Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-02-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1145, 200.106.591-01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-02-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1145, 200.106.591-01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17 februari 2015
Datum publicatie
19 februari 2015
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2015:1145
Formele relaties
Zaaknummer
200.106.591-01

Inhoudsindicatie

Verificatieprocedure. Lening binnen concernverband. Vraag of (klein)dochters partij zijn bij aanvankelijke overeenkomst en, zo nee, of zij zich later als hoofdelijke medeschuldenaren hebben verbonden. Geen tegenstrijdig belang.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.106.591/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 103571 / HA ZA 08-590)

arrest van de eerste kamer van 17 februari 2015

in de zaak van

[appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres tot verificatie,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. S.M.M. van Dooren, kantoorhoudend te 's-Hertogenbosch,

tegen

[curator 1] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B.V. X] B.V.,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: de curator,

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van de rechtbank [vestigingsplaats 1] van 25 januari 2012.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 20 april 2012,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord,

- een akte van [appellante],

- een antwoordakte van de curator.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van [appellante] in hoger beroep luidt:

"(te vernietigen het vonnis van 25 januari 2012 van de rechtbank Groningen gewezen onder zaak- en rolnummer 103571 / HA ZA 08-590 tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, geïntimeerde alsnog te veroordelen eiseres tot een bedrag van € 2.505.753,= (zegge: twee miljoen vijfhonderd vijfduizend zevenhonderd drieënvijftig euro) als schuldeiser in het faillissement van [B.V. X] B.V. toe te laten uit hoofde van de in de conclusie van eis tot verificatie omschreven vordering, zulks met verwijzing van geïntimeerde in de kosten van beiden instantiën, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het ten deze te wijzen arrest en, voor het geval betaling daarvan niet binnen die termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW te rekenen vanaf die termijn voor voldoening, alsmede te vermeerderen met de nakosten als bedoeld in het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven)".

3 De feiten

3.1

Als gesteld en niet weersproken en rekening houdende met wat met grief I onweersproken is gesteld, staan tussen partijen de volgende feiten vast.

3.2

Ten tijde van het sluiten van de hierna te noemen overeenkomsten in januari 2003 waren [aandeelhouder 1] ([aandeelhouder 1]) en [aandeelhouder 2] ([aandeelhouder 2]) [familie] via respectievelijk [aandeelhouder 1] B.V. en [aandeelhouder 2] B.V. ieder voor 50% aandeelhouder van [appellante] (hierna ook: [appellante]). [appellante] was tot 1995 de holding geweest van het familiebedrijf [familie]. Vanaf 1995 zijn de zonen van [aandeelhouder 1] en [aandeelhouder 2] ([zoon 1], [zoon 2], [zoon 3] en [zoon 4]) via hun houdstermaatschappijen (respectievelijk: [zoon 1] B.V., [zoon 2] B.V., [zoon 3] B.V. en [zoon 4] B.V.) ieder voor 25% gerechtigd geworden in [familie] Holding B.V. Deze topholding is voor 80% gerechtigd in de certificaten uitgegeven door de Stichting administratiekantoor Beheermaatschappij [B.V. X] (STAK); de andere 20% is in handen van [B.V. Y] STAK bezit de aandelen van Beheermaatschappij [B.V. X] B.V. (door de rechtbank aangeduid als [Z], in hoger beroep in navolging van partijen aan te duiden als: [Z]). [Z] houdt 100% van de aandelen in [B.V. X] B.V. (hierna te noemen: [B.V. X], of kortweg [B.V. X]). [B.V. X] houdt twee dochters voor 100%. Van één dochter,

[B.V. Q] houdt [B.V. X] 80% van de aandelen. [B.V. Q] houdt een aantal 100% dochters van wie er twee “kleindochters” houden. Hierna zullen alle vennootschappen onder [B.V. X] voor de eenvoud als “kleindochters” van [Z] worden aangeduid. Het bestuur van [Z] bestond ten tijde van het aangaan van de nader te noemen overeenkomsten uit [aandeelhouder 1] BV en [zoon 1] B.V. Commissarissen waren [aandeelhouder 2], [R] en [S]. Het bestuur van STAK bestond ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten uit [S] (Vz), [zoon 4], [zoon 3] en [zoon 2]. Het bestuur van [B.V. X] en [B.V. Q] werd gevormd door [Z].

Een organogram van de hierboven weergegeven "juniorengroep" (in de woorden van [appellante]) dan wel “juniorentak” (in de woorden van de curator) per faillissementsdatum, met daarin cursief aangegeven wie in welke periode de bestuursleden van de desbetreffende rechtspersoon zijn geweest is als productie 13 bij memorie van grieven overgelegd en is tussen partijen niet in geschil. Dit organogram is omwille van de overzichtelijkheid aan dit arrest gehecht.

3.3

Op 8 januari 2003 hebben [Z] en [aandeelhouder 2] een ‘Leningsovereenkomst’ gesloten. Deze overeenkomst houdt onder meer het volgende in:

De besloten vennootschap Beheermaatschappij [B.V. X] B.V , gevestigd te [vestigingsplaats 2], ten deze vertegenwoordigd door de heer [aandeelhouder 1], directeur, hierna te noemen: de vennootschap

[aandeelhouder 2] , wonende te [woonplaats], hierna te noemen schuldeiser,

in aanmerking nemende:

dat de vennootschap in ernstige liquiditeitsproblemen verkeert en op zeer korte termijn gelden behoeft, teneinde aan haar lopende betalingsverplichtingen te kunnen voldoen;

dat de bank niet bereid is de aan de vennootschap verstrekte kredieten te verhogen, zodat de noodzaak bestaat naar andere geldschieters te zoeken; (...)

verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Schuldeiser verstrekt aan de vennootschap een geldlening ten bedrage van € 2.500.000,00 (...), gelijk de vennootschap deze geldlening aanvaart.

Artikel 2

Deze geldlening wordt aangegaan voor de duur van drie maanden, derhalve tot 1 maart 2003, zulks tegen een rente van 6%’s jaars.

Artikel 3

Na de in artikel 2 genoemde einddatum zal deze lening automatisch wekelijks, voor het eerst tot 8 maart 2003 en daarna tot 15 maart 2003 en zo vervolgens, worden verlengd, waarbij schuldeiser op zijn eerste verzoek de geldlening kan beëindigen. De vennootschap is alsdan verplicht terstond aan haar betalingsverplichting jegens schuldeiser te voldoen.

Onder deze overeenkomst staan de namen en de handtekeningen van [aandeelhouder 1] en

[aandeelhouder 2].

3.4

Op 13 januari 2003 is een overeenkomst gesloten waarvan de schriftelijke vastlegging als volgt luidt :

De besloten vennootschap Beheermaatschappij [B.V. X] B. V (en haar dochtermaatschappijen) gevestigd te [vestigingsplaats 2], ten deze vertegenwoordigd door

dhr. [directeur], directeur, en de heer [aandeelhouder 1], directeur, hierna te noemen [Z]

De besloten vennootschap [appellante] (en haar dochtermaatschappijen) gevestigd te [vestigingsplaats 2], ten deze vertegenwoorigd door dhr.

[aandeelhouder 2], directeur, en dhr. [aandeelhouder 1], directeur, hierna te noemen [appellante]

[aandeelhouder 2] , wonende te [woonplaats], hierna te noemen schuldeiser

in aanmerking nemende :

Dat [Z] op korte termijn behoefte had aan liquiditeiten om de continuïteit van de onderneming van [Z] en aan haar gerelateerde vennootschappen te waarborgen;

Dat [appellante] een lening aan [familie] Holding heeft verstrekt van 4,5 mln euro en dat [appellante] een lening van 3,4 mln euro heeft verstrekt aan [B.V. X] B.V.;

Dat de kans op aflossing van deze leningen in ernstig gevaar zou komen ingeval de continuiteit van [Z] en aan haar gerelateerde vennootschappen in gevaar zou komen.

Dat schuldeiser bereid is om een lening te verstrekken van 2,5 mln. euro aan [Z] mits hiervoor voldoende zekerheid kan worden verstrekt;

Dat [Z] zelfstandig niet voldoende financiering kan arrangeren en dat [appellante] daarom bereid is, met het oog op het zoveel mogelijk veilig stellen van haar eigen vorderingen, mede aansprakelijk te zijn voor nakoming van de verplichtingen van [Z] uit hoofde van de leningovereenkomst tussen [Z] en schuldeiser en daarvoor bereid is zekerheid te verstrekken via verpanding van de aandelen in [bedrijf].

Verklaren dan ook te zijn overeengekomen als volgt :

1.[appellante] is mede-schuldenaar en volledig aansprakelijk voor nakoming van verplichtingen van [Z] jegens schuldeiser in het kader van de leningsovereenkomst ten bedrage van 2,5 mln. euro.

2.[appellante] verstrekt op ieder door schuldeiser gewenst moment zekerheid voor de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst door verpanding van aandelen in [bedrijf].

3.Na vestiging van dit pandrecht is schuldeiser bevoegd dit pandrecht over te dragen aan haar schuldeisers indien en voor zover schuldeiser voor het verstrekken van de lening aan [Z] zelf gelden heeft geleend.

4.Indien [appellante] op grond van deze overeenkomst enig betaling aan schuldeiser moet doen dan verkrijgt [appellante] een regresvordering op [Z] en of haar dochtermaatschappijen. Deze regresvordering kan evenals de verstrekte leningen van totaal 7,9 mln. euro gecompenseerd worden met eventuele vorderingen van [Z] en of haar dochtermaatschappijen.

Aldus in duplo overeen gekomen op 13 januari 2003 te [vestigingsplaats 2]

Beheersmaatschappij [B.V. X] B.V./[aandeelhouder 1]/[directeur] (hof: met daaronder de handtekening van [directeur])

Beheersmaatschappij [familie] B.V./[aandeelhouder 2]/[aandeelhouder 1] (hof; met daaronder de handtekeningen van [aandeelhouder 2], tweemaal, en die van [aandeelhouder 1])

3.5

Op 13 mei 2003 heeft de rechtbank [vestigingsplaats 1] het faillissement uitgesproken van [Z] en [B.V. X] met aanstelling van mrs. [curator 1] en [curator 2] tot curatoren.

3.6

In mei 2003 is door verschillende rechtbanken tevens het faillissement uitgesproken van meerdere kleindochters van [Z] met aanstelling van mrs. [curator 1] en

[curator 2] tot curatoren. Deze kleindochters van [Z] betreffen:

[kleindochter 1]

[kleindochter 2]

[kleindochter 3]

[kleindochter 4]

[kleindochter 5]

[kleindochter 6]

[kleindochter 7]

[kleindochter 8]

[B.V. Q]

[kleindochter 9] en

[kleindochter 10]

3.7

Op 24 mei 2011 is mr. Hielkema als curator in de hierboven genoemde faillissementen teruggetreden, zodat thans uitsluitend mr. [curator 1] curator is in die faillissementen.

3.8

[Z] is haar betalingsverplichtingen jegens [aandeelhouder 2] uit hoofde van de onder 3.3 genoemde leningsovereenkomst niet nagekomen. [aandeelhouder 2] heeft daarop het door [appellante] verstrekte pandrecht uitgewonnen.

3.9

[appellante] heeft in zowel het faillissement van [Z], het faillissement van [B.V. X] ([B.V. X]), als in de faillissementen van de onder rechtsoverweging 3.6 genoemde kleindochterondernemingen van [Z] bij de curatoren een vordering ingediend ten bedrage van € 2.505.753,-.

3.10

Op de verificatievergadering van 29 augustus 2008 hebben de toenmalige curatoren de vordering van [appellante] in het faillissement van [Z] voor een bedrag van € 2.505.753,- erkend en is deze vordering overgebracht naar de lijst der erkende crediteuren.

3.11

De toenmalige curatoren hebben de vordering van [appellante] in de overige faillissementen, dat zijn het faillissement van [B.V. X] en de faillissementen van de kleindochterondernemingen van [Z], betwist, welke betwisting ter gelegenheid van de verificatievergadering op 29 mei 2008 door hen is gehandhaafd. De rechter-commissaris heeft partijen niet met elkaar kunnen verenigen en heeft hen verwezen naar de terechtzitting van de civiele kamer van de rechtbank.

3.12

Uit praktische overwegingen zijn partijen met instemming van de rechter-commissaris overeengekomen dat er slechts één renvooiprocedure zal worden gevoerd, te weten de onderhavige procedure in het faillissement van [B.V. X].

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De bespreking van de grieven