Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-02-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:677, 200.142.695/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-02-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:677, 200.142.695/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
2 februari 2016
Datum publicatie
10 februari 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:677
Zaaknummer
200.142.695/01
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 18-07-2025 tot 01-05-2029], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 18-07-2025 tot 01-05-2029] art. 753

Inhoudsindicatie

Waarschuwingsplicht in geval van kostenverhogende omstandigheden als bedoeld in artikel 7:753, derde lid BW.

Ontgraven grond bleek ernstiger vervuld dan verwacht waardoor de kosten voor de verwerking van die grond hoger zouden uitvallen. Aannemer heeft de grond laten afvoeren zonder eerst de opdrachtgever te waarschuwen voor de hogere kosten voor het verwerken van die grond. De omstandigheid dat de kostenverhogende omstandigheid pas aan het licht trad één dag voordat vervolgwerkzaamheden waren gepland –het plaatsen van een kelder- bracht in dit geval nog niet met zich dat op de aannemer geen waarschuwingsplicht meer zou rusten. De planning van de werkzaamheden dient voor rekening en risico van de aannemer te worden gelaten. Het beroep van opdrachtgevers op het niet voldoen aan die waarschuwingsplicht is niet onaanvaardbaar en aannemer heeft daarmee geen aanspraak op aanpassing van de aanneemsom.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handelsrecht

zaaknummer gerechtshof 200.142.695/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 420645 \ CV EXPL 13-884)

arrest van 2 februari 2016

in de zaak van

1 [appellant1] ,

gevestigd te [A] ,

hierna: [appellant1],

wonende te [B] ,

hierna: [appellant2],

gevestigd te [C] ,

hierna: [appellant3],

appellanten in het principaal hoger beroep,

geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten] c.s.,

advocaat: mr. A.A. Westers, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [D] ,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. S. Buddingh, kantoorhoudend te Utrecht.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van de 17 mei 2013 en 8 november 2013 van de rechtbank Leeuwarden, afdeling kanton, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 7 februari 2014,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord, tevens van grieven in incidenteel hoger beroep (met producties),

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van [appellanten] c.s. (als opgenomen in de memorie van grieven) luidt:

MET CONCLUSIE : I. Dat uw hof het vonnis van de kantonrechter vernietigt en opnieuw rechtdoende de vorderingen van geïntimeerde in eerste aanleg in conventie alsnog niet ontvankelijk klaart [het hof verstaat: verklaart] dan wel deze ontzegt en in reconventie de vordering van [appellant1] [het hof leest in: om] de prijs aan te passen alsnog toewijst.

II. Voorts [geïntimeerde] te veroordelen om al hetgeen [appellant1] ter

uitvoering van het vonnis aan [geïntimeerde] heeft voldaan aan [appellant1]

terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de

dag van terugbetaling.

III. [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties.”

2.4

In incidenteel appel heeft [geïntimeerde] gevorderd:

" MET CONCLUSIE:

het is op vorenstaande gronden dat [geïntimeerde] de eer heeft te concluderen dat het Uw Hof behage het tussen [geïntimeerde] en [appellant1] onder zaaknummer 420645\CV EXPL 13-884 gewezen vonnis te bekrachtigen, zo nodig in verband met het incidenteel appel onder verbetering van de gronden, met veroordeling van [appellant1] in de kosten van het appel, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.".

3 De omvang van het hoger beroep

4 Feiten

5 De vorderingen in eerste aanleg en de beslissing daarop

6 De motivering van de beslissing in hoger beroep

7 De beslissing