Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-02-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:669, 200.141.008
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-02-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:669, 200.141.008
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 3 februari 2015
- Datum publicatie
- 4 februari 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:669
- Zaaknummer
- 200.141.008
Inhoudsindicatie
Overeenkomst van opdracht. Vaste prijsafspraak. Meerwerk. Waarschuwingsplicht opdrachtnemer voor de noodzaak van een prijsverhoging of voor onjuistheden in de opdracht.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.141.008
(zaaknummer rechtbank Gelderland, kantonrechter, zittingsplaats Zutphen 522518)
arrest van de derde kamer van 3 februari 2015
in de zaak van
de besloten vennootschap
Archeodienst B.V.,
gevestigd te Zevenaar,
appellante,
hierna: Archeodienst,
advocaat: mr. drs. H. van der Perk,
tegen:
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. J.J. Gevers.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 31 juli 2013 en 25 september 2013 die de rechtbank Gelderland, kantonrechter, zittingsplaats Zutphen, tussen Archeodienst als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 18 december 2013,
- de memorie van grieven met een productie,
- de memorie van antwoord.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
3 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.6 van het bestreden vonnis van 25 september 2013. De feiten, voor zover in hoger beroep van belang, behelzen, kort weergegeven, het volgende.
Partijen zijn op 7 oktober 2009 een overeenkomst aangegaan, waarbij Archeodienst een archeologisch onderzoek zou verrichten aan [adres], volgens een door [geïntimeerde] aangeleverd Programma van Eisen. [geïntimeerde] was in het kader van het verkrijgen van een bouwvergunning van de gemeente gehouden een dergelijk onderzoek te doen uitvoeren.
In het Programma van Eisen is, voor zover hier van belang, het volgende te lezen.
DOEL EN REDEN VAN HET ONDERZOEK
Reden In het plangebied zal een woonhuis met een bijbehorende garage (± 135 m2) worden gebouwd. Hierbij zal ter plaatse de bodem tot een diepte van circa 1 m –mv worden afgegraven ten behoeve van de aanleg van een fundering.
Doel Doel van de archeologische begeleiding – protocol opgraven is het ex situ veilig stellen van het bodemarchief in het plangebied door middel van een zorgvuldige documentatie van de archeologische en aardwetenschappelijke sporen, en berging van het vondstmateriaal.
In de offerte van Archeodienst van 14 september 2009 is onder meer het volgende vermeld.
(...) Het onderzoeksgebied heeft een omvang van ca. 135 m2. (...)
De ca. 135 m2 grote bouwput wordt met een graafmachine met een gladde bak op aanwijzing van een archeoloog aangelegd. (...)
Tariefstelling
Het archeologisch onderzoek bieden wij u aan voor de volgende vaste prijs:
€ 4.500,00 excl. BTW.
(...)
De werkzaamheden ten behoeve van het archeologisch onderzoek hebben plaatsgevonden op 24 en 25 november 2009. [geïntimeerde] was daarbij aanwezig.
In de e-mail van 1 december 2009 deelt [de directeur] (hierna: [de directeur]), directeur van Archeodienst, aan [geïntimeerde] onder meer het volgende mee.
We hebben het veldwerk van het archeologisch onderzoek afgelopen week afgerond. Er is in totaal 170 m2 opgegraven. Dat is 25 % meer dan waarvan sprake was in het programma van eisen en de offerte (135 m2). Als er geen of nauwelijks sporen waren geweest dan had ik daar geen probleem van gemaakt. Nu waren er echter zeer veel sporen, waardoor het voor ons sowieso een verliesproject is geworden. We zijn daarom gedwongen deze 25 % aan u door te berekenen (EUR 1125,00 excl. BTW).
Archeodienst heeft in haar factuur van 30 november 2009 de eerste termijn in rekening gebracht van 60% van de totale kosten, zijnde een bedrag van € 4.551,75 inclusief btw. [geïntimeerde] heeft mondeling bij Archeodienst geklaagd over de extra kosten. Daarna heeft [geïntimeerde] het factuurbedrag aan Archeodienst voldaan.
In haar factuur van 29 oktober 2010 heeft Archeodienst de tweede (eind)termijn in rekening gebracht tot een bedrag van € 2.142,00 inclusief btw. [geïntimeerde] heeft bij brief geprotesteerd tegen het bedrag van de eindfactuur en vermeld dat hij € 803,25 (15% van € 4.500,00, vermeerderd met btw) zal overmaken. Bij brief van de gemachtigde van [geïntimeerde] van 10 februari 2011 aan Archeodienst is vermeld dat [geïntimeerde] genoemd bedrag zal betalen zodra hij het eindrapport van Archeodienst heeft ontvangen.