Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-05-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4225, 200.163.633

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-05-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4225, 200.163.633

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31 mei 2016
Datum publicatie
17 september 2018
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:4225
Zaaknummer
200.163.633

Inhoudsindicatie

Zorgplicht bank

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.163.633

(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, 148620)

arrest van 31 mei 2016

in de zaak van

1 [appellant 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[appellant 2] B.V.,

gevestigd te [woonplaats] ,

appellanten,

in eerste aanleg: eisers,

advocaat mr. H.G.M. van Zutphen,

tegen:

de coöperatieve vereniging

Coöperatieve Rabobank U.A. gevestigd te Amsterdam,

voorheen: Coöperatieve Rabobank Noord Twente U.A., gevestigd te Almelo,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

advocaat: mr. D.J. Kramer te Doesburg.

Appellant sub 1 zal hierna [appellant 1] , appellante sub 2 [appellant 2] en appellanten gezamenlijk zullen [appellanten] worden genoemd. Geïntimeerde zal hierna Rabobank worden genoemd.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 22 december 2015 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- het proces-verbaal van de op 20 april 2016 gehouden comparitie van partijen.

1.3

Bij brief van 14 april 2016 heeft Rabobank medegedeeld dat na het uitbrengen van de appeldagvaarding door fusie de Coöperatieve Rabobank Noord Twente, gedaagde in eerste aanleg en geïntimeerde in hoger beroep, is opgegaan in de structuurcoöperatie Coöperatieve Rabobank U.A. Op verzoek van Rabobank en met instemming van [appellanten] is de onderhavige procedure in de stand waarin deze zich bevond voortgezet onder de naam Coöperatieve Rabobank U.A. (ook aangeduid als: Rabobank).

1.4

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten.

3.2

Op 13 februari 2013 is het faillissement uitgesproken van Tegelhandel [appellant 1] B.V. (hierna: de tegelhandel) met benoeming van mr. G.W. Weenink tot curator. Tot die tijd hield de tegelhandel zich bezig met de in- en verkoop van tegels en sanitair, alsmede het zetten en leggen van tegels.

3.3

[appellant 2] was enig aandeelhouder en bestuurder van de tegelhandel. [appellant 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van [appellant 2] . De dagelijkse leiding over de tegelhandel werd feitelijk uitgevoerd door [appellant 1] . Op grond van een daartoe gesloten managementovereenkomst, verkreeg [appellant 2] hiervoor een management fee van de tegelhandel.

3.4

Daarnaast verhuurde [appellant 2] het bij haar in eigendom zijnde bedrijfspand te [woonplaats] aan de tegelhandel. Deze overeenkomst is per faillissementsdatum met wederzijds goedvinden beëindigd.

3.5

Rabobank was vanaf 1993 “huisbankier” van [appellant 2] , de tegelhandel en [appellant 1] in privé. Tussen Rabobank enerzijds en [appellant 2] en de tegelhandel, alsmede [appellant 1] anderzijds bestond een (uitgebreide) financierings- en zekerhedenrelatie. Kort samengevat gaat het om de navolgende overeenkomsten:

Zakelijke financiering en zekerheden

Hoofdelijk met [appellant 2] en de tegelhandel:

1) een overeenkomst van geldlening (ƒ 500.000) op 22 maart 2000;

2) een overeenkomst van geldlening (ƒ 400.000) op 12 september 2000;

3) een overeenkomst van geldlening (ƒ 700.000) op 25 januari 2001;

4) een overeenkomst van geldlening (€ 117.250) op 28 november 2006;

5) een overeenkomst van geldlening (€ 75.000) op 26 maart 2007;

6) een overeenkomst van geldlening (€ 50.000) op 4 november 2010;

7) een rekening-courant overeenkomst (€ 150.000) op 4 november 2010;

8) een overeenkomst van geldlening (€ 150.000) op 14 maart 2012;1

Tot zekerheid voor genoemde financiering werden de navolgende zekerheden verstrekt:

9) een hypotheekrecht op een perceel industrieterrein in eigendom van [appellant 2] tot een bedrag van ƒ 1.000.000, verleend op 24 maart 2000;

10) een hypotheekrecht op het woonhuis van [appellant 1] en zijn echtgenote tot een bedrag van ƒ 250.000, verleend op 2 maart 2001;

11) een hypotheekrecht op het bedrijfspand in eigendom van [appellant 2] tot een bedrag van ƒ 700.000, verleend op 5 maart 2001;

12) een pandrecht op de inventaris van [appellant 2] en de tegelhandel, verleend op 22 maart 2000;

13) een pandrecht op de vorderingen van [appellant 2] op de tegelhandel uit hoofde van de tussen hen bestaande huurovereenkomst, verleend op 4 november 2010;

14) een pandrecht op de inventaris, voorraden, vorderingenportefeuille van [appellant 2] en de tegelhandel, verleend op 14 maart 2012;

15) een borgstelling door [appellant 1] in privé tot een bedrag van ƒ 400.000, verleend op 25 januari 2001.

Privé financiering en zekerheden

Met de heer en mevrouw [appellant 1]

16) een overeenkomst van geldlening (ƒ 250.000) op 29 juni 1996;

17) een overeenkomst van geldlening (ƒ 100.000) op 29 juni 1996;

Met de heer [appellant 1]

18) een rekening-courantovereenkomst (ƒ 70.000) op 17 juni 1999;

19) een overeenkomst van geldlening (ƒ 217.000) op 29 oktober 1999.

Tot zekerheid voor genoemde financiering werd de navolgende zekerheid verstrekt:

20) een hypotheekrecht op het woonhuis van [appellant 1] en zijn echtgenote tot een bedrag van ƒ 400.000, verleend op 18 oktober 1999.

3.6

In maart 2012 heeft de bank met het oog op de prognose voor het jaar 2012 ingestemd met het verzoek van [appellant 2] en de tegelhandel om de aflossingsverplichtingen met één jaar uit te stellen.

3.7

Op 13 december 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [appellant 1] en Rabobank. In dat gesprek heeft [appellant 1] de bank onder meer verzocht haar medewerking te verlenen aan een doorstart van de tegelhandel in afgeslankte vorm.

3.9

Rabobank is voor en na het op 13 februari 2013 uitgesproken faillissement van de tegelhandel tot een financiering van een doorstart niet bereid geweest.

3.8

Bij brief van 15 februari 2013 heeft Rabobank haar vordering op de tegelhandel

groot € 592.363,55 ter verificatie bij de curator ingediend.

3.10

Blijkens notariële akte van 14 maart 2013 heeft [appellant 2] het haar toebehorende bedrijfspand voor een bedrag van € 600.000 verkocht en geleverd aan derde-financier [x] , althans diens vennootschap ’t Vieker Beheer B.V.

3.11

[appellant 2] heeft uit de opbrengst de openstaande vordering van de Rabobank op de tegelhandel geheel voldaan.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

6 De slotsom

7 De beslissing