Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-06-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4549, 200.145.691
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-06-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4549, 200.145.691
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 23 juni 2015
- Datum publicatie
- 6 juli 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:4549
- Zaaknummer
- 200.145.691
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 20, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 21, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 22, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 23, Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 2
Inhoudsindicatie
Koop onroerende zaak. Hebben partijen de overeengekomen termijnen voor ontbinding losgelaten? Zijn de ontbindende voorwaarden tijdig ingeroepen?
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.145.691
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, locatie Utrecht 347503
arrest van de derde kamer van 23 juni 2015
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[appellante] ,
gevestigd te [plaatsnaam],
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. X.H.C. Woodhouse,
tegen:
1 [geïntimeerde sub 1],
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 8 mei 2013 (verstekvonnis), 17 juli 2013 (comparitievonnis in verzet) en 12 maart 2014 (eindvonnis in verzet) die de rechtbank Midden-Nederland (handelskamer) tussen [appellante] als eiseres/gedaagde in verzet en [geïntimeerden] als gedaagde/eisers in verzet heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 28 maart 2014,
- de memorie van grieven,
- de memorie van antwoord,
- de schriftelijke pleidooien overeenkomstig de pleitnotities van beide partijen.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.