Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-02-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:610, 200.151.392
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-02-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:610, 200.151.392
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 februari 2016
- Datum publicatie
- 3 maart 2016
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:610
- Zaaknummer
- 200.151.392
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 14, Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 310, Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 317, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 2, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 162
Inhoudsindicatie
Schending algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beroep op verjaring is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.151.392
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/349058)
arrest van 2 februari 2016
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
Gemeente Bussum,
zetelend te Bussum,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: de Gemeente,
advocaat: mr. E.M.N. Noordover,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eisers,
hierna: in enkelvoud [geintimeerde] ,
advocaat: mr. R.V.H. Jonker.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van
18 september 2013 en 12 maart 2014 die de rechtbank Midden-Nederland (afdeling civielrecht, handelskamer, locatie Utrecht) heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 3 juni 2014,
- de memorie van grieven met producties,
- de memorie van antwoord in het principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep met producties,
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep.