Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-03-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2380, 200.116.934

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-03-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2380, 200.116.934

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 maart 2014
Datum publicatie
24 juli 2014
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:2380
Formele relaties
Zaaknummer
200.116.934

Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid notarisklerk bij opstellen onderhandse koopovereenkomst. Wetsverwijzingen: Art. 17 Wet op het notarisambt; art. 6:106 BW; art. 6:162 BW Samenvatting: De notarisklerk adviseert partijen bij de verkoop van een in appartementsrechten gesplitste garage met parkeerplaatsen en bedrijfswoning die op verlangen van de koper verder zal worden ondergesplitst. De verkopers verwijten de notarisklerk een aantal fouten bij die advisering te hebben gemaakt, waardoor zij een boete hebben moeten betalen aan de koper. Het hof oordeelt in het tussenarrest dat voorshands is bewezen dat de notarisklerk te laat erop heeft gewezen dat vóór ondersplitsing en levering van het verkochte de akte van splitsing moest worden gewijzigd, waaraan alle overige appartementseigenaren medewerking moesten verlenen. Het oordeelt in het tussenarrest ook al, dat de daaruit voortvloeiende schade gering is. Het notariskantoor ziet af van tegenbewijslevering, waarna het bij eindarrest wordt veroordeeld tot betaling van dat geringe bedrag.

Zie ook arrest d.d. 15 juli 2014

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.116.934

(zaaknummer rechtbank Utrecht: 298036)

arrest van de tweede civiele kamer van 25 maart 2014

in de zaak van

1 [verkoper 1] en

2. [verkoper 2],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna: [verkopers],

advocaat: mr. H.L. van der Aa,

tegen:

de naamloze vennootschap

Hermans & Schuttevaer Notarissen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

hierna: Hermans & Schuttevaer,

advocaat: mr. P.J. de Jong Schouwenburg.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 7 december 2011, 8 augustus 2012 en 24 oktober 2012 die de rechtbank Utrecht tussen [verkopers] als eisers in vrijwaring en Hermans & Schuttevaer als gedaagde in vrijwaring heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

■ de dagvaarding in hoger beroep d.d. 6 november 2012,

■ de memorie van grieven,

■ de memorie van antwoord

■ de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. Hierbij akte is verleend van de stukken die bij berichten van 20 en 28 januari 2014 door mr. Van der Aa namens [verkopers] zijn ingebracht.

2.2

Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5 De beslissing