Gerechtshof Amsterdam, 19-06-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1618, 200.349.760/01 en 200.342.107/02
Gerechtshof Amsterdam, 19-06-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1618, 200.349.760/01 en 200.342.107/02
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 juni 2025
- Datum publicatie
- 25 juni 2025
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1618
- Zaaknummer
- 200.349.760/01 en 200.342.107/02
Inhoudsindicatie
Ondernemingskamer, gezamenlijke behandeling uittredingsverzoek en aanvullende voorzieningen enquête procedure (in tweede fase)
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.349.760/01 (uittredingsprocedure) en 200.342.107/02 (enquêteprocedure)
beschikking van de Ondernemingskamer van 19 juni 2025
in de zaak met zaaknummer: 200.349.760/01 (uittredingsprocedure) van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[persoonlijke houdstermaatschappij broer H] ,
gevestigd [plaats] ,
advocaten: mr. M.H.J. van Rest en mr. S.S. van Dam, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[persoonlijke houdstermaatschappij broer M] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaten: mr. W.L.H. Aerts en mr. R.A.M.D Smit, beiden kantoorhoudende te
Eindhoven,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap 1 winkelexploitatie] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaten: mr. R.J.W. Analbers en mr. J.L. van Maanen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
Ph. W. SCHREURS, in zijn hoedanigheid van beheerder van aandelen in [vennootschap 1 winkelexploitatie] ,
kantoorhoudende te Eindhoven,
advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
en van:
de vennootschap naar Belgisch recht
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] ,
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. M.H.J. van Rest en mr. S.S. van Dam, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
3. de vennootschap naar Belgisch recht
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaten: mr. W.L.H. Aerts en mr. R.A.M.D Smit, beiden kantoorhoudende te Eindhoven,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap 2 vastgoed] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaten: mr. R.J.W. Analbers en mr. J.L. van Maanen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
Ph. W. SCHREURS, in zijn hoedanigheid van beheerder van aandelen in [vennootschap 2 vastgoed] ,
kantoorhoudende te Eindhoven,
advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
en in de zaak met zaaknummer: 200.342.107/02 (enquêteprocedure) van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap 2 vastgoed] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap 1 winkelexploitatie] ,
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTERS, tevens VERWEERSTERS,
advocaten: mr. R.J.W. Analbers en mr. J.L. van Maanen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1 [broer M] ,
wonend te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[persoonlijke houdstermaatschappij broer M] ,
gevestigd te [plaats] ,
3. de vennootschap naar Belgisch recht
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaten: mr. W.L.H. Aerts en mr. R.A.M.D. Smit, beiden kantoorhoudende te Eindhoven,
4 [broer H] ,
wonend te [plaats] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[persoonlijke houdstermaatschappij broer H] ,
gevestigd te [plaats] ,
6. de vennootschap naar Belgisch recht,
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaten: mr. M.H.J. van Rest en mr. S.S. van Dam, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
7. mr. Ph. W. SCHREURS, in zijn hoedanigheid van beheerder van aandelen in [vennootschap 2 vastgoed] en [vennootschap 1 winkelexploitatie] ,
kantoorhoudende te Eindhoven,
advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
-
[vennootschap 2 vastgoed] als [vennootschap 2 vastgoed] ;
- -
-
[vennootschap 1 winkelexploitatie] als [vennootschap 1 winkelexploitatie] ;
- -
-
[vennootschap 2 vastgoed] en [vennootschap 1 winkelexploitatie] gezamenlijk als de Vennootschappen;
- -
-
[persoonlijke houdstermaatschappij broer H] als [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] ;
- -
-
[broer H] als [broer H] ;
- -
-
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] als [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] ;
- -
-
[persoonlijke houdstermaatschappij broer H] , [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [broer H] gezamenlijk als [broer H] c.s. (met dien verstande dat omwille van de leesbaarheid, bij de bespreking van de vordering tot uittreding, [broer H] c.s. ook wel verwijst naar [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] gezamenlijk);
- -
-
[persoonlijke houdstermaatschappij broer M] als [persoonlijke houdstermaatschappij broer M] ;
- -
-
[broer M] als [broer M] ;
- -
-
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] als [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] ;
- -
-
[persoonlijke houdstermaatschappij broer M] , [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [broer M] gezamenlijk als [broer M] c.s. (met dien verstande dat omwille van de leesbaarheid, bij de bespreking van de vordering tot uittreding [broer M] c.s. ook wel verwijst naar [persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] gezamenlijk);
- -
-
[een 100% dochter van vennootschap 1 inkooporganisatie] , als ELC;
- -
-
mr. P.D. Olden als Olden of de onderzoeker;
- -
-
W.L. Meijer als Meijer of de OK-bestuurder;
- -
-
mr. P.W. Schreurs als Schreurs of de OK-beheerder.
1 Het verloop van het geding
[persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] hebben (in de zaak met nummer 200.349.760/01, hierna ook de uittredingsprocedure) bij verzoekschrift van 2 januari 2025 de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:343 BW verzocht, samengevat,
-
[persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [vennootschap 1 winkelexploitatie] hoofdelijk te bevelen de aandelen die [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] houdt in [vennootschap 1 winkelexploitatie] over te nemen, alsmede de door de Ondernemingskamer vast te stellen prijs te betalen;
-
[persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [vennootschap 1 winkelexploitatie] hoofdelijk te bevelen de kosten van het deskundigenbericht te betalen;
-
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [vennootschap 2 vastgoed] hoofdelijk te veroordelen de aandelen die [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] houdt in [vennootschap 2 vastgoed] over te nemen, alsmede de door de Ondernemingskamer vast te stellen prijs te betalen;
-
[de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [vennootschap 2 vastgoed] hoofdelijk te bevelen de kosten van het deskundigenbericht te betalen;
-
[persoonlijke houdstermaatschappij broer M] , [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] , [vennootschap 1 winkelexploitatie] en [vennootschap 2 vastgoed] te veroordelen in de kosten van de procedure.
De Vennootschappen hebben (in de zaak met nummer 200.342.031/02 OK, hierna ook de enquêteprocedure) bij verzoekschrift van 10 januari 2025 de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:349a BW en artikel 2:356 BW verzocht, samengevat:
primair
-
te bevestigen dat de OK-bestuurder door alsnog uitvoering te geven aan de Transactie (als hierna, in 3.12 omschreven) ook zonder de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergaderingen van de Vennootschappen niet kennelijk onredelijk handelt;
-
bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding [broer H] c.s. te veroordelen (de uitvoering van) de Transactie te gehengen en gedogen;
subsidiair
3. bij wijze van aanvullende definitieve voorziening de Vennootschappen te ontbinden;
meer subsidiair
4. bij wijze van onmiddellijke voorziening te bepalen dat in afwijking van artikel 23 van de statuten van [vennootschap 2 vastgoed] en artikel 23 van de statuten van [vennootschap 1 winkelexploitatie] , een besluit tot statutenwijziging genomen kan worden met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen;
zowel primair, subsidiair als meer subsidiair
5. iedere andere of aanvullende voorziening te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht.
[broer H] c.s. hebben bij verweerschrift van 6 maart 2025 (in de enquêteprocedure) verzocht het verzoek van de Vennootschappen af te wijzen en de Vennootschappen en [broer M] c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure.
[broer M] c.s. hebben bij (gecombineerd) verweerschrift van 6 maart 2025 verzocht,in de uittredingsprocedure:
- -
-
de namens [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] ingediende uittredingsverzoeken af te wijzen en hen te veroordelen in de kosten van de procedure, met nakosten en wettelijke rente;
- -
-
indien de Ondernemingskamer het uittredingsverzoek van [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] toewijst, te bepalen dat
o [persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] de aandelen van [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] in de Vennootschappen pas hoeven af te nemen na het verstrijken van een termijn van zes maanden na het wijzen van de beschikking waarin de prijs voor de aandelen is vastgesteld teneinde [persoonlijke houdstermaatschappij broer M] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M] voldoende tijd te gunnen het financieringstraject en het adviestraject met de ondernemingsraad te doorlopen;
o de overdrachtsbelasting die verschuldigd is voor de overdracht van de aandelen in Beheersmaatschappij [vennootschap 2 vastgoed] 50/50 door [broer M] c.s. en [broer H] c.s. zal worden gedragen;
en in de enquêteprocedure:
- het verzoek van de Vennootschappen toe te wijzen en [broer H] c.s. te veroordelen in de kosten van het geding, met nakosten en wettelijke rente.
De Vennootschappen hebben bij verweerschrift van 6 maart 2025 in de uittredingsprocedure de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] af te wijzen en hen in de proceskosten te veroordelen.
De OK-beheerder heeft bij (gecombineerd) verweerschrift van 6 maart 2025:
- -
-
de Ondernemingskamer verzocht het primaire en subsidiaire verzoek van de Vennootschappen af te wijzen;
- -
-
zich gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het meer subsidiaire verzoek van de Vennootschappen en de uittredingsverzoeken van [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] .
Op verzoek van de Vennootschappen en na alle andere partijen gehoord te hebben, heeft de Ondernemingskamer op 12 maart 2025 besloten de verzoeken achter gesloten deuren te behandelen op de grond als vermeld in artikel 27 lid 1 sub c Rv.
De verzoeken zijn achter gesloten deuren behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 3 april 2025. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en onder overlegging van tevoren toegestuurde nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. De Vennootschappen hebben hun subsidiaire verzoek – tot ontbinding van de Vennootschappen – ter zitting ingetrokken. [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] hebben ter zitting hun verzoek tot uittreding nog vermeerderd met de wettelijke rente over de koopprijs van de door hen over te dragen aandelen vanaf de peildatum. Ten slotte heeft de Ondernemingskamer de zaak voor twee weken aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen:
- met elkaar in overleg te treden;
- zich uit te laten over het al dan niet intrekken van (één van) hun verzoeken naar aanleiding van de behandeling ter zitting;
- zich uit te laten over de wijze waarop in een beschikking kan worden ingegaan op de omstandigheden die tot het sluiten van de deuren hebben geleid.
Partijen hebben zich per e-mailberichten in de periode 7 t/m 18 april 2025 uitgelaten over bovenstaande punten. De Vennootschappen hebben bij e-mail van 8 april 2025 ook hun primaire vordering – betreffende de Transactie – ingetrokken. Bij e-mail van 17 april 2025 is namens [broer H] c.s. een aanvullende akte met producties aan de Ondernemingskamer en de andere partijen gestuurd. Namens de Vennootschappen en namens [broer M] c.s. is er bij e-mails van 18 april 2025 terecht op gewezen dat die akte andere punten betreft dan de in 1.8 genoemde punten. De aanvullende akte met producties van [broer H] c.s. wordt door de Ondernemingskamer daarom geweigerd als in strijd met de goede procesorde. Het inhoudelijke debat is ter zitting afgerond na hoor en wederhoor.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat op 14 mei 2025 aan partijen is gezonden. Alle partijen hebben vervolgens op het proces-verbaal gereageerd. Namens de Vennootschappen is dat gebeurd bij e-mails van 22 en 26 mei 2025, namens [broer H] c.s. bij e-mail van 23 mei 2025, namens de OK-beheerder bij e-mails van 27 en 30 mei 2025 en namens [broer M] c.s. bij e-mail van 28 mei 2025.
Partijen hebben de Ondernemingskamer verzocht een beschikking te wijzen.