Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-02-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1577, 200.193.677/01 en 200.195.804/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-02-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1577, 200.193.677/01 en 200.195.804/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 21 februari 2017
- Datum publicatie
- 8 maart 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:1577
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:219, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 200.193.677/01 en 200.195.804/01
Inhoudsindicatie
Verzoek toestemming verhuizing afgewezen.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummers gerechtshof 200.193.677/01 en 200.195.804/01
(zaaknummers rechtbank C/17/145272 / FA RK 15-1937 en C/17/145275 / FA RK 15-1938)
beschikking van 21 februari 2017
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [A] ,verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. J.D. Nijenhuis te Leeuwarden,
en
[verweerster] ,
wonende te [B] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. P. Bollema te Leeuwarden.
1 1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 2 december 2015 en de twee beschikkingen van 9 maart 2016, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure in de zaak met zaaknummer 200.193.677/01 blijkt uit:
- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 9 juni 2016;
- het verweerschrift;
- een journaalbericht van mr. Nijenhuis van 20 september 2016 met productie(s);
- een journaalbericht namens mr. Bollema van 9 januari 2017 met productie(s).
Het verloop van de procedure in de zaak met zaaknummer 200.195.804/01 blijkt uit:
- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 9 juni 2016;
- het verweerschrift;
- een journaalbericht namens mr. Bollema van 9 januari 2017 met productie(s).
De mondelinge behandeling heeft op 23 januari 2017 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.
3 De vaststaande feiten
Uit de medio april/mei 2015 verbroken affectieve relatie tussen partijen is [de minderjarige] (verder te noemen: [de minderjarige] ) [in] 2011 geboren. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige] .
Bij de bestreden uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 9 maart 2016 met zaaknummer C/17/145272 / FA RK 15-1937 heeft de kinderrechter bepaald dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder, de moeder vervangende toestemming verleend om met [de minderjarige] te verhuizen naar [B] en haar in te schrijven op het nieuwe adres en een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaald waarbij [de minderjarige] één keer per veertien dagen van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader verblijft, met de mogelijkheid in onderling overleg extra dagen af te spreken waarbij [de minderjarige] omgang zal hebben met de vader, en bepaald dat het halen en brengen van [de minderjarige] door de moeder zal geschieden tenzij partijen in onderling overleg anders overeenkomen.
Bij de bestreden uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 9 maart 2016 met zaaknummer C/17/145275 / FA RK 15-1938 heeft de kinderrechter het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling afgewezen.