Home

Gerechtshof Amsterdam, 21-10-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2822, 200.352.412/01

Gerechtshof Amsterdam, 21-10-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2822, 200.352.412/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21 oktober 2025
Datum publicatie
24 oktober 2025
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2822
Zaaknummer
200.352.412/01

Inhoudsindicatie

Art. 1:253a BW. Vervangende toestemming verhuizing. Moeder krijgt in hoger beroep alsnog toestemming met de kinderen te verhuizen van plaats F naar plaats A.

Uitspraak

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.352.412/01

zaaknummer rechtbank: C/15/356848/ FA RK 24-4703

beschikking van de meervoudige kamer van 21 augustus 2025 in de zaak van

[de moeder] ,

wonende te [plaats A] ,

verzoekster in principaal hoger beroep,

verweerster in incidenteel hoger beroep,

hierna: de moeder,

advocaat: mr. W.B. Koppenberg te Hoorn,

en

[de vader] ,

wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,

verweerder in principaal hoger beroep,

verzoeker in incidenteel hoger beroep,

hierna: de vader,

advocaat: mr. J.W.J. Hijnen te Beverwijk.

Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:

-

de minderjarige [minderjarige 1] , geboren [in] 2019 te [plaats C] (hierna: [minderjarige 1] ),

-

de minderjarige [minderjarige 2] , geboren [in] 2021 te [plaats D] (hierna: [minderjarige 2] ).

In de procedure heeft een adviserende taak:

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,

hierna: de raad.

Als informant is aangemerkt: de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd en Gezinsbeschermers, gevestigd te [plaats E] (hierna: de GI).

1 De zaak in het kort

1.1

De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank), heeft in een beschikking van 27 december 2024 (hierna: de bestreden beschikking) de moeder verboden om met de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna ook: de kinderen) naar [plaats A] te verhuizen. De moeder is het daar niet mee eens en wil dat haar toestemming wordt verleend om met de kinderen naar [plaats A] te verhuizen en de kinderen op O.B.S. [X] in [plaats A] in te schrijven.

1.2

De vader is het ook niet eens met de bestreden beschikking. Hij wil dat het de moeder wordt verboden om (met en) zonder kinderen naar [plaats A] te verhuizen en haar te gebieden om met de kinderen in of binnen een straal van maximaal 15 km van [plaats F] te blijven wonen, dan wel binnen een straal van 15 km van [plaats F] terug te verhuizen, en de kinderen op haar adres in te schrijven. Verder wil de vader dat wordt bepaald dat de moeder de zorgregeling nakomt vanuit [plaats F] of maximaal 15 km vanaf [plaats F] en dat de moeder veroordeeld wordt in de kosten van het geding.

2 De procedure in hoger beroep

2.1

De moeder is op 17 maart 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De vader heeft op 7 mei 2025 een verweerschrift met daarin ook een incidenteel hoger beroep ingediend.

2.3

De moeder heeft op 25 juni 2025 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.

2.4

Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:

- een bericht van de zijde van de vader van 24 juni 2025 met bijlagen,

- een bericht van de zijde van de vader van 28 juli 2025 met bijlagen.

2.5

De zitting, oorspronkelijk gepland op 9 juli 2025, is op verzoek van de moeder aangehouden vanwege haar bevalling van haar zoon [zoon] [in] 2025.

2.6

De zitting heeft op 13 augustus 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de raad, vertegenwoordigd door M. Eijpe.

De GI is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

De advocaat van de moeder en de vader hebben op de zitting ieder een pleitnotitie overgelegd.

2.7

Het hof heeft met partijen ter zitting besproken dat vandaag een verkorte beschikking zal worden uitgesproken, waarna de verdere uitwerking daarvan op 21 oktober 2025 zal volgen. Partijen hebben uitdrukkelijk met deze gang van zaken ingestemd.

2.8

Dit is de uitwerking van de op 21 augustus 2025 uitgesproken verkorte beschikking.

3 De feiten

3.1

Uit de (inmiddels verbroken) relatie van de moeder en de vader (hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders) zijn geboren:

- [minderjarige 1] , geboren [in] 2019 te [plaats C] ;

- [minderjarige 2] , geboren [in] 2021 te [plaats D] .

De vader heeft de kinderen erkend.

3.2

De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.

3.3

De ouders hebben na hun uiteengaan een ouderschapsplan opgesteld. In dit ouderschapsplan, dat door partijen op 3 april 2024 is ondertekend, is onder meer het navolgende opgenomen:

Artikel 2.2 Verhuizing ouder

Bij een voorgenomen verhuizing zullen de ouders vooraf met elkaar in overleg treden. Er zal geen

limiet worden opgenomen van de afstand die er mag liggen tussen de

woonadressen van de beide ouders. Beide ouders verwachten niet te ver van elkaar af te

blijven en gaan wonen, maar willen toch vastleggen hoe om te gaan met het bezoekrecht als

een van beide gaat verhuizen en de reistijd met de auto meer is dan een half uur.

In dat geval willen ze dat niet een van de ouders opgezadeld wordt met een lange reistijd en

de andere ouder geen reistijd heeft. De reistijd zal dan verdeeld worden. Omdat [de moeder] een

parttimebaan heeft zal [de moeder] dan de kinderen naar [naam 1] brengen en zal [naam 1] de kinderen

terugbrengen.

Als dat beter uitkomt zal een andere dag worden afgesproken.

Mocht de reisafstand dusdanig zijn deze oplossing niet of niet altijd werkbaar is dan wordt

gekeken of een andere dag beter uitkomt en is de afspraak dat [naam 1] minimaal het recht

heeft op de dinsdag, of een andere dag, contact te hebben met de kinderen bijvoorbeeld

door te videobellen of iets dergelijks.

(...)

Artikel 3.1 Zorg/contactregeling

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gerechtigd tot contact en omgang met de niet/dagelijks verzorgende ouder. De ouders zijn een zorg/contactregeling overeengekomen zoals beschreven in bijlage 1 van dit ouderschapsplan:

Partijen kunnen als dat in een bepaald geval nodig is of in de toekomst op verzoek van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in onderling overleg van de overeengekomen zorgregeling afwijken.

Artikel 3.2 - Vervoer

De ouder bij wie [minderjarige 1] en [minderjarige 2] het laatst verblijft, brengt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar de andere ouder, zonodig of indien van toepassing inclusief de spullen en schoolspullen.

(...)

3.4

De reguliere zorgregeling zoals opgenomen in bijlage 1 van het ouderschapsplan komt er op neer dat (in de situatie dat de vader een eigen woning heeft) de kinderen iedere dinsdagmiddag bij de vader zijn vanaf 16.30/17.00 uur tot 19.00 uur waarbij de vader de kinderen haalt en brengt.

In de oneven weken zijn de kinderen op vrijdag van 16.00 tot 19.00 uur bij de vader waarbij de vader kinderen op vrijdagmiddag haalt en de moeder de kinderen bij de vader ophaalt.

In de even weekenden zijn de kinderen van vrijdag 16.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader.

3.5

De moeder is met haar huidige partner, dhr. [naam 2] , verhuisd naar [plaats A] . De koopwoning is geleverd aan de moeder en haar partner op 1 november 2024.

3.6

De moeder heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op dinsdag 7 januari 2025 rond 16.00 uur naar de vader gebracht. Vervolgens heeft de moeder de vader rond 16.30 uur een e-mail gestuurd, waarin onder meer het volgende staat:

"zoals je weet. is de kerstvakantie weer voorbij en mag ik niet wonen met de kinderen in [plaats A] te [A-straat] .

Ik kan alleen de kinderen opvangen in mijn huis in [plaats A] en niet ergens anders in [plaats F] . Aangezien ik de boetes niet kan betalen die me zijn opgelegd en ik natuurlijk niet zwanger en met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de auto in [plaats F] kan en mag wonen.

Laatje mij geen andere keus dan ze nu bij jou te laten. Bij deze zijn ze dus tot aan het hoger beroep bij jou.

We zijn bezig met een hoger beroep, dat laat nog even op zich wachten totdietijd heb jij ze dus."

3.7

Bij vonnis in kort geding van 5 februari 2025 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad is onder meer de moeder geboden de zorgregeling die is vastgelegd in het ouderschapsplan van 3 april 2024 na te komen, waarbij geldt dat de zorgregeling in of in de buurt van [plaats F] dient te worden nagekomen, met dien verstande dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de weekenden dat zij bij hun moeder zijn wel in [plaats A] mogen logeren. Daarnaast is bepaald dat de moeder een dwangsom verbeurt van € 750,- per dag dat zij in gebreke blijft de regeling na te komen, met een maximum van € 50.000,-.

In hoger beroep heeft het hof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 29 april 2025 het vonnis bekrachtigd.

3.8

De moeder heeft met haar partner [in] 2025 een zoon gekregen, [zoon] .

3.8

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn met ingang van 8 augustus 2025 onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar.

4 De omvang van het hoger beroep

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing