Home

Gerechtshof Amsterdam, 04-11-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2898, 200.353.126/01 NOT

Gerechtshof Amsterdam, 04-11-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2898, 200.353.126/01 NOT

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
4 november 2025
Datum publicatie
17 november 2025
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2898
Zaaknummer
200.353.126/01 NOT

Inhoudsindicatie

Klacht tegen notaris. Wijziging testament. Beoordeling wilsbekwaamheid. Beoordeling vrije wilsvorming. Stappenplan. Had notaris voldoende regie? Dubbel hoger beroep. Klacht ongegrond.

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummers : 200.353.126/01 NOT en 200.353.527/01 NOT

nummer eerste aanleg : SHE/2024/21

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 4 november 2025

inzake 200.353.126/01 NOT

[klager] ,

wonend te [plaats A] ,

appellant,

tegen

mr. [notaris ],

notaris te [plaats B] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. J.L.E. Marchal, advocaat te Maastricht,

en inzake 200.353.527/01 NOT

mr. [notaris ],

notaris te [plaats B] ,

appellante,

gemachtigde: mr. J.L.E. Marchal, advocaat te Maastricht,

tegen

[klager] ,

wonend te [plaats A] ,

geïntimeerde.

Partijen worden hierna de notaris en klager genoemd.

1 De zaak in het kort

De notaris heeft in december 2023 het gewijzigde testament van erflater gepasseerd. Voorafgaand aan het passeren van dit testament heeft de zus van klager een verklaring van een arts over de wilsbekwaamheid van erflater overgelegd. Klager verwijt de notaris, onder meer, dat zij haar zorgplicht heeft geschonden omdat zij de wilsbekwaamheid van erflater onvoldoende zorgvuldig heeft beoordeeld en onvoldoende heeft gewaakt voor een vrije wilsvorming van erflater. Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat de klacht tegen de notaris op alle onderdelen ongegrond is.

2 Het geding in hoger beroep

In de zaak met zaaknummer 200.353.126/01 NOT

2.1.

Klager heeft op 4 april 2025 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort [plaats C] (hierna: de kamer) van 17 maart 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORSHE:2025). Op 6 mei 2025 heeft het hof een aanvullend beroepschrift, met bijlagen, van klager ontvangen.

2.2.

De notaris heeft op 16 juni 2025 een verweerschrift bij het hof ingediend.

In de zaak met zaaknummer 200.353.527/01 NOT

2.3.

De notaris heeft op 15 april 2025 een beroepschrift, met bijlagen, bij het hof ingediend tegen de onder 2.1. genoemde beslissing van de kamer van 17 maart 2025.

2.4.

Klager heeft op 12 juni 2025 een verweerschrift, met bijlagen, bij het hof ingediend.

In beide zaken

2.5.

Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.

2.6.

Beide zaken zijn tegelijk behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 september 2025. Klager en de notaris, vergezeld van haar gemachtigde, zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; klager en de gemachtigde van de notaris aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

3 Feiten

Het hof verwijst naar de feiten die de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling daarvan geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. Waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan, zijn die feiten de volgende.

3.1.

De vader van klager (hierna: erflater) heeft in 2003 een testament gemaakt. Dat testament is door de ambtsvoorganger van de notaris gepasseerd. De moeder van klager is in 1985 overleden.

3.2.

In augustus 2023 hebben de zus van klager (hierna: de zus) en de broer van klager de kantonrechter verzocht een bewind in te stellen over alle goederen van erflater.

3.3.

Begin oktober 2023 heeft (de echtgenoot van) de zus telefonisch contact opgenomen met (het kantoor van) de notaris met het verzoek om een gesprek in te plannen over de wijziging van het testament van erflater. In dat telefoongesprek heeft de notaris een onderzoek door een arts naar de wilsbekwaamheid van erflater aan de orde gesteld. Op initiatief van (de echtgenoot van) de zus is vervolgens een onderzoek bij een arts aangevraagd; de notaris is niet betrokken geweest bij de aanvraag van dit onderzoek.

3.4.

Bij brief van 6 november 2023 heeft een specialist ouderengeneeskunde/onafhankelijk medisch adviseur, het volgende verklaard:

In het kader van een beoordeling van de wilsbekwaamheid, heb ik op 30 oktober 2023, onderzoek verricht bij [erflater], (...), woonachtig in woonzorgcentrum (...), om te beoordelen of hij bekwaam is om zijn wil te bepalen met betrekking tot het laten opstellen / wijzigen van zijn testament. Betrokkene begrijpt de inhoud en de gevolgen van het onderzoek van de wilsbekwaamheid inzake het wijzigen van het testament en is mijn inziens bekwaam om toestemming te geven voor het betreffende onderzoek.

Op het moment dat ik hem spreek heeft hij een helder bewustzijn. Hij werkt aan het onderzoek mee. Bij het onderzoek constateer ik geen cognitieve problemen. Uit zijn reacties en antwoorden blijkt dat hij voldoende in staat is om de juiste zaken aan elkaar te verbinden en tot oordelen te komen ten aanzien van deze keuze. Hij kan goed verwoorden waarom hij de voorliggende keuze in zijn testament maakt. Ook begrijpt hij de betekenis en de gevolgen hiervan voldoende.

Concluderend is mijn mening dat [erflater] bekwaam is om zijn wil te bepalen ten aanzien van het laten opstellen of wijzigen van zijn testament.

Deze verklaring is gericht aan het kantoor van de notaris en de bijbehorende factuur is geadresseerd aan de echtgenoot van de zus.

3.5.

Op 22 november 2023 is een bewind ingesteld over alle goederen van erflater.

3.6.

De notaris heeft een eerste bespreking gevoerd met erflater op 22 december 2023. Kort daarvoor heeft de notaris de hiervoor in 3.4. genoemde verklaring ontvangen.

3.7.

De notaris heeft op 28 december 2023 het testament van erflater gepasseerd. In dit testament heeft erflater klager onterfd, de twee kinderen van klager tot erfgenaam benoemd en de zus benoemd tot executeur.

3.8.

Erflater is [in] 2024 overleden.

3.9.

Medio maart 2024 heeft klager contact opgenomen met het kantoor van de notaris in verband met erflaters overlijden en heeft hij gevraagd naar het laatste testament van erflater.

3.10.

Bij e-mail van 20 maart 2024 heeft klager de notaris gevraagd om een afspraak op korte termijn. Klager wenste duidelijkheid te krijgen over de inhoud van erflaters laatste testament en de wijze waarop dit testament tot stand is gekomen.

3.11.

Bij e-mail van vrijdag 22 maart 2024 heeft klager de akte van overlijden van erflater aan een medewerker van de notaris (hierna: de medewerker), gezonden en nogmaals laten weten dat hij een spoedig contact met de notaris wenste.

3.12.

Op 27 maart 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden op het notariskantoor tussen klager, de medewerker en een aan het kantoor verbonden kandidaat-notaris (hierna: de kandidaat-notaris). Klager heeft toen een uittreksel van erflaters testament ontvangen.

3.13.

Bij e-mail van 2 april 2024 heeft klager de medewerker vragen gesteld over de inhoud van erflaters laatste testament en de wijze waarop dit testament tot stand is gekomen.

Op dezelfde dag heeft de medewerker per mail geantwoord dat hij de vragen van klager met de notaris zal bespreken.

3.14.

Bij e-mail van 3 april 2024 heeft de medewerker het volgende aan klager meegedeeld:

U heeft tijdens de bespreking d.d. 27 maart jongstleden om toelichting gevraagd aangaande de procedure van totstandkoming met betrekking tot het testament van uw vader, (...), opgemaakt op 28 december 2023. Uit voormeld testament, waarvan ik u tijdens voormelde bespreking een uittreksel heb overhandigd, blijkt dat u bent uitgesloten van erfopvolging. De toelichting over de procedure zal ik hieronder uiteenzetten.

De eerste aanzet van de voorbereiding van het testament is een gesprek geweest op het woonadres van wijlen uw vader. Hetgeen heeft geresulteerd in de voorbereiding van het testament en het opmaken van een concept, waarbij voor de wilsbekwaamheid het stappenplan wilsbekwaamheid van de KNB is gevolgd. Na akkoord bevinding door wijlen uw vader heeft er op 28 december 2023 ondertekening plaatsgevonden.

De notaris heeft een geheimhoudingsplicht jegens testateur, ten aanzien van al hetgeen testateur de notaris heeft toevertrouwd.

3.15.

Bij e-mail van 10 april 2024 heeft klager een uitgebreide reactie gestuurd naar de medewerker. Klager heeft aangegeven dat hij teleurgesteld is over de door de medewerker gestuurde reactie en dat de verstrekte informatie te summier en onvoldoende concreet is en niet het gevraagde beeld van de werkelijke gang van zaken schetst.

3.16.

Bij brief van 23 april 2024 heeft klager aan de notaris bericht dat zijn vragen nog niet voldoende zijn beantwoord en heeft hij aangekondigd een klacht bij de tuchtrechter te zullen indienen als de notaris de gevraagde informatie niet uiterlijk op 7 mei 2024 verstrekt.

3.17.

Op 13 mei 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klager, zijn echtgenote en de notaris.

3.18.

Bij e-mail van 14 juni 2024 heeft de medewerker een brief van de notaris naar klager gezonden. In deze brief staat het volgende vermeld:

Naar aanleiding van uw e-mails d.d. 3 en 10 april jl. heeft er op 13 mei jl. een bespreking met u en uw echtgenote op mijn kantoor plaatsgevonden.

(...)

Tijdens voornoemde bespreking heb ik u uitvoerig de procedure van de totstandkoming van het testament toegelicht.

U wenst echter nog een uiteenzetting op papier.

In oktober 2023 is door uw zus / haar echtgenoot telefonisch contact opgenomen voor het inplannen van een bespreking voor het wijzigen van het testament van uw vader.

Hierbij is aangegeven dat er alleen een bespreking kan plaatsvinden nadat een onafhankelijke arts de wilsbekwaamheid van uw vader heeft getoetst.

Zoals ook reeds bij u bekend heeft deze toetsing plaatsgevonden door [hof: naam arts] van [hof: naam bureau].

Na afgifte van de medische verklaring is er wederom door uw zus / haar echtgenoot telefonisch contact opgenomen om een afspraak in te plannen op verzoek van vader voor een bespreking wijziging testament.

Deze bespreking heeft plaatsgevonden op 22 december 2023 op het woonadres van uw vader.

Bij aankomst waren uw zus en haar echtgenoot ook ter plekke, welke ik echter heb verzocht de kamer te verlaten.

Los van het feit dat de wilsbekwaamheid van vader reeds door een onafhankelijke arts was vastgesteld, heb ik tijdens het gesprek met uw vader open vragen gesteld en is de consequentheid van vaders uitlatingen gecontroleerd.

Hetgeen heeft geresulteerd in de voorbereiding van het testament en het opmaken van een concept.

Na akkoordbevinding door uw vader van het concept is er op 28 december 2023 een afspraak ingepland voor ondertekening van het testament.

Ondertekening heeft wederom op het woonadres van uw vader plaatsgevonden in het bijzijn van twee getuigen van mijn kantoor.

Vooraf aan de ondertekening heeft in het bijzijn van de getuigen wederom een gesprek met uw vader plaatsgevonden, waarbij wederom open vragen zijn gesteld en de consequentheid van zijn uitlatingen zijn getoetst.

Daarna heeft na algehele voorlezing in het bijzijn van de twee getuigen ondertekening plaatsgevonden.

3.19.

Bij e-mail van 17 juni 2024 heeft klager aan de medewerker te kennen gegeven dat de door de notaris gegeven antwoorden maar zeer summier zijn en dat hij met zijn advocaat en zijn kinderen zal overleggen over vervolgstappen.

3.20.

Bij e-mail van 25 juni 2024 heeft klager de notaris verzocht om de door erflater benoemde executeur te vragen of zij haar benoeming heeft aanvaard en heeft hij onder meer meegedeeld dat hij zijn legitieme portie zal opeisen.

3.21.

Op verzoek van klager heeft een adviserend arts (hierna: adviserend arts), beoordeeld “Of het uit de situatie van 2021 aannemelijk is dat de conclusie over wilsbekwaamheid in 2023 gerechtvaardigd is”. Bij die beoordeling heeft de adviserend arts een op 11 november 2021 opgemaakt (neuro)psychologische rapport over erflater en de hiervoor onder 3.4. genoemde verklaring van 6 november 2023 betrokken. In zijn verklaring van 16 augustus 2024 heeft de adviserend arts de volgende conclusie opgenomen:

Conclusie:

Uit het aangeleverde dossier is niet concreet op te maken of het uit de situatie van 2021 aannemelijk is dat de conclusie over wilsbekwaamheid in 2023 gerechtvaardigd is.

4 De klacht

5 Beoordeling

6 Beslissing