Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-12-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:10012, 500071-15
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-12-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:10012, 500071-15
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 december 2015
- Datum publicatie
- 31 december 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:10012
- Zaaknummer
- 500071-15
Inhoudsindicatie
Verzoek ex artikel 577b, derde lid, Sv. Het hof oordeelt dat artikel 577b, derde lid, Sv, gelet op de ontstaansgeschiedenis van artikel 577b Sv, de rechter de mogelijkheid biedt om het vastgestelde bedrag dat moet worden betaald ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, te verlagen dan wel te bepalen dat reeds betaalde bedragen moeten worden teruggegeven, indien blijkt dat het werkelijke voordeel lager is geweest dan waarvan bij de vaststelling van het bedrag is uitgegaan en dat deze mogelijkheid niet is beperkt tot nieuwe feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan na die vaststelling. In dit verband overweegt het hof dat de vaststelling van het voordeel een schatting betreft die naderhand onjuist kan blijken te zijn. Voor niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in het verzoek, zoals door de advocaat-generaal betoogd omdat sprake zou zijn van een verkapt appel, is dan ook geen aanleiding. Het ligt echter wel op de weg van een veroordeelde die een beroep doet op artikel 577b, derde lid, Sv, om aan te tonen dat het werkelijke voordeel dat hij heeft verkregen door middel van of uit de baten van het strafbare feit lager is gebleken dan het bedrag dat in de ontnemingsprocedure is vastgesteld. Verzoeker is daarin niet geslaagd. Het hof heeft het verzoek daarom afgewezen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN,
LOCATIE LEEUWARDEN
Beschikking d.d. 30 december 2015 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het verzoek ex artikel 577b, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering van:
[naam] ,
geboren op [geboortedatum en - plaats] ,
wonende te [adres en woonplaats] ,
verschenen in persoon en bijgestaan door zijnadvocaat mr. [naam] ,
advocaat te [plaats] .
De inhoud van het verzoek
Bij verzoekschrift, ingekomen op 10 augustus 2015, vraagt verzoeker het ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht verschuldigde geldbedrag van € 38.535,- te verminderen.
De ontvankelijkheid van het verzoek
Het verzoek is op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend.