Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-03-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2127, 200.160.830
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-03-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2127, 200.160.830
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 24 maart 2015
- Datum publicatie
- 1 april 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:2127
- Formele relaties
- Na prejudiciële beslissing van : ECLI:NL:HR:2014:736
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3758
- Zaaknummer
- 200.160.830
Inhoudsindicatie
Onteigening. Schadeloosstelling vanwege vervallen erfdienstbaarheid heersende erven. Procedure na verwijzing door Hoge Raad (28 maart 2014, ECLI:HR:2014:736, beoordelingsmaatstaf 5:79 bij artikel 44 Ow)
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.160.830
(zaaknummer rechtbank Utrecht 266038)
(zaaknummer Hoge Raad 12/05436)
arrest van de derde kamer van 24 maart 2015
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
gemeente De Bilt,
zetelend te Bilthoven,
hierna: de gemeente,
oorspronkelijk eisende partij, thans eiseres na verwijzing,
advocaat: mr. B.S. ten Kate,
tegen
1 [geintimeerde sub 1],
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
in leven wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
wonende te [woonplaats], gemeente De Bilt,
oorspronkelijk interveniënten, thans gedaagden na verwijzing,
hierna: [geïntimeerden],
advocaat: mr. A. de Snoo.
1 Het verdere verloop van het onteigeningsgeding
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 13 januari 2015 hier over, behoudens de bepaling in het dictum dat Valckx in kopie het volledig procesdossier dient over te leggen. Waar Valckx staat, dient de gemeente gelezen te worden.
Het verdere verloop blijkt uit het proces-verbaal van comparitie van partijen van 2 februari 2015.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. Mr. de Snoo heeft na de comparitie van partijen een kopie van het procesdossier gefourneerd. Tevens heeft hij bij brief van 2 maart 2015 een kostenstaat overgelegd waarop mr. Ten Kate al een reactie had gegeven.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven het arrest van de Hoge Raad:
(i) De raad van de gemeente heeft op 31 mei 2007 besloten tot onteigening van het perceel kadastraal bekend gemeente Maartensdijk, sectie C nr. 3602, groot 01.77.20 ha en het perceel kadastraal bekend gemeente De Bilt, sectie F, nr. 1243, groot 05.92.90 ha. Het besluit van de raad is goedgekeurd bij (Koninklijk) Besluit van 24 december 2007, no. 07.004215, Stcrt. 18 januari 2008, nr. 13.
(ii) De onteigening geschiedde ter uitvoering van het bestemmingsplan “Bedrijvenpark Larenstein, herziening ex artikel 30 WRO”, dat voorziet in de aanleg van een bedrijventerrein en openbaar groen. Bij de onteigening was beoogd dat de op het onteigende rustende erfdienstbaarheid die hierna in (iii) wordt vermeld, zou eindigen.
(iii) [geïntimeerden] waren rechthebbenden tot een erfdienstbaarheid die eruit bestond dat op de lijdende erven “geen gebouwen, opstallen, getimmerten en dergelijke ruimte- en beschutting gevende zaken mogen worden opgericht of gehouden, met uitzondering van de opstallen welke dienen als magazijncomplex voor militaire doeleinden in ’s lands belang en als huisvesting van toezichthoudend personeel.” Deze erfdienstbaarheid is gevestigd in 1953. De heersende erven bestonden toen uit gedeelten van een landgoed die resteerden na verkoop van de thans onteigende percelen aan de Staat (Ministerie van Defensie). De heersende erven zijn later verkocht aan de Gemeente. In de jaren ’60 en ’70 is ter plaatse een woonwijk gebouwd, waarbij de heersende erven na verschillende splitsingen zijn opgedeeld in circa 800 kleine percelen, waaronder de percelen van [geïntimeerden]