Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-03-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2317, 200.165.072

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-03-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2317, 200.165.072

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22 maart 2016
Datum publicatie
31 maart 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:2317
Formele relaties
Zaaknummer
200.165.072

Inhoudsindicatie

aanneming; voorbehoud opdrachtgever om delen van het werk niet door de aannemer te laten uitvoeren; vergoeding van winstderving na ontbinding wegens wanprestatie van de opdrachtgever? gebreken in het werk? bewijslastverdeling; geen belang meer bij verweer na verkoop van het gebouwde? postjes.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.165.072

(zaaknummer rechtbank Gelderland: 266487)

arrest van 22 maart 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. W.M.H. Weijmans,

tegen:

[geïntimeerde] , handelende onder de naam [...],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. M. Rebel.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 28 april 2015 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:- de memorie van grieven met producties,- de memorie van antwoord met producties.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.5 van het bestreden vonnis van 4 februari 2015. Kort weergegeven gaat het, voor zover in hoger beroep nog van belang, om het volgende.

2.1

[geïntimeerde] heeft een timmer- en klusbedrijf. Hij en [appellant] zijn medio 2011 met elkaar overeengekomen dat [geïntimeerde] zich voor [appellant] zou inzetten bij de bouw van een woning. [geïntimeerde] heeft bouwwerkzaamheden voor [appellant] verricht en heeft ter zake daarvan een aantal facturen aan [appellant] toegestuurd, waarbij de eerste vier betrekking hebben op termijnen, zonder nadere omschrijving. De gefactureerde bedragen zijn door [appellant] betaald. De twee laatste facturen houden onder het kopje ‘Bouw woonhuis’ omschrijvingen in van geleverde materialen en werk. Het gaat daarbij om bedragen van € 38.312,05 inclusief BTW (factuurnummer 681) en € 27.106,42 inclusief BTW (factuurnummer 687). Deze bedragen zijn niet betaald.

2.2

Bij brief van 20 mei 2014 van zijn advocaat heeft [geïntimeerde] [appellant] meegedeeld dat hij de door partijen gesloten overeenkomst ontbindt wat betreft het nog niet uitgevoerde deel daarvan.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg, samengevat, betaling gevorderd van de facturen 681 en 687 van in totaal € 65.418,47, van een aanvullende schadevergoeding van € 12.294,80 en van een vergoeding van € 1.429,18 wegens gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Bovendien heeft hij gevorderd dat voor recht zal worden verklaard dat hij de tussen partijen gesloten aanneemovereenkomst heeft ontbonden. [appellant] heeft in eerste aanleg verweer gevoerd.

3.2

De rechtbank heeft bij het bestreden vonnis van de vordering tot betaling van aanvullende schadevergoeding een gedeelte, groot € 2.865, afgewezen, maar heeft de vorderingen voor het overige toegewezen met veroordeling van [appellant] in de kosten.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

5 De beslissing