Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-07-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:5666, 200.097.472-01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-07-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:5666, 200.097.472-01

Inhoudsindicatie

Boetebeding in algemeen verbindend verklaarde CAO. Vraag of Sociaal Fonds zowel nakoming als betaling van boete kan vorderen van niet-aangesloten werkgever. Beroep op matiging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.097.472/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 554740 CV EXPL 11-6960)

arrest van de eerste kamer van 15 juli 2014

in de zaak van

de coöperatieve vereniging [appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. H.S.K. Jap-A-Joe, kantoorhoudend te Utrecht,

tegen

Stichting Sociaal Fonds Taxi,

gevestigd te Culemborg,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: SFT,

advocaat: mr. M.W.M. Heijlaerts, kantoorhoudend te Amsterdam.

Het hof neemt de inhoud van het arrest in het incident van 4 maart 2014 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

In voormeld tussenarrest is het verzet van [appellante] tegen de eiswijziging door SFT ongegrond bevonden en is de zaak voor beraad of fourneren naar de rol verwezen.

1.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De feiten

2.1

Tegen de door de kantonrechter in zijn vonnis van 7 september 2011 onder 1 a tot en met j vastgestelde feiten is geen grief gericht. Ook overigens is niet van bezwaar tegen die feitenvaststelling gebleken. Aangevuld met wat in hoger beroep tussen partijen vast staat, gelet op wat enerzijds is gesteld en anderzijds niet gemotiveerd is betwist en gelet op overgelegde en niet weersproken stukken, komen deze feiten op het volgende neer.

2.2

[appellante] exploiteert een taxibedrijf en is als zodanig gebonden aan de CAO Taxivervoer, die algemeen verbindend is verklaard in de periode van 22 mei 2010 tot en met 31 december 2013, en aan de tussen 8 april 2010 tot en met 31 december 2013 algemeen verbindend verklaarde CAO Sociaal Fonds Taxi (hierna: CAO SFT).

2.3

SFT is door werkgevers- en werknemersorganisaties in de bedrijfstak taxivervoer opgericht. Haar taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in de CAO SFT en de daarvan deel uitmakende statuten en reglementen, en hebben ten doel:

"financieren, subsidiëren en uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen in de bedrijfstak vervoer van personen met personenauto's" (art 2 lid 2 van de CAO SFT en art. 2 van de statuten).

Daaronder vallen, volgens art. 3 lid 1 aanhef en sub b onder 1 en 6 van de statuten, werkzaamheden met betrekking tot de CAO Taxivervoer:

"1. het houden van toezicht op de naleving van de kernbepalingen van de CAO Taxivervoer (...);

6. het optreden in en buiten rechte, zonodig ter verkrijging van maatregelen tegen hen die de bepalingen van de CAO Taxivervoer niet getrouwelijk naleven."

2.4

Het bij de CAO SFT behorende uitvoeringsreglement (Bijlage I) bepaalt, voor zover hier van belang:

"Artikel 4B

Op de werkgever rust de bewijslast met betrekking tot het aantonen, dat de CAO Taxivervoer en de CAO SFT wordt nageleefd.

Artikel 5

Het aantonen dat de CAO getrouwelijk wordt nageleefd, moet blijken uit de door of namens de werkgever gevoerde inzichtelijke en deugdelijke administratie (...)

(...)

Artikel 7

De werkgever is gehouden desgevraagd aan het SFT afschriften van administratieve

bescheiden (...) ter hand te stellen of toe te zenden (...)

Artikel 9

1. Partijen bij de CAO Taxivervoer en de CAO SFT dragen hun bevoegdheid tot het instellen van vorderingen als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en artikel 3, vierde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten met inachtneming van het gestelde in artikel 9A over aan het SFT voor zover het betreft de vorderingen terzake van de schade, die zij zelf lijden.

2. Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens het SFT gedurende ten

minste 14 dagen nalatig blijft de vanwege het SFT verzochte gegevens met betrekking tot de wijze waarop hij de CAO naleeft te verstrekken, dan wel onjuiste gegevens verstrekt, is hij verplicht door dat enkele feit aan het SFT een forfaitaire schadevergoeding te betalen (...).

Artikel 9b

1. De forfaitaire schadevergoeding (S) genoemd in artikel 9, lid 2, wordt als volgt berekend:

S = A x W x € 1 waarin

A = de laatste voor de betrokken werkgever vastgestelde jaarlijkse premieafdracht SFT (...)

W= is het aantal weken dat de werkgever in gebreke blijft.

(...)

3. De schadevergoeding dient ter dekking van de kosten die het SFT maakt en de te dezer zake verkregen middelen worden toegevoegd aan de geldmiddelen van het SFT (...) tot dekking van de kosten die het SFT moet maken als gevolg van haar toezichthoudende taak ten aanzien van de wijze waarop de CAO wordt nageleefd. Het SFT behoeft niet aan te tonen dat zij de schade in de omvang als door haar gevorderd ook daadwerkelijk heeft geleden."

2.5

Op 15 september 2010 heeft SFT een onderzoek uitgevoerd bij [appellante] naar de naleving van de CAO's. Bij brief van 8 oktober 2010 heeft SFT aan [appellante] haar bevindingen meegedeeld, waaronder:

"1. Looninschaling

Tijdens ons bezoek constateerden wij dat bij een aantal werknemers de brutolonen niet

conform CAO zijn. (...) Wij verzoeken u na te gaan bij welke werknemers het brutoloon niet

conform CAO is en waar nodig dit te corrigeren. Tevens dient u het verschil in ontvangen

loon en het loon waar uw chauffeurs recht op hebben, alsnog te betalen. Wij verzoeken u een

overzicht toe te sturen over de periode januari 2007 tot en met heden met daarop de gewerkte

uren, het ontvangen loon en het uit te betalen verschil in loon, evenals de loonspecificaties en

de bijbehorende betalingsbewijzen (kaskwitanties en kasboek).

2. Arbeidstijdadministratie

Tijdens ons bezoek hebben wij geconstateerd dat de gewerkte uren volgens de rittenstaten afwijken van de weekstaten en de verloonde uren. (...) Wij verzoeken u na te gaan bij welke werknemers nog meer het aantal verloonde uren afwijkt van het aantal uren op de urenlijsten en weekstaten. Deze moeten eenduidig op elkaar aansluiten. Wij verzoeken u een overzicht toe te sturen over de periode januari 2009 tot en met heden met daarop de gewerkte uren, het ontvangen loon en het uit te betalen verschil in loon, evenals de loonspecificaties en de bijbehorende betalingsbewijzen (bankafschriften). Verder verzoeken wij u er zorg voor te dragen dat vanaf heden de arbeidstijd volgens de weekstaten en volgens de rittenstaten eenduidig kan worden vastgesteld en dat deze volledig worden ingevuld. Dit houdt in dat de tijdstippen waarop is gewerkt gelijk dienen te zijn evenals de totaal gewerkte tijd per dag. Ter controle ontvangen wij graag de urenlijsten, weekstaten en rittenstaten van (3 bij name genoemde werknemers - hof) van de maanden september en oktober 2010.

3. Pensioen

Tijdens ons bezoek hebben wij geconstateerd dat de pensioengevende lonen (..) niet bekend zijn bij het Pensioenfonds Vervoer (..) Daarom verzoeken wij u, met terugwerkende kracht vanaf 2003, de pensioengevende lonen (...) op te geven bij het Pensioenfonds Vervoer. Graag ontvangen wij een kopie van de opgaven aan het Pensioenfonds Vervoer en terzijnertijd nota’s en specificaties.

4. Overuren

(...) Alle uren die een werknemer werkt boven 173,3 uur moeten worden

uitbetaald tegen 120% (...) Wij verzoeken u een overzicht te maken vanaf januari 2007 tot en

met heden met de daadwerkelijk gewerkte uren, de verloonde uren en een overzicht met het

aantal nog uit te betalen overuren. Graag ontvangen we dit overzicht, inclusief evenals de

loonspecificaties en de bijbehorende betalingsbewijzen (kaskwitanties en kasboek).

(...)

7. Ontbrekende stukken

Tijdens het onderzoek ontbraken een aantal stukken. Graag ontvangen wij uiterlijk 19

november 2010 kopieën van de volgende stukken:

- Kopieën weekstaten juni en juli 2010 (naam werknemer - hof);

- Kopie weekstaat nr. 47, periode 28-6-2010 tot en met 4-07-2010 van (naam werknemer- hof);

- Kopieën getekende en gedateerde kasbetalingsbewijzen en kasboek mei, juni en juli 2010;

- Kentekenlijst."

2.6

[appellante] heeft bij fax van 1 november 2010 aan SFT bericht het niet eens te zijn met de bevindingen, en onder meer opgemerkt:

"Ook wil ik u melden dat ik heb kunnen constateren dat uw organisatie niet is uitgegaan van een M.U.P. contract. In mijn optiek is binnen [appellante] per definitie sprake van een uitgestelde prestatie, gelet achteraf de omzetgerelateerde inkomsten van de chauffeur berekend dan wel gecontroleerd worden. (...) Tevens wil ik u melden dat ik heb kunnen constateren dat uw organisatie niet is uitgegaan van een contract als oproepkracht, welke de vrijheid geeft te bepalen door de werknemer en/of werkgever of er met elkaar gewerkt wordt. In mijn optiek is binnen [appellante] pet definitie sprake van een vrij ondernemerschap beiderzijds m.b.t arbeid (...)"

De door SFT gevraagde stukken zaten niet bij deze brief.

2.7

SFT heeft bij brief van 25 november 2010 verzocht de gevraagde bescheiden alsnog binnen 14 dagen aan te leveren, hetgeen [appellante] bij fax van 27 november 2010 heeft geweigerd, gelet op "het bestaansrecht en solvabiliteit van [appellante]". Daarop heeft SFT bij brief van 1 december 2010 aan [appellante] laten weten:

"U wordt verzocht en zo nodig gesommeerd onder gelijktijdige ingebrekestelling om de gevraagde stukken binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief alsnog aan te leveren. Dit op straffe van een het verbeuren van een forfaitaire schadevergoeding in overeenstemming met artikel 9 Reglement SFT."

Onder verwijzing naar laatstgenoemde brief heeft SFT op 3 januari 2011 aan [appellante] bericht dat zij de gevraagde stukken niet heeft ontvangen, en dat de forfaitaire schadevergoeding vanaf 15 december 2010 wekelijks oploopt met € 2.011,50.

2.8

In haar brief van 7 april 2011 heeft [appellante] aan de inmiddels door SFT ingeschakelde advocaat laten weten:

"Hiermee wil ik u melden dat de gevraagde verplicht aan te leveren documenten m.b.t. overuren niet gerealiseerd zullen dan wel dienen te worden. Gelet de solvabiliteit van [appellante]. Verder wil ik u melden dat de opbrengsten van [appellante] totaal niet in verhouding liggen met de uitgaven. Gelet de omzet (geproduceerd door loondienstchauffeurs) ontoereikend is voor de noodzakelijke dan wel vaste (verplichte) kosten. Ook wil ik u melden dat de taxi chauffeurs geblokkeerd worden in het vrije ondernemen dan wel aanbieden van hun dienstverlening. Gelet arbeidstijd en rijtijden wet. Vervolgens wil ik u melden dat sinds 2000 (invoering nieuwe wet op de personenvervoer) het aanbod van klanten per bestaande taxi onderneming minder geworden is. Gelet het vrij geven van de markt m.b.t. vergunningen. Voorts wil ik u nog melden dat het tarievenstelsel aan banden is gelegd. Gelet het wachtgeld in de meter is komen te vervallen. Als laatste wil ik u melden dat in mijn optiek per definitie in onze huidige maatschappij een taxiondernemer met loondienstchauffeurs in het bijzonder, geen bestaansrecht heeft dan wel kan hebben."

3 De vordering en beoordeling in eerste aanleg

3.1

SFT heeft, na vermeerdering van eis, gevorderd om [appellante], uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot naleving van de CAO Taxivervoer en de CAO SFT en meer precies tot overlegging van de in haar brief van 8 oktober 2010 gespecificeerde stukken, en [appellante] voorts te veroordelen tot betaling van € 92.529,- forfaitaire schadevergoeding te vermeerderen met wettelijke rente, € 1.785,- buitengerechtelijke kosten alsmede de proceskosten, onder afgifte van een bevelschrift voor de nakosten.

3.2

De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen met uitzondering van de buitengerechtelijke kosten en het bevelschrift.

4 De beoordeling in hoger beroep

5 De beslissing