Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:581, 200.307.829/01
Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:581, 200.307.829/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 maart 2024
- Datum publicatie
- 5 juni 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:581
- Zaaknummer
- 200.307.829/01
Inhoudsindicatie
Verbintenissenrecht; eigenaar landgoed vordert schadevergoeding van gemeente wegens vermeend nalatig onderhoud van sloten die grenzen aan perceel van landgoedeigenaar. Rust er een contractuele en/of wettelijke onderhoudsplicht op de gemeente? Is sprake van een tekortkoming c.q. nalatigheid?
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaak-/rolnummer : 200.307.829/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/697439/ HA ZA 21-166
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 12 maart 2024
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. L. Hennink te Rotterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE [plaats] ,
zetelend te [plaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en de Gemeente genoemd.
1 De zaak in het kort
Deze zaak gaat onder meer over de vraag of de Gemeente gehouden is om aan de eigenaar van een [plaats] landgoed een schadevergoeding te betalen voor kosten die de eigenaar stelt te hebben gemaakt voor het onderhoud van sloten rondom zijn landgoed die deels in eigendom zijn van de Gemeente.
2 Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 14 december 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 1 december 2021, onder bovenvermeld zaak- /rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiser en de Gemeente als gedaagde.
Bij arrest van 29 maart 2022 heeft het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast, die heeft plaatsgevonden op 17 mei 2022. Partijen hebben bij die gelegenheid geen overeenstemming bereikt over een minnelijke regeling.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, tevens inhoudende wijziging van eis, met producties;
- memorie van antwoord.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft, met wijziging van zijn eis, geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad – zijn in het petitum onder a tot en met e genoemde vorderingen zal toewijzen, met veroordeling van de Gemeente in de kosten van het geding in beide instanties.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellant] in, naar het hof begrijpt, de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
3 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.7 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover deze feiten in hoger beroep niet in geschil zijn, dienen zij ook het hof als uitgangspunt. Tegen rov. 2.7 is een grief gericht (grief I) en daarmee zal het hof hierna rekening houden. Waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
[appellant] is vanaf 10 december 1999 eigenaar en beheerder van landgoed [X] (hierna: het landgoed), bestaande uit een perceel grond met daarop een landhuis, een koetshuis en de tuin, aan de [straatnaam] 319-320 te [plaats] . Het Landgoed is 2 hectare, 21 are en 80 centiare groot. Het Landgoed heeft een historische tuin- en parkaanleg langs de rivier de [naam rivier] . De bodem bestaat uit klei op veengrond. Het perceel wordt omringd door sloten, die het perceel afgrenzen van gronden van de Gemeente.
Op 8 mei 1981 is er een akte van ruiling gepasseerd tussen de vorige eigenaar van het landgoed, de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ), en de Gemeente, waarbij stroken grond en stroken water tussen deze twee partijen in eigendom zijn geruild (hierna: akte van ruiling). In de akte van ruiling, waarin wordt verwezen naar een aan de akte gehechte kaart waarin een en ander is gearceerd, is onder meer het volgende opgenomen:
(...) Met betrekking tot deze overeenkomst van ruil is tussen partijen het volgende overeengekomen:
(...)
4. de Gemeente verplicht zich de met streeparcering aangeduide slootgedeelten vanaf heden te onderhouden en op diepte te houden, zulks door en voor haar rekening;
5. [naam 1] verplicht zich voor eigen rekening de oevers aan de zijde van het aan hem verblijvende gedeelte van het kadastrale perceel nummer 634, waarop gebouwd het buiten “ [X] ” te blijven onderhouden; (...)
Op de aan de akte gehechte kaart zijn delen van het perceel, te weten stroken water en grond, met diagonale lijnen gearceerd, waarover de legenda vermeldt: ‘Van [naam 1] naar gem [plaats] ’.
Daarnaast zijn er op de kaart delen van het perceel, te weten stroken grond, met geruite lijnen (kruisjes) bestreken, waarover de legenda vermeldt: ‘Van gem [plaats] naar [naam 1] ’.
Op 10 december 1999 is er een akte van koop en levering (hierna: koop- en leveringsakte) gepasseerd tussen [naam 1] en [appellant] , waarbij [appellant] het landgoed in eigendom heeft verkregen. In deze akte is onder paragraaf 4 onder andere het volgende opgenomen:
4. Bijzondere lasten en beperkingen.
(...)
Koper is bekend met:
(i) het bepaalde voorkomende in de hiervoor sub 3.(ii) vermelde titel van aankomst (deel 6735, nummer 66), luidende:
“4. de Gemeente verplicht zich de met streeparcering aangeduide slootgedeelten vanaf heden te onderhouden en op diepte te houden, zulks door en voor haar rekening;
5. [naam 1] verplicht zich voor eigen rekening de oevers aan de zijde van het aan hem verblijvende gedeelte van het kadastrale perceel nummer 634, waarop gebouwd het buiten “ [X] ” te blijven onderhouden; (...)
Tot 2004 heeft [appellant] over het onderhoud van de sloten contact gehad met de toenmalige parkbeheerder [naam 2] (hierna: [naam 2] ), zijn contactpersoon bij de Gemeente. Daarna is [naam 3] (hierna: [naam 3] ) bij de Gemeente aangesteld als nieuwe contactpersoon, maar daarmee heeft [appellant] geen contact gekregen.
[appellant] heeft overgelegd afschriften van brieven van hem aan de Gemeente. De door [appellant] overgelegde afschriften zijn gedateerd op 4 januari 2005, 5 oktober 2007, 27 oktober 2007, 7 mei 2009, 17 juni 2009 en 14 maart 2012 en telkens gericht aan [naam 3] .
In die brief van 27 oktober 2007 heeft [appellant] onder meer geschreven:
Reden om elkaar te zien is wat urgenter geworden, aangezien wij opnieuw zien dat de sloten tussen [park] en [X] gebaggerd moeten worden. Dit is noodzakelijk om een goede afwatering mogelijk te maken, noodzakelijk voor de precaire waterhuishouding van de buitenplaats en slechte toestand van een groot aantal bomen. Bij de overdracht van de gronden van het [park] aan de Gemeente [plaats] door de toenmalige eigenaar van [X] is bepaald dat onderhoud van de sloten voor rekening van de Gemeente zou komen. Vorige keer, toen DWR [hof: Dienst Waterbeheer en Riolering] heeft gebaggerd, hebben wij, onterecht, het onderhoud voor onze rekening moeten nemen, bij uitblijven van enige reactie van zijde van de Deelgemeente. (...)
In de brief van 7 mei 2009 heeft [appellant] onder meer geschreven:
Nog steeds is het niet gelukt om contact met u te krijgen, terwijl we van de mensen in het [park] hebben vernomen dat u de aangewezen persoon bent inzake onderhoud [park] . In de afgelopen jaren hebben we u diverse malen benaderd (...) om concreet, onderhoud van de sloten tussen [park] en Buitenplaats [X] te bespreken, hetgeen dient te worden gepleegd door de Gemeente [plaats] . Tot 2004 is dit onderhoud keurig door de Gemeente ter hand genomen, echter vanaf 2005 heeft de Gemeente hieromtrent “niet thuis gegeven” en zagen wij ons genoodzaakt zelf het onderhoud te (laten) doen. (...)
Graag zou ik bovenstaande als goede buren bespreken.
Het is niet terecht dat de eigenaar van [X] voor dit onderhoud opdraait. (...) Reden voor ons om het onderhoud niet te willen laten wachten tot de Gemeente actie neemt. Ik zie uw reactie gaarne tegemoet.
In de brief van 17 juni 2009 heeft [appellant] geschreven:
Geachte heer [naam 3] ,
Wederom hebben wij geen enkele reactie van u ontvangen op onze brief van 7 mei jl., noch was u bereikbaar toen wij de Gemeente belden en berichten hebben achtergelaten.
Wij wijzen u erop dat onderhoud van de sloten dringend en noodzakelijk is en wij ons gedwongen zien om dit nu ten derden malen zelf te laten uitvoeren en betalen.
Mogen wij van u vernemen?
In de brief van 14 maart 2012 heeft [appellant] geschreven:
Geachte heer [naam 3] ,
Wederom doen wij een beroep op u met betrekking tot het schoonhouden en baggeren van de sloten tussen [X] en [park] . Niet alleen slibben de sloten snel dicht, ook wordt er allerhand afval in gegooid door bezoekers van het park.
Wij verzoeken u dringend zorg te dragen voor het onderhoud van de sloten; anders zien wij ons wederom genoodzaakt het onderhoud zelf ter hand te nemen.
Bij brief van 15 september 2016 gericht aan wethouder [naam 4] van de Gemeente heeft [appellant] onder meer geschreven:
Afstemming met de verantwoordelijken bij de Gemeente [plaats] , waaronder het [park] , blijkt bij herhaling voor ons niet mogelijk. (...) Concreet voorbeeld is dat in de erfdienstbaarheden is vastgelegd dat 3⁄4 van de sloten rondom [X] door de Gemeente onderhouden dienen te worden, bij gebreke waarvan dit jarenlang op kosten van de eigenaar van [X] , ondergetekende, is gedaan. (...) Graag verzoek ik om een onderhoud met u (...)
Op 27 juli 2018 heeft [appellant] een brief gestuurd ter attentie van de heer [naam 5] (hierna: [naam 5] ), werkzaam bij de Gemeente [plaats] , afdeling Stadsparken – [park] , die onder meer als volgt luidt:
LAATSTE SOMMATIE VOOR RECHTSGANG
(...)
Zoals reeds aan u uiteengezet is er een lange geschiedenis van onbeantwoorde verzoeken en aanmaningen aan het [park] en Gemeente [plaats] (ook meermaals aan de heer [naam 3] , wijkmanager parken binnen rayon zuid [plaats] Stadsdeel Zuid) om te wijzen op de onderhoudsplicht van de watergangen tussen [X] en het [park] en de noodzaak om deze regelmatig te baggeren en te schonen.
Zoals ook aan u aangegeven kon in de voorgaande jaren 6 keer het baggeren en afvoeren van genoemde watergangen geen verder uitstel velen en heb ik de kosten van het baggeren en afvoeren voorgeschoten.
Na onze kennismaking en hernieuwde pogingen van Waternet (...), was er ook na het gesprek met u wederom geen enkele reactie of activiteit van zijde van het [park] /Gemeente [plaats] .
Er rest mij nu geen andere weg dan nu wederom de Gemeente [plaats] formeel aansprakelijk te stellen voor de gemaakte kosten, nog los van de schade, voortvloeiend uit de jarenlang voortdurende nalatigheid uit hoofde van haar onderhoudsplicht aan de watergangen tussen [X] en [park] , waarbij ik een rekening stuur voor drie van de zes keer dat deze watergang is gebaggerd en geschoond in het verleden.
Nogmaals sommeer ik het [park] /Gemeente [plaats] om binnen 6 weken aan te vangen met onderhoud/baggeren en afvoeren van genoemde watergangen en betaling van bijgesloten rekening voor 3 keer baggeren en afvoeren (de helft) bij wijze van schikking, bij gebreke waarvan er langs juridische weg tot invordering van alle, 6 keer baggeren en afvoeren (het dubbele) zal worden overgegaan, vermeerderd met de nu te maken bagger- en afvoerkosten van 2018. (...)
Bij e-mail van 14 september 2018 heeft een medewerker van de Gemeente aan de vertegenwoordiger van [appellant] onder meer geschreven:
Wij hebben het eea uitgezocht inzake de sloten rondom jullie perceel, deze sloten behoren inderdaad bij het [park] , de gemeente [plaats] zal dan ook het slootwerk van deze sloten op zich gaan nemen.
Wij gaan dit op de werkplanning zetten (...)
Eind 2019 heeft de Gemeente onderhoud aan de betreffende sloten verricht. In de jaren 2020, 2021 en 2022 heeft de Gemeente geen onderhoud verricht.
Bij brief van 15 september 2022 heeft de Gemeente aan [appellant] onder meer geschreven:
Het is duidelijk dat u met veel passie, inzet en middelen het onderhoud van [X] aanpakt. Dit heeft er inmiddels in geresulteerd dat het park een onderhoudsstatus heeft die wij in ons beleid (...) aanduiden als “top”. Wellicht zelfs als meer dan dat niveau.