Home

Gerechtshof Amsterdam, 28-05-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1393, 200.333.737

Gerechtshof Amsterdam, 28-05-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1393, 200.333.737

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28 mei 2025
Datum publicatie
2 juni 2025
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:1393
Zaaknummer
200.333.737

Inhoudsindicatie

Besluit (EU) 2019/1311 van de ECB van 22 juli 2019 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2019/21) (ECB Besluit).

Te late indiening van voor rentekorting vereiste gegevens. Is artikel 7 lid 1 sub h ECB Besluit van toepassing op het te laat indienen van deze gegevens? Is het niet toekennen van de rentekorting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Is artikel 7 lid 1 sub d onder (ii) ECB Besluit strijdig met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel?

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.333.737/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/721024 /HAZA 22/594

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 mei 2025

inzake

BNG BANK N.V.,

gevestigd te Den Haag,

appellante,

advocaat mr. L.A.J. Spaans te Amsterdam,

tegen

DE NEDERLANDSCHE BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat mr. P.P.M. van Kippersluis te Den Haag.

Partijen worden hierna BNG en DNB genoemd.

1 De zaak in het kort

BNG heeft deelgenomen aan zogenoemde TLTRO’s-III, een instrument van monetair beleid van het Eurosysteem dat bestaat uit de ECB en de nationale banken waaronder DNB. BNG heeft te laat gegevens verstrekt over een ‘bijzondere referentieperiode’ en is daardoor een rentekorting van bijna € 57 miljoen misgelopen. Met haar vorderingen wenst BNG te bewerkstelligen dat zij alsnog gebruik kan maken van de rentekorting, althans dat DNB haar schadevergoeding moet betalen gelijk aan het bedrag van de misgelopen rentekorting.

De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. BNG is het daar niet mee eens.

2 Het geding in hoger beroep

BNG is bij dagvaarding van 29 augustus 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 31 mei 2023 van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen BNG als eiseres en DNB als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven,

- memorie van antwoord, met producties.

Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 28 februari 2025 aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen laten toelichten door hun advocaten en door mrs. R. van der Hulle en L.A.J. Spaans, advocaten te Amsterdam (BNG) respectievelijk mr. J. Mulder, advocaat te Den Haag (DNB).

Ten slotte is arrest gevraagd.

BNG heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – alsnog haar vorderingen zal toewijzen en DNB zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen BNG ter uitvoering van het bestreden vonnis aan DNB heeft voldaan, met rente, een en ander met beslissing over de proceskosten.

DNB heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.

BNG heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

3 Feiten

3.1.

BNG (voorheen: Bank Nederlandse Gemeenten) is een bank in eigendom van de Nederlandse Staat (hierna: de Staat) en verschillende decentrale overheden. Zij financiert de publieke sector, waaronder decentrale overheden en organisaties in het publieke domein.

3.2.

DNB is eveneens in eigendom van de Staat en is de Nederlandse nationale centrale bank (hierna: NCB). DNB voert het monetair beleid uit ter uitvoering van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en is onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken als bedoeld in artikel 282 lid 1 VWEU.

3.3.

Samen met de Europese Centrale Bank (hierna: ECB) worden de nationale centrale banken van de landen die de euro als munt hebben ingevoerd (hierna: NCB’s), aangeduid als het Eurosysteem (hierna: het Eurosysteem). Het Eurosysteem voert monetair beleid aan de hand van instrumenten die beogen de reële economie te versterken in de lidstaten die de euro als munt hebben. De targeted longterm refinancing operations (hierna: TLTRO’s) zijn een dergelijk instrument waarbij het Eurosysteem leningen verstrekt aan banken, die daarmee krediet kunnen verlenen aan huishoudens en niet-financiële bedrijven. Ten tijde van de coronapandemie zijn de TLTRO’s door het Eurosysteem ingezet om de reële economie op peil te houden.

TLTRO’s-III, het ECB-Besluit

3.4.

Op 7 maart 2019 heeft de Raad van Bestuur van de ECB besloten tot een derde reeks TLTRO’s (TLTRO’s-III). De voorwaarden daarvoor zijn neergelegd in het Besluit (EU) 2019/1311 van de ECB van 22 juli 2019 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2019/21), dat nadien diverse keren is gewijzigd (hierna: het ECB Besluit). De voor deze zaak relevante versie van het ECB Besluit is de gepubliceerde geconsolideerde versie van 8 mei 2021.

In de considerans van het ECB Besluit staat onder meer:

(2) (...)De TLTRO’s-III beogen gunstiger voorwaarden voor bankkredieten te behouden en accommoderend monetair beleid in lidstaten die de euro als munt hebben te ondersteunen. In aanmerking komende leningen omvatten in de context van deze maatregel de niet-financiële

particuliere sector met uitzondering van leningen voor woningaankoop. In samenhang met andere vigerende niet-standaardmaatregelen beogen TLTRO’s-III ertoe bij te dragen dat de inflatie op middellange termijn onder maar dicht bij 2% komt te liggen.

(...)

(6) De op elke TLTRO-III toepasselijke rente wordt vastgesteld op basis van de leninghistoriek van de deelnemer in de periode van 1 april 2019 tot en met 31 maart 2021, zulks overeenkomstig de in dit besluit vastgelegde beginselen.

(...)

(8) Voor instellingen die voornemens zijn deel te nemen aan TLTRO’s-III gelden specifieke rapportagevoorschriften. De gerapporteerde gegevens worden aangewend: a) bij de vaststelling van het leningvolume, b) bij de berekening van de toepasselijke benchmark, c) bij de beoordeling van de uitvoering door deelnemers op grond van hun benchmarks, en d) voor overige analytische doeleinden, zoals vereist voor de uitvoering van Eurosysteemtaken. Voorts wordt overwogen dat de centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben (hierna de “NCB’s” genoemd) de ontvangen gerapporteerde gegevens binnen het Eurosysteem kunnen uitwisselen, voor zover en op het niveau dat noodzakelijk is voor de goede uitvoering van het TLTRO-III-kader, voor een analyse van de effectiviteit van het TLTRO-III-kader en voor overige analytische doeleinden van het Eurosysteem. (...)

BNG en DNB zijn ‘deelnemer’ respectievelijk ‘betrokken NCB’ zoals bedoeld in het ECB Besluit. Op grond van het ECB Besluit voert het Eurosysteem tien TLTRO’s-III uit met elk een looptijd van drie jaar, ‘overeenkomstig het op de ECB-website bekendgemaakte ‘indicatieve TLTRO’s-III-tijd schema’ (artikel 2 lid 1 ECB-Besluit). Hierna wordt dit indicatieve tijdschema aangeduid als: het ECB-tijdschema. Artikel 2 lid 3 ECB-Besluit bepaalt:

TLTRO’s-III: a) zijn liquiditeitsverruimende wederinkooptransacties; b) worden door de NCB’s gedecentraliseerd uitgevoerd; c) worden middels standaardtenders uitgevoerd, en d) worden als vasterentetenders uitgevoerd.

Artikel 2 lid 4 en 5 ECB Besluit bepalen:

4. De standaardvoorwaarden waaronder de NCBs bereid zijn krediet transacties uit te voeren gelden ten aanzien van alle TLTRO’s-III, tenzij dit besluit anders bepaalt. Deze voorwaarden omvatten de procedures voor het uitvoeren van openmarkttransacties, de geschiktheidscriteria

van wederpartijen en de beleenbaarheidscriteria voor onderpand voor krediettransacties van het Eurosysteem, alsmede de sancties voor de niet-naleving van wederpartijverplichtingen. Elk van deze voorwaarden wordt vastgelegd in de algemene en tijdelijke op herfinancieringstransacties van toepassing zijnde rechtskaders en worden verwerkt in de NCB-contracten en/of nationale wetgevende kaders.

5. Ingeval van een conflict tussen dit besluit en Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60), of een andere ECB-rechtshandeling die het rechtskader vormt voor langerlopende herfinancieringstransacties en/of nationale maatregelen die dat rechtskader op nationaal niveau implementeren, prevaleert dit besluit.

Berekening van de rente

3.5.

In artikel 5 ECB Besluit en Bijlage I bij dat besluit is geregeld hoe de rente wordt berekend. De te betalen rente hangt af van de leenhistorie van de deelnemer die wordt vergeleken met de benchmarks die op basis van artikel 4 lid 5 ECB Besluit voor die deelnemer zijn vastgesteld.

Het ECB Besluit kent vier referentieperiodes, waaronder de tweede referentieperiode van 1 april 2019 tot en met 31 maart 2021 en de bijzondere of speciale referentieperiode (hierna: de bijzondere referentieperiode) van 1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021.

De vastgestelde rente wordt toegepast in een bepaalde renteperiode. Het ECB Besluit onderscheidt vier renteperiodes waaronder de bijzondere renteperiode van 24 juni 2020 tot en met 23 juni 2021.

De rente kan per renteperiode verschillen. Deze wordt achteraf berekend en op afzonderlijke momenten vastgesteld door de NCB’s in een kennisgeving aan de betrokken bank. De berekening en vaststelling van de rente geschiedt op basis van door deelnemers op grond van artikel 6 ECB Besluit ingediende rapportages over de in het ECB Besluit beschreven referentieperiodes. De rente wordt verrekend op de vervaldag van elke TLTRO-III.

De bijzondere referentieperiode en de bijzondere renteperiode gelden voor de in artikel 5 lid 1 sub b ECB Besluit opgenomen rentekorting (hierna: de rentekorting) die is ingevoerd bij Besluit (EU) 2020/614 van de ECB van 30 april 2020 tot wijziging van Besluit (EU) 2019/1311 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2020/25). De ECB heeft hiermee voor een bepaalde periode onder voorwaarden gunstigere rentetarieven bepaald vanwege de gevolgen van de coronapandemie. In de considerans van voornoemd besluit staat onder meer:

(5) Voorts heeft de Raad van bestuur op 30 april 2020 besloten om te voorzien in een aanvullende tijdelijke verlaging van de rentevoeten die onder bepaalde voorwaarden voor alle TLTRO’s-III gelden, teneinde de kredietverstrekking aan huishoudens en ondernemingen tegen de achtergrond van de heersende economische verstoringen en toegenomen onzekerheid te ondersteunen.

De rentekorting bedraagt 0,50% voor de bijzondere renteperiode. In de relevante periode was de depositorente -0,50%. Toepassing van de rentekorting houdt in dat over de uitstaande TLTRO’s-III in de bijzondere renteperiode een rentevoet wordt toegepast van -1%, wat resulteerde in een betaling van 1% aan de deelnemer. Om gebruik te maken van de rentekorting moest een deelnemer gedurende de bijzondere referentieperiode een vorderingenoverschot hebben dat gelijk was aan of hoger dan haar vorderingenoverschotbenchmark. Artikel 5 lid 1 sub a ECB Besluit luidt als volgt:

1. De toepasselijke rentevoet voor uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen door deelnemers wier het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de bijzondere referentieperiode gelijk is aan of hoger is dan hun vorderingenoverschotbenchmark en wier het in aanmerking komend vorderingenoverschot tijdens de aanvullende bijzondere referentieperiode lager is dan hun vorderingenoverschotbenchmark, wordt als volgt berekend, zulks behoudens de in artikel 6, lid 3 bis, gestelde voorwaarde:

a. a) gedurende de bijzondere renteperiode is de rentevoet de gemiddelde rentevoet voor de depositofaciliteit in die periode minus 50 basispunten. De resulterende rentevoet mag in geen geval hoger zijn dan minus 100 basispunten;

De rapportageverplichtingen

3.6.

Artikel 6 ECB Besluit regelt de rapportageverplichtingen van de deelnemers. Zij moeten in totaal drie verslagen indienen met gebruikmaking van de templates in Bijlage II bij het ECB Besluit (hierna: Bijlage II). Bijlage II bevat ook een nadere toelichting op de rapportageverplichting. Artikel 6 ECB Besluit luidt voor zover van belang als volgt:

1. Elke deelnemer aan TLTRO’s-III verstrekt aan de betrokken NCB de gegevens in de in bijlage II opgenomen verslagensjablonen als volgt:

a. a) het referentie-uitstaandbedrag voor de vaststelling van het leningvolume en inschrijvingslimieten van de deelnemer, alsmede gegevens met betrekking tot de eerste referentieperiode voor de vaststelling van de benchmarks van de deelnemer (hierna “het eerste verslag” genoemd);

b) gegevens met betrekking tot i) de tweede referentieperiode, en ii) facultatief, de gegevens met betrekking tot speciale referentieperiode voor de vaststelling van de toepasselijke rentevoeten voor de uit hoofde van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen (hierna “het tweede verslag” genoemd), en

c) gegevens met betrekking tot de speciale referentieperiode voor de vaststelling van de toepasselijke rentevoeten (hierna “het derde verslag” genoemd).

Niettegenstaande de vorige zin dienen deelnemers die voor het eerst

deelnemen aan de achtste of daaropvolgende TLTRO’s-III i) het

eerste verslag en ii) het derde verslag bij de betrokken NCB in.

2. De gegevens worden verstrek met inachtneming van het volgende:

a. a) het op de ECB-website bekendgemaakte indicatieve TLTRO-III-tijdschema;

b) de in bijlage II vermelde richtsnoeren;

(...)

3 bis. Deelnemers die voornemens zijn gebruik te maken van de artikel 5, lid 1, genoemde rentevoeten, oefenen deze optie uit door in het tweede verslag gegevens met betrekking tot de bijzondere referentieperiode evenals de resultaten van de beoordeling van deze gegevens door de accountant krachtens artikel 6, lid 6, onder b), afzonderlijk te verstrekken. Indien deze voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de toepasselijke rentevoet voor de door de deelnemer geleende bedragen berekend overeenkomstig artikel 5, lid 2, artikel 5, lid 3, of artikel 5, lid 3

bis. Er worden geen sancties opgelegd voor nalatigheid in het verzenden van de gegevens met betrekking tot de bijzondere referentieperiode en/of de resultaten van de beoordeling van deze gegevens door de accountant.

Bijlage II luidt voor zover hier van belang als volgt:

2. Algemene informatie

(...)

Indien de deelnemers voornemens zijn gebruik te maken van de in artikel 5, lid 1, vermelde rentevoeten, omvat het tweede verslag daarnaast ook gegevens met betrekking tot de speciale referentieperiode, vergelijkbaar met de vereisten voor de tweede referentieperiode.

(...)

3. Algemene rapportage-instructies

(...)

Ten behoeve van de berekening van het in aanmerking komend vorderingenoverschot en vergelijkingen aan de hand van benchmarks waarop de toepasselijke rentevoeten zijn gebaseerd, moet in het tweede verslag het ingevulde rapportagesjabloon B worden opgenomen voor de ”tweede referentieperiode”, d.w.z. van 1 april 2019 tot en met 31 maart 2021.

(...)

Ten behoeve van de berekening van het in aanmerking komend vorderingenoverschot en de vergelijking met de vorderingenoverschotbenchmark waarop de lagere rentevoeten zijn gebaseerd, moeten deelnemers die voornemens zijn gebruik te maken van de in artikel 5, lid 1, vermelde rentevoeten, daarnaast het ingevulde rapportagesjabloon B voor de ”bijzondere

referentieperiode”, d.w.z. 1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021, verstrekken.

Bovenaan template B staat:

Het ECB-tijdschema bevat deadlines voor het indienen van de rapportages en de uiterste data waarop de NCB’s de toepasselijke rente bekendmaken aan de deelnemers. Volgens het ECB-tijdschema moet de tweede rapportage over de tweede referentieperiode (1 april 2019 tot en met 31 maart 202l) met de optionele rapportage over de bijzondere referentieperiode (1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021) op 17 augustus 2021 worden ingediend en versturen de NCB’s de kennisgevingen van het toepasselijk rentetarief uiterlijk op 10 september 2021 om 15.30 uur aan de deelnemers.

Voetnoot 2 bij het ECB-tijdschema vermeldt:

The actual dates may be adjusted by NCBs on the grounds of varying bank holidays in Member States whose currency is the euro.

Gevolgen van niet-naleving van de rapportageverplichtingen

3.7.

De gevolgen van niet-naleving van de rapportageverplichtingen zijn geregeld in artikel 7 ECB Besluit. Deze bepaling luidt voor zover van belang als volgt:

1. Indien een deelnemer geen verslag indient of niet voldoet aan de auditvoorschriften, of indien fouten worden vastgesteld in de gerapporteerde gegevens, geldt het volgende:

(...)

d) indien een deelnemer aan één van de eerste zeven TLTRO’s-III de gegevens met betrekking tot de bijzondere referentieperiode in het tweede verslag of de resultaten van de beoordeling door de accountant van die gegevens niet vóór de desbetreffende uiterste termijn, zoals vermeld in het op de ECB-website bekendgemaakte indicatieve tijdschema voor TLTRO’s-III, aan de betrokken NCB ter beschikking stelt, gelden de volgende regels:

i. i) indien de gegevens met betrekking tot de bijzondere referentieperiode in het tweede verslag of de resultaten van de beoordeling door de accountant van die gegevens door de betrokken NCB worden ontvangen binnen de periode van 14 kalenderdagen vanaf de dag na het verstrijken van de desbetreffende uiterste termijn, wordt aan de deelnemer voor elke dag tot de ontvangstdatum een boete opgelegd die gelijk is aan het totale uitstaande bedrag dat

de deelnemer uit hoofde van TLTRO’s-III heeft geleend, gedeeld door 1 000 000 (of indien dat bedrag lager is dan 1 000 EUR, een boete van 1 000 EUR per dag tot de ontvangstdatum). De per dag opgelopen boetes worden door de betrokken NCB geaccumuleerd en aan de deelnemer aangerekend na ontvangst van de gegevens met betrekking tot de bijzondere referentieperiode in het tweede verslag of de resultaten van de beoordeling door de accountant van die gegevens. De rentevoetgegevens met betrekking tot de tweede referentieperiode worden op 1 oktober 2021 door de desbetreffende NCB aan de deelnemer meegedeeld;

ii) indien ofwel de gegevens met betrekking tot de bijzondere referentieperiode in het tweede verslag of de resultaten van de beoordeling door de accountant van die gegevens niet binnen de in punt i) genoemde periode van 14 kalenderdagen door de betrokken NCB worden ontvangen, wordt het in aanmerking komend vorderingenoverschot van de deelnemer tijdens de bijzondere referentieperiode geacht lager te zijn dan zijn vorderingenoverschotbenchmark en mag de deelnemer geen gebruik maken van de in artikel 5, lid 1, vastgestelde rentevoet;

(...)

h) indien een deelnemer, hetzij in verband met de in artikel 6, leden 6 en 8 bis bedoelde audit, dan wel anderszins in de ingediende verslagen foute gegevens vaststelt, waaronder onnauwkeurigheden of onvolledigheid, stelt de deelnemer de betrokken NCB daarvan zo spoedig mogelijk in kennis. Nadat de betrokken NCB over dergelijke fouten, onnauwkeurigheden of leemtes is ingelicht, of anderszins van dergelijke fouten, onnauwkeurigheden of leemtes in kennis is gesteld: i) verstrekt de deelnemer zo spoedig mogelijk de door de betrokken NCB verlangde aanvullende informatie om de beoordeling van de impact van de betrokken fouten, onnauwkeurigheden of leemtes te ondersteunen, en ii) kan de betrokken NCB gepaste maatregelen nemen, waaronder een herberekening van de relevante waarden die op haar beurt impact heeft op de toepasselijke rentevoet op de door de deelnemer uit hoofde van TLTRO’s-III geleende bedragen en een verplichting tot aflossing van de geleende bedragen die vanwege de fout, onnauwkeurigheid of leemte het leningvolume van de deelnemer te boven gaan. Deelnemers tonen aan dat alle bij de in artikel 6, leden 6 en 8 bis, bedoelde audit vastgestelde tekortkomingen zijn verholpen in de aan de NCB’s gerapporteerde gegevens overeenkomstig het door de betrokken NCB gevraagde tijdsbestek en, indien tekortkomingen worden vastgesteld bij de beoordeling door de accountant van het tweede verslag of het derde verslag, binnen een termijn die het mogelijk maakt rentevoetgegevens tijdig door de betrokken NCB te verstrekken op basis van de respectieve gegevens overeenkomstig het indicatieve tijdschema op de ECB-website.

De termijn van artikel 7 lid 1 aanhef en onder d sub (i) ECB Besluit (hierna: de Uitlooptermijn) is ingevoerd bij Besluit (EU) 2021/752 van de Europese Centrale Bank van 30 april 2021 tot wijziging van Besluit (EU) 2019/1311 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2021/21) (hierna: het Wijzigingsbesluit). In de considerans van het Wijzigingsbesluit staat onder (5) onder meer:

De sancties in verband met de niet-naleving van de uiterste termijnen voor het indienen van verslagen en beoordelingen door de accountant moeten worden aangepast om de sanctieregeling evenrediger te maken, en er tegelijkertijd naar te streven dat de deelnemers de uiterste termijnen respecteren. (...)

Deelname van BNG aan de TLTRO’s-III

3.8.

Op 29 juli 2019 heeft DNB ‘Informatie over deelname aan de nieuwe Targeted Longer-

Term Refinancing Operations (TLTROs-III)’ bekendgemaakt. Hierin staat onder meer:

Juridische basis

Het rechtsinstrument dat de basis vormt voor de serie TLTROs-III is een ECB besluit (ECB decision). Dit besluit is op 29 juli 2019 door de ECB openbaar gemaakt (“ECB Besluit”). Een ECB Besluit heeft directe werking en hoeft derhalve niet in nationale documentatie te worden omgezet, zoals bij een Richtsnoer. Het ECB Besluit is rechtstreeks van toepassing op de (contractuele) relatie tussen DNB en haar wederpartijen en vormt een aanvulling op en prevaleert waar nodig boven de regels in de Voorwaarden Monetaire Beleidstransacties (“VMB”).

3.9.

Voor zover van belang heeft BNG via het Digitaal Loket van DNB via het E-tender systeem ingeschreven op drie TLTRO’s-III, te weten op 24 juni 2020 (€ 8 miljard), 30 september 2020 (€ 3 miljard) en 24 maart 2021 (€ 4 miljard). Zij heeft bewijzen van deelname ontvangen die onder meer vermelden:

The final interest rate applied to this operation may differ and will be determined according to Article 5 of Decision ECB/2020/2s.

3.10.

Op 12 mei 2021 heeft DNB aan BNG een e-mailbericht gestuurd met informatie over de

rapportageverplichtingen en bijbehorende deadlines. Daarin staat onder meer:

Uiterlijk 17 augustus 2021 23:59 uur moet zowel het rapport over de tweede datarapportage (performance t.o.v. benchmark, voor zowel de reguliere TLTRO als de eerste speciale referentieperiode [de bijzondere referentieperiode, hof] ) als de audit hierover worden ingestuurd, voor operaties 1-7.

3.11.

Op 6 augustus 2021 heeft DNB aan BNG een e-mailbericht gestuurd met als

onderwerp “TLTRO-III: reporting instructions second data report”.

Daarin staat onder meer:

The reporting obligation in DLR (which requires the completed reporting template(s) B, as mentioned under Second data report templates) will be open from the 6th of August 2021. The deadline for submission of the information as in template(s) B is the 17st of August 2021 (23:59).

This is a strict and mandatory deadline. If a participant in one of the first seven TLTROs‐III fails to submit the data relating to the second reference period in the second report to DNB by 17 August 2021, the participant will be deemed non‐compliant and the relevant sanctions as laid out in Article 7 of Decision (EU) 2019/1311 shall apply.

Please find attached the revised indicative calendar, which can also be found on the ECB website.

Second data report templates

The second data report requires the completed reporting template B for the ‘second reference period’, i.e. 1 April 2019 to 31 March 2021, (...) Furthermore, participants intending to take advantage of the interest rates set out in Article 5(1) of Decision (EU) 2019/1311 must in addition provide the completed data template B for the ‘special reference period’, i.e. 1 March

2020 to 31 March 2021, (...) The template B on the special reference period 1 March 2020 to 31 March 2021 is optional.

3.12.

BNG heeft haar tweede rapportage ingediend bij DNB. Zij heeft alleen een template B ingediend met gegevens over de tweede referentieperiode, geen tweede template B met gegevens over de bijzondere referentieperiode. Bij de indiening van haar rapport ontving BNG de volgende melding:

3.13.

Op 9 september 2021 heeft DNB een ‘Kennisgeving rentetarief TLTRO-III BNG Bank N.V.’ aan BNG gestuurd. Daarin staat dat het rentetarief dat van toepassing is op de TLTRO-leningen is vastgesteld op -0,50%. Dat is de rente zonder de rentekorting. De brief vermeldt voorts:

Juridisch kader deelname TLTRO III

Op deelname aan TLTRO III is het [ECB Besluit] van toepassing en daarnaast (...), ingevolge artikel 2 lid 4 van het [ECB Besluit], de Voorwaarden Monetaire beleidstransacties DNB. De wijze van vaststelling van het rentetarief wat van toepassing is op de bedragen die door uw instelling zijn geleend onder TLTRO-III staat beschreven in Artikel 5 en Annex 1 van het [ECB Besluit].

3.14.

Eveneens op 9 september 2021 heeft BNG telefonisch contact gezocht met DNB en verklaard dat zij aanspraak wenst te maken op de rentekorting. In dit gesprek heeft DNB aan BNG medegedeeld dat de rapportage over de bijzondere referentieperiode vereist was om in aanmerking te komen voor de rentekorting en dat, omdat deze rapportage niet was ingediend, de rentekorting niet kon worden toegekend aan BNG.

3.15.

Op 10 september 2021 heeft BNG alsnog een template B met gegevens over de bijzondere referentieperiode ingediend bij DNB. Op verzoek van DNB heeft BNG op 13 september 2021 (opnieuw) haar tweede verslag met twee templates B ingediend via het Digitaal Loket van DNB. Die dag heeft DNB per e-mailbericht desgevraagd aan BNG bevestigd dat BNG heeft voldaan aan ‘het verstrekken van de rapportages over de second‐ en special reference period’.

3.16.

DNB heeft – na overleg met de ECB – op 12 oktober 2021 aan BNG medegedeeld dat BNG geen gebruik kon maken van de rentekorting.

4 Beoordeling

5 Beslissing