Gerechtshof Amsterdam, 07-01-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:7, 200.338.099/01
Gerechtshof Amsterdam, 07-01-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:7, 200.338.099/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Datum publicatie
- 8 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:7
- Zaaknummer
- 200.338.099/01
Inhoudsindicatie
overeenstemming over gezag, hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Kinder- en partneralimentatie: ontvankelijkheid, ingangsdatum, behoeftigheid vrouw.
Uitspraak
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.338.099/01
zaaknummer rechtbank: C/13/734053 / FA RK 23-3343
beschikking van de meervoudige kamer van 7 januari 2025 in de zaak van
[de man] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in principaal hoger beroep,
verweerder in incidenteel hoger beroep,
hierna: de man,
advocaat: mr. S. Benayad te Amsterdam,
en
[de vrouw] ,
wonende te [plaats A] ,
verweerster in principaal hoger beroep,
verzoekster in incidenteel hoger beroep,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. F. Özdemir-Sahin te Amsterdam.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige] , hierna: [minderjarige] .
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie [plaats A] ,
hierna te noemen: de raad.
1 De zaak in het kort
De zaak gaat over het gezag over [minderjarige] (3 jaar), de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] , het contact met haar vader en de door de man aan de vrouw te betalen kinder- en partneralimentatie.
De rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) heeft in een beschikking van 4 oktober 2023 (hierna: de bestreden beschikking) de vrouw alleen belast met het gezag over [minderjarige] . Verder heeft de rechtbank bepaald dat de man een kinderalimentatie van € 1.000,- per maand en een partneralimentatie van € 1.500,- per maand dient te betalen aan de vrouw.
De man is het daar niet mee eens en wil dat partijen gezamenlijk belast blijven met het gezag. In dat geval wil hij dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw is. Ook wil hij een zorgregeling tussen hem en [minderjarige] . De man vindt verder dat hij een kinderalimentatie van € 740,- per maand kan betalen, maar geen partneralimentatie.
De vrouw legt zich erbij neer dat het gezamenlijk gezag van de ouders alsnog in stand blijft. Zij wil een andere zorgregeling dan de man voorstelt en een eerdere ingangsdatum van de kinderalimentatie. Verder wil zij dat de man de helft van een schuld aan de belastingdienst betaalt.
2 De procedure in hoger beroep
De man is op 22 februari 2024 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De vrouw heeft op 12 april 2024 een verweerschrift met daarin ook een incidenteel hoger beroep ingediend.
De man heeft op 23 mei 2024 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend.
Het hof heeft daarnaast het volgende stuk ontvangen:
- een bericht van de zijde van vrouw van 15 mei 2024 met bijlagen;
- een bericht van de vrouw van 11 oktober 2024 met bijlagen.
De zitting heeft op 24 oktober 2024 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3 De feiten
Partijen zijn [in] 2020 onder het opmaken van huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd, welk huwelijk op 4 juni 2024 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de in zoverre niet bestreden beschikking waarvan beroep van 4 oktober 2023.
Partijen zijn de ouders van:
- [minderjarige] , geboren [in] 2021.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.