Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-06-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3961, 200.143.962-01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-06-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3961, 200.143.962-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 juni 2015
- Datum publicatie
- 17 juni 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:3961
- Zaaknummer
- 200.143.962-01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 89, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 248, Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 23, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-07-2025], Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-07-2025] art. 150
Inhoudsindicatie
Kosten bodemsanering. De vraag of kosten voor overeengekomen sanering kunnen worden gevorderd indien zonder aankondiging tot sanering is overgegaan; bewijsopdracht omtrent kosten van de sanering.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.143.962/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel C/07/202456)
arrest van de eerste civiele kamer van 2 juni 2015
in de zaak van
1 [appellant 1],
wonende in [woonplaats 1] in de staat Florida (Verenigde Staten),
2. [appellant 2],
wonende in [woonplaats 2], gemeente [X],
appellanten,
in eerste aanleg: eisers,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],
advocaat: mr. B.P. van Overeem, kantoorhoudend in Haarlem,
tegen
de rechtspersoon naar publiekrecht Waterschap Groot Salland,
met zetel in Zwolle,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: het Waterschap,
advocaat: mr. W.E.M. Klostermann, kantoorhoudend in Zwolle.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 30 januari 2013 en 11 december 2013, die de rechtbank Oost-Nederland, respectievelijk Overijssel tussen [appellanten] als eisers en het Waterschap als gedaagde heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 10 maart 2014,
- de memorie van grieven van 24 juni 2014 met een productie,
- de memorie van antwoord van 16 september 2014 met producties,
- de processen-verbaal van de op 15 januari 2015 en op 21 mei 2015 ter openbare terechtzittingen te Zwolle gehouden pleidooien, overeenkomstig de pleitnotities.
Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald op het door [appellanten] vóór het pleidooi overgelegde dossier, aangevuld met de processen-verbaal van de pleitzittingen.