Gerechtshof Amsterdam, 02-04-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:824, 200.309.636/01
Gerechtshof Amsterdam, 02-04-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:824, 200.309.636/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 april 2024
- Datum publicatie
- 24 juni 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:824
- Zaaknummer
- 200.309.636/01
Inhoudsindicatie
Had de curator in zijn hoedanigheid de plicht na afloop van de huur van een door de gefailleerde vennootschap gehuurd terrein de zich daarop bevindende containers (met negatieve waarde) te verwijderen, ook als die containers onroerend zouden zijn geworden (een keerwal)?
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.309.636/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/308933/HA ZA 20-680
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 april 2024
inzake
[appellant] ,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [geïntimeerde 1] Metalen B.V.,
appellant,
advocaat: mr. P.A. Dijkstra te Hoofddorp,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [plaats A] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [plaats A] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
wonende te [plaats B] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. A.G. Moeijes te Velsen-Zuid.
Appellant wordt hierna de curator genoemd en geïntimeerden worden gezamenlijk [geïntimeerden C.S.] . genoemd. Afzonderlijk worden geïntimeerden [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] genoemd.
1 De zaak in het kort
Op een door de gefailleerde vennootschap [geïntimeerde 1] Metalen B.V. gehuurd terrein bevonden zich circa 110 containers. Het gaat in deze zaak om de vraag of de vordering van de verhuurder (die is gecedeerd aan [geïntimeerden C.S.] .) ad € 879.750,- ter zake van verwijdering en sanering van die containers, die de curator na opzegging van de huur heeft laten staan, een concurrente vordering in het faillissement is of een boedelvordering. In dat verband is aan de orde of ter beantwoording van die vraag een rol speelt of de containers onroerend zijn geworden (een keerwal).
2 Het geding in hoger beroep
De curator is bij dagvaarding van 7 april 2022 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 19 januari 2022 van de rechtbank Noord-Holland, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [geïntimeerden C.S.] . als eisers en de curator als gedaagde. [geïntimeerden C.S.] . hebben op 12 april 2022 een anticipatie-exploot laten uitbrengen.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven,
- memorie van antwoord, met producties.
Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 22 november 2023 door hun hiervoor genoemde advocaten laten toelichten, beiden aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen.
Ten slotte is arrest gevraagd.
De curator heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerden C.S.] . alsnog zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [geïntimeerden C.S.] . in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en veroordeling van [geïntimeerden C.S.] . tot terugbetaling van hetgeen door de curator op grond van het bestreden vonnis is betaald, te voldoen binnen veertien dagen na dit arrest.
[geïntimeerden C.S.] . hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van de curator in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.