Gerechtshof Amsterdam, 23-10-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2954, 200.350.857/01 OK
Gerechtshof Amsterdam, 23-10-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2954, 200.350.857/01 OK
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2025
- Datum publicatie
- 17 november 2025
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2954
- Zaaknummer
- 200.350.857/01 OK
Inhoudsindicatie
OK ; gecombineerde verzoeken (enquête, uittreding, uitstoting, samenhangende vorderingen) ; de OK wijzigt de betreffende aandeelhoudersovereenkomst, bepaalt dat een nadere mondelinge behandeling zal worden gehouden en houdt iedere verdere beslissing aan.
Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.350.857/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 23 oktober 2025
inzake het uittredingsverzoek
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLIMALEVEL HOLDING B.V.,
gevestigd te Wilbertoord,
2. [minderheidsaandeelhouder],
wonende te Erp,
VERZOEKERS,
advocaten: mr. P.M.N. Verloop en mr. H.C. Kok, kantoorhoudende te Amersfoort,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNITED ZERO B.V.
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. A.G.J. van Rinsum en mr. Y. Borrius, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLIMALEVEL NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Wilbertoord,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Comfort & Warmte X B.V.] ,
gevestigd te Wilbertoord,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. A.G.J. van Rinsum en mr. Y. Borrius, kantoorhoudende te Amsterdam,
inzake het uitstotingsverzoek
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNITED ZERO B.V.
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. A.G.J. van Rinsum en mr. Y. Borrius, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLIMA LEVEL HOLDING B.V.,
gevestigd te Wilbertoord,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. P.M.N. Verloop en mr. H.C. Kok, kantoorhoudende te Amersfoort,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLIMALEVEL NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Wilbertoord,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Comfort & Warmte X B.V.] ,
gevestigd te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. A.G.J. van Rinsum en mr. Y. Borrius, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[minderheidsaandeelhouder] ,
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. P.M.N. Verloop en mr. H.C. Kok, kantoorhoudende te Amersfoort.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
-
ClimaLevel Holding B.V. als Holding;
- -
-
W.J.M. [DGA] als [DGA] ;
- -
-
[minderheidsaandeelhouder] als [minderheidsaandeelhouder] en tezamen met Holding als Holding c.s.;
- -
-
ClimaLevel Nederland B.V. als CL;
- -
-
[Comfort & Warmte X B.V.] als C&W en tezamen met CL als de Vennootschappen; en
- -
-
United Zero B.V. als United Zero;
- -
-
United Zero tezamen met de Vennootschappen als United Zero c.s.
1 De zaak in het kort
Holding en [minderheidsaandeelhouder] houden samen 49% van de aandelen in ieder van de Vennootschappen. De rest van de aandelen is sinds mei 2023 in handen van United Zero, dat sindsdien ook enig bestuurder van de Vennootschappen is. In mei 2023 heeft Holding 51% van de aandelen in ieder van de Vennootschappen verkocht en geleverd aan United Zero, een investeringsmaatschappij, met de afspraak dat de resterende aandelen van Holding in de Vennootschappen in vier jaarlijkse tranches (in 2024, 2025, 2026 en 2027) ook aan United Zero zullen worden overgedragen tegen een prijs, gebaseerd op een ondernemingswaarde van 3,2 maal de gemiddelde EBITDA volgens de jaarrekeningen over de drie boekjaren voorafgaand aan de verkoop van de desbetreffende tranche. United Zero kreeg in mei 2023 ook een call-optie op het aandelenbelang van [minderheidsaandeelhouder] in de Vennootschappen tegen de hiervoor genoemde prijs, uit te oefenen na de vaststelling van de jaarrekeningen over 2026. Overeengekomen werd dat United Zero enig bestuurder van de Vennootschappen zou worden en dat Holding op basis van een managementovereenkomst met CL werkzaam zou blijven voor de Vennootschappen als technisch directeur. [minderheidsaandeelhouder] was en is werknemer van de Vennootschappen. Holding en [minderheidsaandeelhouder] hebben zich verder aan een concurrentie- en relatiebeding gebonden jegens United Zero. De drie aandeelhouders beoogden met hun gezamenlijke inspanningen de Vennootschappen te laten (door)groeien.
De beoogde groei van de Vennootschappen is niet tot stand gekomen. Integendeel: volgens de conceptjaarrekening over 2024 is de gezamenlijke EBITDA van de Vennootschappen in 2024 gedaald van € 432.614 in 2023 naar € 122.272 in 2024. In het laatste kwartaal van 2023 zijn spanningen ontstaan tussen Holding en United Zero, die daarna verder zijn opgelopen. Zij maakten elkaar over en weer verwijten, waarbij [minderheidsaandeelhouder] zich in de loop van 2024 geschaard heeft aan de zijde van Holding. United Zero heeft in november 2024 namens CL de managementovereenkomst met Holding opgezegd en [minderheidsaandeelhouder] heeft zich, eveneens in november 2024, ziekgemeld. United Zero is eind 2024 in gebreke gebleven met de afname van de eerste tranche aandelen van Holding wegens onvoldoende financiële middelen.
Holding en [minderheidsaandeelhouder] vragen de Ondernemingskamer in deze procedure onder meer United Zero te veroordelen om hun aandelen over te nemen. United Zero wil, omgekeerd, dat Holding wordt gedwongen om haar aandelen aan United Zero over te dragen. Tussen partijen is onder meer in geschil of bij de prijsbepaling van de aandelen de hiervoor genoemde – tussen partijen overeengekomen – formule voor de bepaling van de koopprijs moet worden gehanteerd en of een billijke verhoging moet worden toegepast als bedoeld in artikel 2:343 lid 3 BW. Daarnaast spelen er geschillen tussen partijen over de (nakoming) van de in mei 2023 tussen hen gesloten overeenkomsten, zoals over het concurrentie- en relatiebeding, en over de afwikkeling van de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen Holding en de Vennootschappen.
De Ondernemingskamer acht het uittredingsverzoek van Holding c.s. toewijsbaar omdat, kort gezegd, het mislukken van de beoogde samenwerking in de Vennootschappen, de verstoorde verhoudingen tussen partijen en de huidige (financiële) crisis in de onderneming in overwegende mate te wijten zijn aan United Zero. Volgens de Ondernemingskamer moet de genoemde formule bij de prijsbepaling van de aandelen tot uitgangspunt worden genomen en is een billijke verhoging van de prijs op zijn plaats. Ook worden de samenhangende vorderingen deels al door de Ondernemingskamer beoordeeld.
2 Het verloop van het geding
Holding c.s. hebben bij verzoekschrift van 6 februari 2025, zoals gewijzigd bij akte van 24 april 2025, de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
-
primair: te bevelen dat de door Holding c.s. gehouden aandelen in CL en C&W door United Zero dienen te worden overgenomen, een deskundige te benoemen om over de prijs van de betreffende aandelen te berichten en vervolgens deze prijs vast te stellen en daarbij een billijke verhoging toe te passen en United Zero te veroordelen deze prijs, vermeerderd met wettelijke rente, aan Holding c.s. te betalen;
-
subsidiair: een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van CL en C&W en één of meer personen te benoemen teneinde dit onderzoek te verrichten;
-
primair en subsidiair, als samenhangende vorderingen
a. CL te veroordelen tot betaling aan Holding van de managementvergoeding van €162.845,99 (inclusief btw), plus bonus van € 15.000, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 november 2024;
b. artikel 10 van de hierna te noemen koopovereenkomst en artikel 7 van de hierna te noemen aandeelhoudersovereenkomst te vernietigen, althans zodanig te wijzigen dat Holding c.s. niet meer gebonden zijn aan enig concurrentie- en relatiebeding, dan wel de gevolgen van deze bedingen te matigen;
c. United Zero, CL en C&W te gebieden artikel 6.1 van de aandeelhoudersovereenkomst na te komen uiterlijk binnen twee weken na het geven van de beschikking, op straffe van verbeurte van dwangsommen;
d. United Zero te gebieden de verkoperslening van € 50.000 aan Holding te voldoen, vermeerderd met 5% rente vanaf 1 januari 2025;
e. CL te gebieden zorg te dragen voor afwikkeling van de rekening-courantverhouding tussen Holding en CL, per ultimo 2023 een bedrag groot € 136.208, binnen twee weken na het geven van de beschikking, waarna het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke handelsrente;
f. CL dan wel C&W te veroordelen tot het voldoen van de vordering van Holding op CL en/of C&W van € 31.097 “ter zake enige belastingverplichting”, uiterlijk binnen twee weken na het geven van de beschikking, waarna het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke handelsrente;
4. primair en subsidiair, als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure
a. United Zero te schorsen als bestuurder van CL en C&W en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van deze vennootschappen;
b. het stemrecht op de door United Zero gehouden aandelen in CL en C&W te schorsen;
c. United Zero te veroordelen in de kosten van de procedure, inclusief de kosten van de deskundige.
United Zero c.s. hebben bij verweerschrift van 3 april 2025 de Ondernemingskamer verzocht Holding c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoek, dan wel dit af te wijzen, met veroordeling van Holding c.s. in de proceskosten. Zij hebben de Ondernemingskamer daarnaast, in een zelfstandig tegenverzoek, zoals gewijzigd bij akte van 1 mei 2025, verzocht om, samengevat,
-
primair: te bevelen dat de door Holding gehouden aandelen in de Vennootschappen dienen te worden overgedragen aan United Zero tegen betaling door United Zero van een prijs conform de door Talanton opgestelde notitie, althans een deskundige te benoemen om over de prijs te berichten en vervolgens deze prijs vast te stellen;
-
subsidiair, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschappen en één of meer personen te benoemen teneinde dit onderzoek te verrichten;
-
primair en subsidiair, als samenhangende vorderingen
a. Holding te veroordelen tot betaling van € 39.450 aan CL, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2024, althans 28 februari 2024,
b. Holding te veroordelen tot betaling van € 34.906,69 aan C&W, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2025,
c. Holding te veroordelen tot betaling van € 19.040 aan CL, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2025;
d. Holding te veroordelen tot betaling van € 190.681 aan CL, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2023;
e. Holding te veroordelen tot betaling van € 12.642 aan C&W, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2023;
f. Holding te veroordelen tot opheffing van alle beslagen;
4. en Holding c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder de kosten van de deskundige.
Holding c.s. hebben bij verweerschrift van 22 april 2025 de Ondernemingskamer verzocht United Zero c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun zelfstandig tegenverzoek, dan wel dit af te wijzen en United Zero te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder de kosten van de deskundige.
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 1 mei 2025. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en onder overlegging van tevoren toegestuurde nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
Op verzoek van partijen is de zaak vervolgens aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te beproeven onder leiding van een door de Ondernemingskamer aan partijen voorgestelde mediator. De mediation heeft niet geleid tot een minnelijke regeling. Partijen hebben ten slotte uitspraak gevraagd.
3 Feiten
[DGA] heeft de onderneming van de Vennootschappen aanvankelijk als een eenmanszaak gedreven. In 2007 heeft hij Holding opgericht, waarvan hij sindsdien enig bestuurder en enig aandeelhouder is. Holding heeft in 2007 CL opgericht en in 2008 C&W. Holding hield aanvankelijk alle aandelen in beide vennootschappen (tezamen hierna weer: de Vennootschappen) en was ook hun enig bestuurder.
In 2013 heeft Holding 4,99% van haar aandelen in het kapitaal van de Vennootschappen verkocht aan [minderheidsaandeelhouder] , destijds – en nog steeds – een werknemer van de Vennootschappen met een leidinggevende functie. [minderheidsaandeelhouder] heeft een chronische ziekte. Hij is voor de Vennootschappen werkzaam krachtens de zogenaamde vangnetregeling, die erop neerkomt dat het UWV het salaris van [minderheidsaandeelhouder] doorbetaalt als hij ziek wordt, terwijl dit zonder de regeling door de werkgever betaald zou moeten worden.
De Vennootschappen houden zich bezig met installatie van warmte- en klimaatsystemen. CL is gespecialiseerd in de vervaardiging van complexere, duurzame klimaat- en lichtbehandelingssystemen. C&W is gespecialiseerd in de installatie en onderhoud van cv-ketels en warmtepompen.
In 2022 zijn Holding c.s. op zoek gegaan naar een kandidaat die de vennootschappen zou kunnen overnemen om de onderneming te kunnen laten doorgroeien naar een hogere omzet. Die stap was ook ingegeven om het pensioen van [DGA] te verzilveren. In mei 2022 zijn zij in contact gekomen met United Zero.
United Zero is een in 2021 opgerichte investeringsmaatschappij binnen de installatiebranche, die uitdraagt dat zij een zogenoemde buy-and-build-strategie heeft. [bestuurder 1] en [bestuurder 2] zijn, via persoonlijke houdstervennootschappen, de indirecte bestuurders van United Zero. Zij zijn eveneens indirect aandeelhouders van United Zero, naast Hooibrug Participatiemaatschappij B.V. (hierna: Hooibrug). Hooibrug financiert United Zero ook met vreemd vermogen op grond van de hierna te vermelden overeenkomst van geldlening. United Zero heeft één andere deelneming, De Wijnbergen Technisch Installatiebedrijf B.V. (hierna: De Wijnbergen), waarvan United Zero alle aandelen houdt.
In mei 2022 zijn gesprekken gestart tussen Kharpatoe en Hendrix enerzijds en [DGA] anderzijds. In mei 2022 heeft Holding aan United Zero een informatiememorandum over de Vennootschappen verstrekt en in augustus 2022 een presentatie inclusief – op verzoek van United Zero – een prognose (beide opgesteld door Dutch Dream B.V., de verkoopadviseur van Holding). In de prognose wordt een groei van de EBITDA van de Vennootschappen voorzien van € 292.630 in 2022 naar € 485.211 in 2023, 458.821 in 2024 en € 580.097 in 2025. United Zero heeft vervolgens in november 2022 een door haar opgesteld plan van aanpak aan Holding verstrekt, met daarin een aantal uitgangspunten, acties en een planning, en een non binding offer van 30 november 2022 met daarin een totale overnameprijs van € 689.952, waarvan ongeveer de helft direct te betalen voor de eerste 51% van de aandelen en de rest pas in 2024, 2025, 2026 en 2027, bij de overdracht van de resterende aandelen van Holding. Bij e-mail van 23 december 2022 heeft de verkoopadviseur van Holding aan United Zero geschreven dat Holding een vorm van (verhaals)zekerheid verlangt van United Zero “dat de betalingen voor de opvolgende tranches van aandelen daadwerkelijk zullen plaatsvinden”. De verkoopadviseur schreef verder:
“Verkoper wil uitsluitend een deal doen als koper een voor verkoper bevredigende vorm van zekerheid biedt (koper is inmiddels een nieuw fonds zonder enige verhaalsmogelijkheden, en verkrijgt op closing tegen een zeer gunstige prijs een meerderheidsbelang). Wij ontvangen graag een serieus voorstel voor (zakelijke) zekerheid.”
Op 24 januari 2023 heeft United Zero aan Holding een kopie verstrekt van een mezzanine geldlening van 7 november 2022 tussen haar en Hooibrug. Op de voorpagina van de kopie heeft United Zero handgeschreven vermeld: “Zekerheidsstelling t.b.v. toekomstige overname aandelen Climalevel Nederland”, met daaronder de handtekeningen van haar bestuurders. Blijkens dit document hebben Hooibrug, als geldgever, en United Zero, als geldnemer, een mezzanine leningsovereenkomst gesloten op basis waarvan United Zero aanspraak kan maken op een geldlening van in totaal € 1.500.000 (hierna: de mezzaninelening), door Hooibrug op verzoek van United Zero ter beschikking te stellen in tranches van minimaal € 100.000, in veelvoud van € 50.000.
Op 31 januari 2023 hebben Holding en United Zero een intentieovereenkomst ondertekend.
Op 26 mei 2023 zijn vervolgens de volgende overeenkomsten ondertekend: - een koopovereenkomst tussen Holding, [DGA] en United Zero betreffende de aandelen van Holding in de Vennootschappen (hierna: de koopovereenkomst);
- een managementovereenkomst tussen Holding en CL (hierna: de managementovereenkomst);
- twee gelijkluidende aandeelhoudersovereenkomsten (voor ieder van de Vennootschappen één) tussen United Zero, Holding, [minderheidsaandeelhouder] , [DGA] en ieder van de Vennootschappen (hierna in enkelvoud: de aandeelhoudersovereenkomst);
- een overeenkomst van geldlening tussen United Zero en Holding op grond waarvan Holding aan United Zero een (verkopers)lening van € 50.000 verstrekt (hierna: de verkoperslening);
- een overeenkomst van geldlening tussen de Vennootschappen, Holding en [minderheidsaandeelhouder] op basis waarvan de Vennootschappen de dividenduitkeringen over 2022 aan Holding en [minderheidsaandeelhouder] verschuldigd blijven (hierna: de dividendlening);
- een overeenkomst van geldlening tussen CL en Holding op basis waarvan CL het bedrag van € 68.000 waarvoor Holding een voorraad heeft voorgefinancierd aan Holding schuldig blijft (hierna: de voorraadlening).
De koopovereenkomst
In de koopovereenkomst heeft Holding 51% van haar aandelen in de Vennootschappen verkocht aan United Zero voor de prijs van € 326.099. Holding en United Zero zijn verder overeengekomen dat de overige aandelen van Holding in de Vennootschappen in vier jaarlijkse tranches “zullen worden verkocht” en geleverd aan United Zero:
- een eerste tranche van 13% na de vaststelling van de jaarrekening over 2023,
- een tweede tranche van 12% na de vaststelling van de jaarrekening over 2024,
- een derde tranche van 12% na de vaststelling van de jaarrekening over 2025,
- en de laatste tranche van 7,01% na de vaststelling van de jaarrekening over 2026.
De koopprijs van ieder van deze tranches wordt in de koopovereenkomst bepaald op een (met de genoemde percentages) evenredig deel van de waarde van alle aandelen, waarbij de waarde van alle aandelen wordt bepaald op:
(3,2 x de gemiddelde EBITDA over de drie voorafgaande boekjaren) minus de netto-schuld van de Vennootschappen (als in de koopovereenkomst nader gedefinieerd).
Deze prijsbepalingsmethode zal hierna de Rekenmethode worden genoemd.
United Zero dient ingevolge de koopovereenkomst binnen 10 werkdagen na vaststelling van de relevante jaarrekeningen van de Vennootschappen, doch uiterlijk 1 juni van het bewuste boekjaar, een voorstel voor de koopprijs van de desbetreffende aandelentranche te doen, waarover indien nodig in overleg getreden kan worden. Tot zekerheid voor de nakoming van haar verplichting tot betaling van de koopprijs voor de resterende tranches heeft United Zero zich verplicht een trekkingsverzoek te doen onder de mezzaninelening indien en voor zover zij niet in staat is om de betreffende koopprijs te voldoen (artikel 4.7).
De koopovereenkomst voorziet er verder in dat Holding aftreedt als bestuurder en United Zero wordt benoemd als bestuurder en dat Holding een stemrechtloos winstaandeel krijgt, wat blijkens de aandeelhoudersovereenkomst gedurende vijf jaar recht geeft op een preferent dividend van 30%. De koopovereenkomst verplicht tot slot tot het aangaan van de managementovereenkomst, de aandeelhoudersovereenkomst, de verkoperslening, de dividendlening en de voorraadlening.
De managementovereenkomst
De managementovereenkomst geeft Holding recht op een managementvergoeding van € 85.000 exclusief btw per jaar, exclusief een bonus van € 15.000 per jaar, te ontvangen wanneer de gebudgetteerde resultaten worden behaald (artikel 2.1). De overeenkomst bevat verder een geheimhoudingsbeding: United Zero en Holding zullen de informatie die zij met betrekking tot elkaar ontvangen in verband met de uitvoering, het bestaan en de inhoud van de managementovereenkomst niet aan derden openbaren tenzij het informatie van algemene bekendheid betreft of openbaarmaking op grond van de wet of een reglement verplicht is (artikel 5).
De duur en de opzegging van de managementovereenkomst zijn geregeld in artikel 1.3 en 1.4. Artikel 1.3 bepaalt, geparafraseerd, dat de overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en door beide partijen kan worden opgezegd tegen 31 mei 2026 (met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden). CL kan de overeenkomst voor die tijd niettemin met onmiddellijke ingang beëindigen, maar dan dient zij de managementvergoeding door te betalen tot en met 26 mei 2026. Vervolgens bepaalt artikel 1.4 dat CL de managementovereenkomst door middel van een schriftelijke verklaring met onmiddellijke ingang kan beëindigen in de volgende gevallen:
“a. indien de handelingen en/of het gedrag van [Holding of [DGA] ] mutatis mutandis kunnen worden aangemerkt als (a) redenen als bedoeld in artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek (ontslag wegens dringende reden) dan wel (b) een redelijke grond als genoemd in artikel 7:669 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek;
b. indien Holding] enige verplichting onder deze Overeenkomst niet nakomt en deze niet nakoming nog voortduurt nadat 30 kalenderdagen zijn verstreken vanaf het moment waarop de Vennootschap [Holding] daarvan schriftelijk in gebreke hebben gesteld;
c. indienHolding] failliet wordt verklaard;
d. indienHolding] wordt ontbonden;
e. indien op [DGA] ] de wettelijke schuldsanerinq natuurlijke personen (WSNP) van toepassing wordt verklaard;
f. indien [DGA] ] (direct of indirect) niet langer enig bestuurder en/of enig aandeelhouder is van [Holding]. ”
De aandeelhoudersovereenkomst
De aandeelhoudersovereenkomst bevat voor zover relevant de volgende bepalingen:
- Het is de aandeelhouders van de Vennootschappen (United Zero en Holding c.s.) verboden om zonder toestemming van United Zero hun aandelen te vervreemden binnen vijf jaar na de toetreding van United Zero (de lock up-bepaling, artikel 4.1).
- United Zero kan Holding c.s. verplichten hun aandelen (mee) te verkopen aan een derde onder dezelfde voorwaarden als United Zero (de drag along-bepaling, artikel 4.4). Daarnaast is een tag along-bepaling ten gunste van iedere aandeelhouder opgenomen, voor het geval een aandeelhouder zijn aandelen (gedeeltelijk) verkoopt (artikel 4.5).
- United Zero heeft een call-optie op de aandelen van [minderheidsaandeelhouder] , uit te oefenen na vaststelling van de jaarrekening over het boekjaar 2026, tegen de prijs volgens de Rekenmethode (de call-optie, artikelen 4.7 tot en met 4.11).
- Voor Holding, [DGA] en [minderheidsaandeelhouder] geldt een concurrentie- en relatiebeding. Dat houdt, kort gezegd, in dat zij zich jegens United Zero verplichten om gedurende de periode dat zij aandelen houden en een periode van drie jaar daarna (i) niet betrokken te zijn bij een onderneming die met de Vennootschappen concurreert, (ii) geen klanten, afnemers, leveranciers en andere relaties van de Vennootschappen te bewegen of trachten te bewegen hun relatie met de Vennootschappen te wijzigen op een voor de Vennootschappen nadelige wijze en (iii) niet personen werkzaamheden te laten verrichten die minder dan drie jaar daarvoor werkzaamheden voor de Vennootschappen hebben verricht. Het concurrentie- en relatiebeding is versterkt met een boetebeding (artikel 7).
- De Vennootschappen moeten uiterlijk twee maanden voor het einde van het boekjaar een businessplan opstellen voor het daaropvolgende boekjaar en dit voorleggen aan de algemene vergadering, die het moet goedkeuren. Het businessplan bevat in ieder geval mededelingen omtrent het budget, de verwachte omzet en investeringen, het beleid inzake personeel, de wijze van financiering, de verwachte financieringsbehoefte, de verwachte resultaten voor het nog lopende boekjaar en de periode waarop het businessplan betrekking heeft (artikel 5.1).
- De Vennootschappen verstrekken de aandeelhouders binnen vijf maanden na ieder boekjaar de door de accountant van de Vennootschappen gecontroleerde jaarrekening over het boekjaar (artikel 5.2).
- De aandeelhouders spannen zich ervoor in dat [DGA] wordt ontslagen uit de door hem aan de Rabobank verstrekte “garantstelling” in het kader van de tot de Vennootschappen ter beschikking staande kredietfaciliteit. Met “garantstelling” is bedoeld de derdenhypotheken die [DGA] op zijn woning en een bedrijfspand heeft verstrekt aan Rabobank voor al hetgeen de Vennootschappen aan Rabobank (op enig moment) verschuldigd (zullen) zijn. [DGA] heeft een regresrecht op United Zero voor 50% van de door hem aan Rabobank uit hoofde van de “garantstelling” betaalde bedragen (artikel 6.1).
- Met betrekking tot het dividendbeleid over de boekjaren 2023 tot en met 2027 is bepaald dat 30% van de totale winst, met inachtneming van artikel 2:216 BW, aan Holding zal worden uitgekeerd als houder van het preferente winstaandeel, en dat de resterende 70% zal worden toegevoegd aan de reserves ten behoeve van in de businessplannen uit te werken investeringen. Het winstaandeel van Holding zal na de uitkering van de winst over 2027 om niet door de Vennootschappen worden ingekocht (artikel 6.5 en 6.6).
De overeenkomsten van geldlening
Op grond van de verkoperslening is United Zero € 50.000 van de initiële koopprijs (van € 326.099) aan Holding schuldig gebleven, tegen een rente van 5% per jaar, per kwartaal te voldoen. Overeengekomen is dat United Zero de hoofdsom uiterlijk op 26 mei 2027 moet terugbetalen of bij een volledige vervreemding van (nagenoeg) alle aandelen in het kapitaal van de Vennootschappen of van (nagenoeg) alle activa van de Vennootschappen.
In de overeenkomst betreffende de dividendlening is bepaald dat CL en C&W de dividendbedragen over 2022 die zij aan Holding (respectievelijk € 190.681,27 en € 12.642,03) en [minderheidsaandeelhouder] (respectievelijk € 10.014,73 en € 663,97) dienen te betalen ten titel van geldlening verschuldigd blijven; en dat de Vennootschappen deze bedragen zo snel mogelijk en uiterlijk op 26 mei 2024 zullen voldoen, waarbij de rente van 5% op jaarbasis aan de hoofdsom wordt toegevoegd.
In de overeenkomst betreffende de voorraadlening is bepaald dat CL het bedrag van € 68.000 dat Holding van haar te vorderen heeft wegens voorgefinancierde voorraad aan Holding schuldig blijft ten titel van geldlening; en dat CL dit bedrag zo snel mogelijk en uiterlijk op 26 mei 2024 zal voldoen, waarbij de rente van 5% op jaarbasis aan de hoofdsom wordt toegevoegd.
Gebeurtenissen na de toetreding van United Zero
Vanaf het najaar van 2023 is in toenemende mate wrijving tussen United Zero en [DGA] en een verschil van mening over ieders rol in de onderneming ontstaan. Zo was [DGA] teleurgesteld over de inzet van de zijde van United Zero en, meer in het bijzonder, over het (wat hem betreft) uitblijven van voldoende initiatieven van de zijde van United Zero om de onderneming te laten groeien. United Zero meende dat bij [DGA] onwil bestond om zich aan de nieuwe verhoudingen aan te passen. Verder verweet zij [DGA] dat deze voor onrust in de onderneming zorgde door het personeel te informeren over vertrouwelijke onderwerpen die tussen de aandeelhouders waren besproken. [DGA] is vanaf begin 2024 gaan aandringen op betalingen onder de dividendlening en de voorraadlening en nakoming van artikel 6.1 van de aandeelhoudersovereenkomst, opdat Rabobank de derdenhypotheken van [DGA] zou kunnen vrijgeven. Dat vond United Zero prematuur en leidde bij haar tot irritatie, vooral nadat [DGA] in april 2024 bij Hooibrug navraag had gedaan of zij aan United Zero een mezzaninelening had verstrekt.
Vanaf begin 2024 hebben de Vennootschappen De Wijnbergen wel eens ingeschakeld bij het uitvoeren van projecten. Besluitvorming in de algemene vergadering heeft daarover niet plaatsgevonden.
Bij e-mail van 26 mei 2024 heeft Holding ( [DGA] ) United Zero in gebreke gesteld voor de nakoming van de betalingen die United Zero uiterlijk op 26 mei 2024 moest verrichten (vermeld in 3.17 en 3.18). In diezelfde e-mail heeft Holding ( [DGA] ) zijn zorgen geuit over vanuit CL “zonder toestemming” verrichte betalingen.
In reactie hierop hebben de Vennootschappen op 29 mei 2024 aan Holding de betalingen verricht uit hoofde van de dividendlening en de voorraadlening, inclusief rente.
Bij e-mail van 29 mei 2024 heeft United Zero aan [DGA] gevraagd om aangelegenheden die tussen United Zero en Holding spelen niet (langer) met mensen op de werkvloer te delen. [DGA] heeft in een reactie op die e-mail onder meer geschreven: “Laat mij maar weten wat jullie voor al mijn aandelen willen betalen of zeg wat jullie voor je aandelen willen hebben.”
Aansluitend hebben tot begin september 2024 gesprekken plaatsgevonden tussen United Zero en [DGA] , deels onder leiding van een bemiddelende derde (een functionaris van Hooibrug), met als doel samenwerking in de Vennootschappen alsnog mogelijk te maken. Volgens United Zero hebben die gesprekken geresulteerd in de afspraak dat [DGA] een maand lang zijn werkzaamheden zou staken en niet op kantoor zou verschijnen (een time-out). [DGA] betwist deze afspraak.
Tussen 15 januari 2024 en 30 september 2024 heeft CL € 149.579,42 naar United Zero overgemaakt, waaronder negen betalingen van € 7.300 wegens aflossing en rente voor een lening van € 300.000 die United Zero vlak voor het sluiten van de koopovereenkomst was aangegaan met Voordegroei B.V. , en een totaalbedrag van € 23.264,46 met als omschrijving “rekening-courant”. Tussen 31 januari 2024 en 29 mei 2024 zijn er tussen CL en De Wijnbergen ook diverse betalingen verricht met als omschrijving “rekening-courant”. Het saldo van deze betalingen is een bedrag van € 5.000 dat van CL naar De Wijnbergen is overgemaakt.
In juli 2024 heeft United Zero de accountant van de Vennootschappen vervangen door een andere accountant; op dat moment waren de jaarrekeningen over 2023 nog niet vastgesteld en de jaarrekeningen over 2022 nog niet gedeponeerd.
Eveneens in juli 2024 werden de Vennootschappen geconfronteerd met acute liquiditeitsproblemen. Daaraan droeg bij dat er een achterstand in het factureren was voor een bedrag van € 175.000 - € 200.000.
Op 12 augustus 2024 hebben C&W en CL dwangbevelen ontvangen van de belastingdienst met betrekking tot achterstallige betalingen van de loonheffingsaanslagen van april 2024, van respectievelijk € 4.392 en € 8.033. Ook leveranciers bleven onbetaald, met als gevolg dat zij (althans een aantal van hen) nog slechts bereid waren te leveren na betaling. Tussen (in ieder geval) oktober en december 2024 hebben de Vennootschappen verschillende klachten ontvangen over het uitblijven van betalingen door de Vennootschappen, het niet (kunnen) krijgen van contact en het uitblijven van beloofde oplossingen.
Ook is in toenemende mate onrust op de werkvloer ontstaan, met als uiteindelijk gevolg dat van de tien werknemers die in mei 2023 voor de Vennootschappen werkten, er drie ontslag hebben genomen en er (inclusief [minderheidsaandeelhouder] ) drie ziek thuis zijn komen te zitten. United Zero heeft de vacante posities (deels) weer ingevuld.
Op 26 augustus 2024 waren de concept-jaarrekeningen over 2023 gereed en heeft United Zero een voorstel van € 113.975 gedaan aan Holding voor de koopprijs van de eerste tranche van 13% van de aandelen in de Vennootschappen:.
In de week van 9 september 2024 is [DGA] op kantoor verschenen. Daarop heeft United Zero bij brief van 13 september 2024 Holding ( [DGA] ) verboden om verdere werkzaamheden uit hoofde van de managementovereenkomst te verrichten of op het werk te verschijnen. United Zero heeft tevens kenbaar gemaakt over te zullen gaan tot beëindiging van de managementovereenkomst als zij en Holding ( [DGA] ) niet tot een minnelijke regeling, zoals een exit, komen. Als toelichting op de schorsing werd gegeven dat [DGA] zich niet aan de time-out had gehouden. Verder werd aan [DGA] verweten personeelsleden te hebben geïnformeerd over het gesprek dat hij de week daarvoor met United Zero had gevoerd. Geschreven werd tot slot:
“We kunnen niet tolereren dat je je, ondanks herhaalde verzoeken, niet aan de gemaakte afspraken houdt en dat je onrust op de werkvloer veroorzaakt en stemming maakt. Je ondermijnt daarmee onze positie als grootaandeelhouder en bestuurder.”
Holding c.s. hebben bij brief van 25 september 2024 op de schorsing gereageerd. Zij hebben onder meer geschreven:
“Enkele maanden na die verkoop merkten wij dat United Zero als koper niet de beloftes kon waarmaken die zij voorafgaand aan de verkoop heeft gedaan. Bijvoorbeeld de belofte dat personeel eenvoudig beschikbaar zou zijn is niet nagekomen, de voorgestelde groei is nog niet gerealiseerd, maar ook afspraken uit overeenkomsten (zoals het tijdig aanleveren van cijfers, maar ook het opheffen van de borg van [ [DGA] ] bij de bank) zijn niet nagekomen. Er is dus veel breder en al veel langer onvrede over onze samenwerking. Dat is ook meermaals gedeeld. Het voelt alsof [ [DGA] ] nu via een schorsing het deksel op zijn neus krijgt omdat hij jullie herhaaldelijk herinnerd heeft aan de afspraken (...)
In reactie op het bericht van 29 mei 2024 heeft [ [DGA] ] al betwist dat hij geheime informatie heeft gedeeld met het personeel (...). De brief van 13 september klopt van geen kant. [ [DGA] ] heeft – na overleg met [de derde die als bemiddelaar was opgetreden in de gesprekken] – met tegenzin voldaan aan jullie verzoek, maar eerst nadat hij de noodzakelijke werkzaamheden had verricht om ervoor te zorgen dat de onderneming kon blijven draaien en het personeel voldoende instructie had om verder te komen. (...)
Ook nu betwist [ [DGA] ] dat hij geheime informatie heeft gedeeld met het personeel.”
Verder hebben Holding c.s. in deze brief hun zorgen geuit over het effect van de schorsing op de Vennootschappen, het door United Zero gevoerde bestuur van de Vennootschappen en de nakoming van onderling gemaakte afspraken. Tot slot hebben zij voorgesteld onder professionele begeleiding met elkaar in gesprek te gaan; dit voorstel hebben zij nog enkele malen herhaald. In ieder geval op 9 oktober 2024 is daarop positief gereageerd namens United Zero c.s. Uiteindelijk hebben partijen op initiatief van United Zero (eind november 2024) een mediator aangezocht. Een schikking is echter niet tot stand gekomen.
Op 3 oktober 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [minderheidsaandeelhouder] en United Zero, waarbij onder andere gesproken is over de bedrijfsvoering door United Zero, de (toekomstige) rol van [minderheidsaandeelhouder] bij de Vennootschappen en de ontstane onrust. Het verslag dat United Zero daarvan heeft gemaakt en aan [minderheidsaandeelhouder] heeft toegezonden, is door [minderheidsaandeelhouder] op 7 oktober 2024 aan United Zero geretourneerd met aanvullingen, waarin kritiek op de handelwijze van United Zero tot dan toe is te lezen.
Holding c.s. hebben bij brief van 23 oktober 2024 hun bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken binnen de Vennootschappen kenbaar gemaakt en informatieverzoeken gedaan. Hierop is door United Zero bij brief van 2 november 2024 gereageerd, onder bijvoeging van de voorlopige resultaten tot en met het derde kwartaal van 2024 (zonder toelichting) .
Bij een tweede brief van United Zero aan Holding van 2 november 2024 heeft zij concrete voorbeelden genoemd van uitlatingen die [DGA] tegenover het personeel zou hebben gedaan en die tot de schorsing van Holding aanleiding hebben gegeven. Een bijgevoegde schriftelijke verklaring van 2 november 2024 van de operationeel manager van de Vennootschappen maakt melding van diverse uitlatingen van [DGA] op de werkvloer die United Zero in een kwaad daglicht stellen, onder meer in de trant van “United Zero bedriegt de boel” en “United Zero wil de zaak leegtrekken”. United Zero maakt in deze brief verder melding van “mogelijk niet te herleiden (privé)boekingen”, die mogelijk “onttrekkingen” zouden vormen. United Zero heeft Holding de gelegenheid geboden om in het kader van hoor en wederhoor tekst en uitleg te verschaffen omtrent deze boekingen, die in een bijlage bij de brief werden vermeld en onder meer zagen op werkzaamheden verricht voor de dochter van [DGA] , die niet in rekening zouden zijn gebracht, en twee onverklaarde creditfacturen, waarvan er één ter grootte van € 1.220,89 ook aan de dochter van [DGA] was gericht.
Op 4 november 2024 heeft [minderheidsaandeelhouder] zich ziekgemeld.
In de week van 4 november 2024 heeft [DGA] op het kantoor van de Vennootschappen een kluis geopend waarvan alleen hij de sleutel bezat, met daarin een bedrag van € 39.451 aan contanten, en de contanten deels onder het personeel verdeeld en deels zelf meegenomen. [DGA] had het geld, dat door een opdrachtgever in contanten was betaald, enkele weken daarvoor van [minderheidsaandeelhouder] ontvangen en in de kluis gelegd.
Bij brief van 11 november 2024 heeft CL de managementovereenkomst met Holding opgezegd met onmiddellijke ingang op grond van artikel 1.4 onder a sub (b) van de managementovereenkomst (“een redelijke grond als genoemd in artikel 7:669 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek”), met onmiddellijke stopzetting van betaling van de managementvergoeding. Als redenen werden genoemd (i) verzwijging van twee onterechte crediteringen en (ii) het in 3.37 vermelde incident.
Bij brief van 14 november 2025 heeft Holding gereageerd op de schorsing en de daarop gevolgde beëindiging van de managementovereenkomst. In de brief betwist Holding opnieuw dat zij haar geheimhoudingsverplichting heeft geschonden en stelt verder dat het contante geld – dat volgens haar goeddeels uit fooien bestaat – altijd jaarlijks onder personeel wordt verdeeld en dat dit past in een bestendige gedragslijn. Holding vordert ten slotte doorbetaling van haar managementvergoeding en laat weten behoefte te hebben aan een aandeelhoudersvergadering ten behoeve van het verkrijgen van informatie.
Op of rond 14 november 2024 hebben United Zero en Holding de prijs voor de eerste tranche aandelen bepaald op € 111.902. In november 2024 heeft United Zero aan Hooibrug verzoeken gedaan tot het beschikbaar stellen van gelden onder de mezzaninelening, onder meer voor het afnemen van die tranche. Op 11 december 2024 heeft United Zero bevestigd de koopprijs niet te kunnen betalen. United Zero heeft de aandelen niet overgenomen.
Op 12 december 2024 zijn de – nog niet door de algemene vergadering vastgestelde – jaarrekeningen over 2023 gedeponeerd met de onjuiste vermelding dat deze op 29 augustus 2024 zijn vastgesteld.
Op 14 januari 2025 heeft op uitnodiging van Holding c.s. een gecombineerde aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden, met als agendapunten onder meer de vaststelling van de jaarrekeningen 2023 en de uitkering van 30% preferent dividend aan Holding op basis van die jaarrekeningen. Deze agendapunten zijn verdaagd vanwege het ontbreken van een toelichting van de accountant.
Holding c.s. hadden voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering om informatie verzocht ter voorbereiding van de te bespreken agendapunten, onder meer bij brief aan de advocaat van United Zero c.s. van 6 januari 2025. Zij verzochten onder meer om (i) een businessplan voor 2025 conform artikel 5.1 van de aandeelhoudersovereenkomst, (ii) (financiële) prognoses voor 2025, (iii) een overzicht besluitvorming met een (mogelijk) tegenstrijdig belang en (iv) een analyse van de personeelsproblematiek. Voorafgaand aan de vergadering is geen informatie verstrekt. Over de transacties tussen de Vennootschappen enerzijds en De Wijnbergen en United Zero anderzijds is ter vergadering gesproken. Op 30 januari 2025 is aan Holding c.s. een begroting (zonder toelichting) voor beide Vennootschappen voor 2025 verstrekt alsmede een indicatie van de omvang van de opdrachtportefeuille van de Vennootschappen, eveneens zonder toelichting, uitgesplitst naar bedragen voor “in opdracht”, “hot leads” en ”offertes”. Verder is aan Holding c.s. een verklaring van de accountant van de Vennootschappen verstrekt, inhoudende (i) dat de schuld in rekening-courant aan Rabobank niet wordt afgelost wegens onvoldoende financiële middelen en (ii) dat geen berekening is uitgevoerd om vast te stellen of over 2023 aan Holding 30% van de winst kon worden uitgekeerd, omdat het bestuur een uitkering “niet zag zitten”.
Op 27 januari 2025 heeft Holding conservatoire derdenbeslagen laten leggen, enerzijds ten laste van United Zero tot zekerheid van haar vordering tot betaling van de koopprijs voor de eerste tranche en anderzijds ten laste van CL tot zekerheid van haar (gestelde) vordering tot doorbetaling van de managementvergoeding tot mei 2026.
Op 28 februari 2025 hebben de Vennootschappen aan Holding een aangepaste verklaring van de accountant van die datum gezonden, waarin de accountant toelicht dat in de definitieve jaarrekeningen over 2023 geen dividenduitkering is verwerkt op grond van de slechte liquiditeitspositie van de Vennootschappen per 30 juni 2024 en 30 september 2024.
Op 11 april 2025 heeft Hooibrug het uitgeleende geld onder de mezzaninelening opgeëist op de grond dat United Zero haar ondanks diverse aanmaningen niet de financiële informatie heeft verschaft die zij ingevolge de overeenkomst van geldlening dient te verschaffen.
Op 15 april 2025 heeft een gecombineerde aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. Een deel van de door Holding c.s. gevraagde informatie is door United Zero kort voor de vergadering, in de avond van 14 april 2025 per e-mail gedeeld. Het betreft de conceptjaarrekeningen over 2024, met een voorbehoud van de accountant ten aanzien van de continuïteitsveronderstelling en een liquiditeitsprognose voor de Vennootschappen voor het boekjaar 2025. United Zero heeft over de oorzaak en gevolgen van de opzegging van de mezzaninelening in dit bericht geschreven:
“De relatie met Hooibrug staat enorm onder druk door het conflict tussen de betrokkenen. Op 11 april ontving [United Zero] een bericht van Hooibrug waarin zij haar investeringen onder de Mezzanine opeist op grond van het beweerdelijke tekortschieten van [United Zero] in de nakoming daarvan. Alhoewel daarvoor naar de mening van [United Zero] geen grondslag bestaat en zij (onder andere) het opeisen van de investeringen onder de Mezzanine inhoudelijk (zal) betwist(en), maakt de situatie die thans voorligt dat zij niet kan overgaan tot het delen van de Conceptjaarrekening 2024 zonder dat er dienaangaande een voorbehoud wordt gemaakt door de Accountant. (...)
Door de namens Holding/ [DGA] gelegde beslagen heeft (...) een herfinanciering van het werkkapitaal plaatsgevonden. Dat beschikbaar gestelde geld wordt thans (ook) opgeëist door Hooibrug. Dat maakt dat er op dit moment geen sprake kan zijn van enige ruimte ten aanzien van enig uit te keren dividend (...)”
Volgens de conceptjaarrekening over 2024 is het gezamenlijke resultaat voor belastingen van de Vennootschappen gedaald van € 384.701 in 2023 naar € 60.673 in 2024 en is de gezamenlijke EBITDA gedaald van € 432.614 in 2023 naar € 122.272 in 2024.