Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-09-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7523, 200.126.067-01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-09-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7523, 200.126.067-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 september 2014
- Datum publicatie
- 6 oktober 2014
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2014:7523
- Zaaknummer
- 200.126.067-01
Inhoudsindicatie
Opdracht tot verwijdering van met asbest verontreinigd sloopafval. Aanneming van werk. Heeft de aannemer recht op vergoeding van de meerkosten ter zake van de verwijdering van - tijdens de uitvoering van de werkzaamheden - extra aangetroffen sloopafval in de kelder/kruipruimte?
Schending van de in artikel 7:755 BW neergelegde waarschuwingsplicht?
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.126.067/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 123637 / HA ZA 11-24)
arrest van de tweede kamer van 30 september 2014
in de zaak van
[appellante],
gevestigd te [woonplaats],
appellante,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in voorwaardelijke reconventie,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. J.H. Linstra, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
1 [geïntimeerde 1],
wonende te [woonplaats],
hierna: [geïntimeerde 1],
niet verschenen,
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats],
hierna: [geïntimeerde 2],
advocaat: mr. H.J. Griede kantoorhoudend te Winschoten,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in voorwaardelijke reconventie.
.
1 Het geding in eerste aanleg
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 30 maart 2011, 23 november 2011 en 12 december 2012 van de rechtbank Groningen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure is als volgt:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 8 maart 2013,
- de memorie van grieven,- de memorie van antwoord van [geïntimeerde 2] (met productie).
Vervolgens heeft [appellante] de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
De vordering van [appellante] in hoger beroep luidt:
"te vernietigen de vonnissen op 30 maart 2011, 23 november 2011 en 12 december 2012 gewezen onder nummer 123637 / HA ZA 11-24 door de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen tussen partijen gewezen, en, opnieuw rechtdoende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad geïntimeerden, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van € 92.341,68 subsidiair € 3.835,58 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening alsmede geïntimeerden te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten à € 710,50 en met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van beide instanties."