Home

Gerechtshof Amsterdam, 02-09-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2318, 200.352.225/01 en 200.352.225/02

Gerechtshof Amsterdam, 02-09-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2318, 200.352.225/01 en 200.352.225/02

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
2 september 2025
Datum publicatie
4 september 2025
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2318
Zaaknummer
200.352.225/01 en 200.352.225/02

Inhoudsindicatie

nihilstelling alimentatie jongmeerderjarige met terugwerkende kracht ivm eigen inkomsten.

Uitspraak

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.352.225/01 en 200.352.225/02

zaaknummer rechtbank: C/15/359613 FA RK 24-6115

beschikking van de meervoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,

verzoekster in hoger beroep,

verzoekster in het incident,

verder te noemen: de jongmeerderjarige of [verzoekster] ,

advocaat: mr. D. Klein te IJmuiden,

en

[de vader] ,

wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,

verweerder in hoger beroep,

verweerder in het incident,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. A.E. Muller te Haarlem.

1 De zaak in het kort

1.1

De zaak gaat over de door de vader aan [verzoekster] te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie (hierna: onderhoudsbijdrage).

1.2

De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank) heeft in haar uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 27 januari 2025 (hierna: de bestreden beschikking) de onderhoudsbijdrage op nihil gesteld met ingang van 1 augustus 2024 tot en met datum beëindiging van de onderhoudsverplichting van de vader per 3 mei 2025.

[verzoekster] is het daarmee niet eens en vindt dat de nihilstelling op een latere datum dient in te gaan. Daarnaast wil zij dat de werking van de bestreden beschikking wordt geschorst totdat er een beslissing in hoger beroep is genomen

De vader is het wel eens met de bestreden beschikking.

2 De procedure in hoger beroep

2.1

De jongmeerderjarige is op 12 maart 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Het beroepschrift bevat tevens een verzoek tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking (zaaknummer 200.352.225/02).

2.2

De vader heeft op 30 april 2025 een verweerschrift in het hoger beroep en in het schorsingsverzoek ingediend.

2.3

Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:

- een bericht van de zijde van de jongmeerderjarige van 25 juni 2025 met bijlage.

2.4

De zitting heeft op 4 juli 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:

- de jongmeerderjarige, bijgestaan door haar advocaat,

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

De advocaat van de vader heeft op de zitting een pleitnotitie overgelegd.

3 De feiten

3.1

De vader en [de moeder] (hierna: de moeder) zijn [in] 2000 gehuwd. Het huwelijk is op 7 februari 2019 ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 2 januari 2019.

3.2

Tijdens dit huwelijk is [verzoekster] geboren [in] 2004 te [gemeente] .

3.3

Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 16 december 2020 is bepaald dat de vader met ingang van 1 december 2020 aan de moeder als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [verzoekster] telkens bij vooruitbetaling € 292,- per maand moet voldoen.

Deze bijdrage is van rechtswege omgezet in een door de vader aan [verzoekster] te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie.

Vanwege de wettelijke indexering bedraagt deze onderhoudsbijdrage per 1 januari 2024 € 336,54 per maand.

3.4

In juli 2024 heeft [verzoekster] de MBO-opleiding Game artist afgerond.

3.5

Na zijn betaling op 27 juni 2024 is de vader gestopt met het voldoen van de onderhoudsbijdrage aan [verzoekster] .

3.6

[verzoekster] heeft daarop het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) ingeschakeld. Volgens het LBIO in zijn brief van 28 oktober 2024 zag de betaling van de vader op 27 juni 2024 op de maand juni 2024 en bedroeg de achterstand op 28 oktober 2024 € 1.952,61, te weten vijf maanden onderhoudsbijdrage (5 x € 336,54 = € 1.682,70), tot en met de maand november 2024, en een bedrag aan achterstallige wettelijke indexering (€ 269,91). De vader heeft vervolgens het door het LBIO genoemde bedrag onder protest aan [verzoekster] betaald.

3.7

Eind oktober 2024 is [verzoekster] in dienst getreden bij Scapino voor vierentwintig uur per week.

3.8

Op 29 november 2024 heeft de vader het inleidend verzoekschrift ingediend bij de rechtbank.

3.9

[in] 2025 heeft [verzoekster] de 21-jarige leeftijd bereikt en is de onderhoudsverplichting van de vader op grond van artikel 1:395a BW jegens haar geëindigd.

4 De omvang van het hoger beroep

5 De motivering van de beslissing