Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-11-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8306, 200.114.024

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-11-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8306, 200.114.024

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
5 november 2013
Datum publicatie
14 april 2014
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2013:8306
Zaaknummer
200.114.024

Inhoudsindicatie

“forfaitaire schadevergoeding” boete of schadevergoeding?

Uitspraak

zittingsplaats Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.114.024

(zaaknummer rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Harderwijk, 421942)

arrest van de derde kamer van 5 november 2013

in de zaak van

[appellant] , handelend onder de naam [bedrijf appellant],

wonende te [woonplaats appellant],

appellant,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. J.W. Damstra,

tegen:

de stichting Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten,

gevestigd te Barendrecht,

geïntimeerde,

hierna: SNCU,

advocaat: mr. M.H.D. Vergouwen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 6 juni 2012 dat de kantonrechter (rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Harderwijk) tussen [appellant] als gedaagde en SNCU als eiseres heeft gewezen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 5 september 2012,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord, tevens houdende wijziging van eis.

2.2

Vervolgens heeft SNCU de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten:

3.2

[appellant] exploiteert een bedrijf in de uitzendbranche. Het bedrijf valt onder de werking van de CAO Uitzendkrachten 2009/2014 (hierna: de CAO Uitzendkrachten) en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche (hierna: de CAO Sociaal Fonds) (hierna ook gezamenlijk aan te duiden als: de CAO’s). Bepalingen van de CAO Uitzendkrachten zijn algemeen verbindend verklaard bij besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Minister) voor de periode van 24 juni 2009 tot en met 28 maart 2011. Bepalingen van de CAO Sociaal Fonds zijn algemeen verbindend verklaard onder meer voor de periodes van 30 september 2008 tot en met 30 maart 2009 en van 24 juni 2009 tot en met 27 maart 2011.

3.3

Artikel 53 (met als kop: “Naleving”) van de CAO Uitzendkrachten luidt als volgt:

1. Er is een Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) opgericht door de partijen betrokken bij de CAO.2. De statuten en reglementen van de SNCU zijn vastgelegd in de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche.”

3.4

Artikel 7 (met als kop: “Naleving”) van de CAO Sociaal Fonds luidt als volgt:“1. Er is een Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) opgericht door de partijen betrokken bij deze CAO waarvan de Statuten en Reglementen I en II integraal onderdeel uitmaken van deze CAO.2. SNCU dient erop toe te zien, dat de bepalingen van deze CAO algemeen en volledig worden nageleefd en is door de partijen betrokken bij deze CAO gemachtigd al datgene te verrichten dat daartoe nuttig en noodzakelijk kan zijn.”

3.5

SNCU heeft op grond van artikel 7 lid 4 van haar statuten en haar Reglement I (Commissie Naleving CAO voor Uitzendkrachten) haar toezichthoudende taken overgedragen aan de Commissie Naleving CAO voor Uitzendkrachten (hierna: CNCU), een en ander als omschreven in het daartoe opgemaakte Reglement II (Werkwijze van de Commissie Naleving CAO Uitzendkrachten) (hierna: het Reglement). Dat Reglement verplicht werkgevers die onder de werking van genoemde CAO’s vallen aan de CNCU die informatie te verschaffen die zij redelijkerwijs voor de uitvoering van haar taakuitoefening nodig acht. Bij gebreke van het verstrekken van de gevraagde informatie of bij het verstrekken van foutieve informatie voorziet het Reglement (uiteindelijk) in het opleggen van een forfaitaire schadevergoeding door SNCU.

3.6

Artikel 6 van het Reglement luidt:

1. Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens de SNCU gedurende ten minste tien werkdagen nalatig blijft de vanwege de SNCU verzochte gegevens met betrekking tot de wijze waarop hij de CAO’s naleeft te verstrekken, dan wel onjuiste gegevens verstrekt, is hij verplicht door dat enkele feit aan de SNCU een forfaitaire schadevergoeding te betalen. De SNCU kan besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van het innen van deze schadevergoeding indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.2. Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens de SNCU gedurende ten minste tien werkdagen volhardt bij het niet naleven van de CAO’s op de in de ingebrekestelling vermelde punten, is hij - onverminderd het gestelde onder a. - verplicht aan de SNCU een door het bestuur te bepalen schadevergoeding te betalen. Bij het bepalen van de schadevergoeding wordt in ieder geval rekening gehouden met de aard, de omvang en de duur van de niet-naleving, alsmede met de loonsom van de onderneming van de betrokken werkgever. Daarnaast kan rekening worden gehouden met de mate waarin die werkgever alsnog achterstallige verplichtingen jegens zijn personeel nakomt dan wel zekerheid stelt voor een correcte naleving van de CAO’s. De SNCU kan besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van het innen van deze schadevergoeding indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

3. De schadevergoeding dient ter dekking van de kosten die de SNCU maakt en de ter deze zake verkregen middelen worden toegevoegd aan de geldmiddelen van de SNCU tot dekking van de kosten die de SNCU moet maken als gevolg van haar toezichthoudende taak ten aanzien van de wijze waarop de CAO’s worden nageleefd.

4. De SNCU hoeft niet aan te tonen dat zij de schade in de omvang als door haar gevorderd ook daadwerkelijk heeft geleden.”

3.7

De notitie “Beleid inzake methodiek forfaitaire schadevergoeding SNCU 06-2006” (productie 3 bij inleidende dagvaarding) luidt onder meer als volgt:

Het bestuur van de SNCU heeft in juni 2006 een beleid vastgesteld inzake een gestaffelde forfaitaire schadevergoeding methodiek. Deze methodiek houdt rekening met de:

-

Omvang van de onderneming

-

Duur van de overtreding(en)

-

Aard van de overtreding(en) (...)

Minimum forfaitaire schadevergoeding is vastgesteld op € 5000 maximum op € 100.000 (...)”.

3.8

Het "Advies beleid hoogte forfaitaire schadevergoeding bij niet meewerkende ondernemingen" (pagina 4 van voornoemde productie 3) luidt onder meer:

“(...) Krachtens de bevoegdheid opgenomen in artikel 6 bij niet meewerken, ongeacht het moment waarop of waaraan (aan een controle of het volharden na ingebrekestelling in de weigering van aanlevering van verzochte bescheiden) zal de SNCU na ingebrekestelling van en sommatie aan de onderneming bij de rechter vorderen:

A. de forfaitaire schadevergoeding, waarvan de hoogte op maximaal € 100.000 per geval wordt bepaald. Het bestuur heeft dit geaccordeerd in de vergadering van 28 januari jl.

B. medewerking aan de controle en/of aanlevering van gegevens op straffe van een dwangsom. De hoogte van de forfaitaire schadevergoeding dient krachtens artikel 6 lid 3 (oud artikel 46 lid 3 CAO) ter dekking van de kosten van SNCU. SNCU hoeft niet aan te tonen dat zij de schade (lees: apparaatskosten van de SNCU) in de omvang ook daadwerkelijk heeft geleden. (...) Naar verwachting gaat hier een schrikeffect van uit waardoor de niet meewerkende onderneming alsnog meewerkt. (...) De rechter zal de hoogte van de schadevergoeding naar alle waarschijnlijkheid matigen maar de onderneming zal desondanks worden gestraft voor niet meewerken.”

Eerste onderzoek 3.9 De stichting heeft een onderzoek bij [appellant] doen instellen. Op 12 juni 2008 heeft het onafhankelijk onderzoeksbureau [naam onderzoeksbureau 1] (hierna: [naam onderzoeksbureau 1]) een controle uitgevoerd naar de naleving van de CAO’s. Op 3 oktober 2008 heeft [appellant] een voorlopige rapportage van [naam onderzoeksbureau 1] ontvangen. Bij brief van 6 april 2009 heeft [naam onderzoeksbureau 1] een definitieve rapportage toegezonden. Volgens deze rapportage zijn er meerdere afwijking geconstateerd over de controleperiode week 38 - 2005 tot en met week 13 - 2007. Bij e-mail van 20 mei 2010 heeft SNCU [appellant] bericht dat vanwege het ontbreken van de juiste gegevens voor de genoemde controleperiode geen indicatieve schadelast berekening is opgenomen en dat is afgesproken om opnieuw een onderzoek op te starten.

Tweede onderzoek

3.10

Bij brief van 20 mei 2010 is [appellant] door SNCU verzocht tot aanlevering van gegevens in verband met controle op de naleving van de CAO Uitzendkrachten. Dat zag onder meer op de gegevens van 13 uitzendkrachten met een geboortedag die op of het dichtst bij 31 december van enig jaar ligt, waaronder de schriftelijke arbeidscontracten, afschriften van de loonspecificaties van juli 2007 dan wel week 27 van 2007, van december 2007 dan wel week 52 van 2007, loonspecificaties van mei, juni en juli 2008 dan wel de weken 20, 22, 23 en 28 van 2008, betalingsbewijzen van loonbetalingen en werkbriefjes over de genoemde perioden. Verder wenste SNCU onder meer een gespecificeerde opgave van de premieloonsom voor de jaren 2007 en 2008 te ontvangen alsmede de opgave en bewijs van afdracht aan de Stichting Fonds Uitzendkrachten voor de jaren 2007 en 2008.

3.11

In een brief van 3 juni 2010 heeft SNCU [appellant] aangezegd dat hij bij het uitblijven van de verzochte informatie binnen vijf werkdagen een forfaitaire schadevergoeding tot een maximum van € 100.000,- verschuldigd zal zijn. Bij brief van 11 juni 2010 heeft SNCU [appellant] voor de tweede maal aangemaand.

3.12

Bij brief van 25 juni 2010 heeft SNCU [appellant] aangemaand binnen 14 dagen de opgevraagde gegevens alsnog toe te zenden (onder ingebrekestelling) en meegedeeld dat de door het bestuur van SNCU voor de onderneming van [appellant] vastgestelde forfaitaire schadevergoeding is bepaald op een bedrag van € 100.000,-. Bij brief van haar raadsman van 16 augustus 2010 heeft SNCU deze sommatie en ingebrekestelling herhaald en tevens aanspraak gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.785,-.

Procedure in eerste aanleg 3.13 SNCU heeft [appellant] bij dagvaarding van 9 september 2010 in rechte betrokken en, zakelijk samengevat, gevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld tot naleving van de CAO voor Uitzendkrachten en de Cao Sociaal Fonds, meer precies: het overleggen van de in de brief van 20 mei 2010 gespecificeerde bescheiden alsmede het betalen van de forfaitaire schadevergoeding ad € 100.000,-, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.14

Vanaf september 2010 heeft [appellant] medewerking verleend aan het CAO-nalevingsonderzoek. In verband daarmee hebben partijen op de rolzitting van 15 december 2010 eenparig verzocht de procedure voor onbepaalde tijd aan te houden gezien het lopende onderzoek en onderhandelingen tussen partijen. Naar aanleiding van dit verzoek is de procedure verwezen de roldatum 12 december 2011.

3.15

Op 21 maart 2011 is door onderzoeksbureau [naam onderzoeksbureau 2] (hierna: [naam onderzoeksbureau 2]) in opdracht van SNCU een CAO-nalevingsonderzoek uitgevoerd. Op 13 mei 2011 is aan [appellant] de definitieve rapportage toegezonden. Volgens deze rapportage wordt de CAO op verschillende onderdelen niet volledig nageleefd door [appellant]. Een materiële benadeling van € 28.246,- is daarbij vastgesteld.

3.16

Bij brief van 5 januari 2012 heeft de raadsman van SNCU [appellant] gesommeerd en in gebreke gesteld, kort samenvat, om binnen 14 dagen te verklaren dat de CAO voor Uitzendkrachten vanaf 1 januari 2009 zal worden nageleefd, middels het nabetalen van het op de grond van de CAO verschuldigde achterstallig salaris c.s., volledig mee te werken aan hercontrole en de kosten daarvan te voldoen, de forfaitaire schadevergoeding ad € 8.288,- zoals was vastgesteld tijdens de laatste controle te voldoen en bij de nog in de plannen hercontrole dient de materiële benadeling ad € 28.246,- aan de (ex)werknemers te zijn gecompenseerd en de geconstateerde CAO overtredingen te zijn hersteld. Uitstel voor het verschaffen van de gegevens is door SNCU aan [appellant] verleend tot uiterlijk 16 maart 2012. Daarna heeft SNCU de procedure hervat. Ter zitting van 25 april 2012 heeft [appellant] niet voor antwoord geconcludeerd, waarna de kantonrechter bij het bestreden vonnis hem heeft veroordeeld overeenkomstig de vorderingen van SNCU.

3.17

[appellant] heeft de tweede forfaitaire schadevergoeding van € 8.288,- aan SNCU betaald.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5 Slotsom

6 De beslissing