payment from the Client.
TCP shall pay the Contractor the correct pay on a timely basis and
shall fully comply with Dutch law, including all mandatory payments of tax, social security, holiday pay and pension.
TCP shall be responsible for deducting and paying the correct tax, social security, holiday pay and pension and any other taxes and deductions payable in respect of the Contractor’s remuneration in accordance with the relevant applicable laws of the Netherlands.
(...)
3. [ESS]’s Undertakings
(...)
[ESS] shall indemnify TCP in relation to non-payment of TCP invoices by those Clients introduced by [ESS]. (...)
4. Fees and Invoicing
TCP shall provide [ESS] with monthly information to enable [ESS] to invoice TCP for their net Margin. TCP will pay the net margin invoice to [ESS] within 7 days of receipt of cleared funds from the Client. (...)”
Op 5 september 2019 heeft de financial controller van TCP, de heer [naam] (hierna: [naam] ), per e-mail een overzicht aan ESS gestuurd van de op dat moment aan ESS verschuldigde margins. Volgens dat overzicht was TCP toen in totaal € 1.722.937,- aan margins verschuldigd.
Op 17 september 2019 is TCP op eigen aangifte failliet verklaard, en is de curator benoemd.
Bij brief van 24 september 2019 heeft ESS de curator geschreven:
“(...) ESS herewith sets off all amounts that ESS owes to TCP under article 3.4 of the Supplier Partnership Agreement with its claim of EUR 1,807,399.57 + interest and costs on TCP (...).
ESS is willing to request the clients directly for payment of the amounts that have been included in the set off outlined above, given ESS’ recourse actions (...).
Naturally, ESS explicitly reserves all on its rights and defences, including all rights it may have to invoke and/or to dispute article 3.4 of the Supplier Partnership Agreement. (...)”
ESS heeft op 24, 26 en 27 september 2019 aan klanten per brief het volgende meegedeeld:
“(...) As you know, ESS acted as an agent with the conclusion of contracts between [hof: naam klant] on the one side and the pay roll company [hof: TCP] on the other side. As you may know, TCP was declared insolvent (...).
ESS paid TCP for what your company was owing TCP
The intermediary services of ESS have been provided towards TCP on the basis of a “Supplier Partnership Agreement” ( attachment 2 ). This agreement contains inter alia the following provisions (...)”
In de brief is vervolgens zowel artikel 1.8 als artikel 3.4 SPA geciteerd. ESS heeft verder meegedeeld dat zij haar vordering op TCP heeft verrekend met haar schuld aan TCP ingevolge artikel 3.4 SPA, dat zij daarmee de schuld van de betreffende klant aan TCP heeft voldaan en een recourse claim op de klant heeft. ESS heeft de klanten verzocht niets meer aan TCP of de curator te betalen, door te geven wat de klant nog verschuldigd was aan TCP en dat bedrag aan ESS te betalen.
De curator heeft het beroep op verrekening verworpen. Om te voorkomen dat de klanten – die zowel door de curator als door ESS tot betaling van uitstaande facturen werden aangesproken – niet zouden betalen, hebben partijen de klanten verzocht te betalen op een door de curator beheerde escrow-rekening. Partijen hebben afgesproken dat de ontvangen gelden op die rekening blijven staan totdat onherroepelijk is beslist of deze aan de boedel dan wel aan ESS toekomen en dit vastgelegd in een escrow agreement. In de escrow agreement staat onder meer:
“Article 5 Legal proceedings
1. ESS and the Liquidator establish that the current agreement only provides an interim solution and does not prejudice the underlying positions of ESS or the Liquidator, including their positions on the interpretation of article 3.4 of the SPA and/or the enforceability thereof.”
Op 17 augustus 2022 bedroeg het saldo op de escrow-rekening € 2.619.211,18.