Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-06-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5015, 200.206.437/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-06-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5015, 200.206.437/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 juni 2017
- Datum publicatie
- 20 juni 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:5015
- Zaaknummer
- 200.206.437/01
Inhoudsindicatie
Toewijzing verzoek heropening vereffening ex artikel 2:23c BW, aangezien voldoende is gebleken van enige bate.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.206.437/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/148886/HA RK 16-40)
beschikking van 8 juni 2017
in de zaak van
Employment Power B.V.,
(voorheen) gevestigd te Drachten,
appellante,
in eerste aanleg: verweerster,
hierna: Employment Power,
advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudend te Ede (Gld),
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ( [land] ),
geïntimeerde,
in eerste aanleg: verzoeker,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. G.P. Geelkerken, kantoorhoudend te Amsterdam.
waarbij als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland of daarbuiten,
advocaat: mr. C.J. Van Dijk, kantoorhoudend te Ede (Gld),
en
de door de rechtbank benoemde vereffenaar mr. [vereffenaar] ,
kantoorhoudende te Leeuwarden.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van 22 september 2016 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-het appelrekest, ingekomen 15 december 2016, met productie,
-het verweerschrift, ingekomen 9 februari 2017, met producties,
-de brief d.d. 22 maart 2017 van de vereffenaar mr. [vereffenaar] ,
-de mondelinge behandeling op 6 april 2017, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van een beschikking aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
3 De vaststaande feiten
Tussen partijen staan in hoger beroep als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken en op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van de overgelegde producties de volgende feiten vast.
[geïntimeerde] is in 2013 in dienst getreden van International Solutions B.V., welke onderneming op 24 juli 2013 is opgericht en per 30 juni 2015 failliet is verklaard. International Solutions B.V. exploiteerde een uitzendbureau. [geïntimeerde] was voor dit uitzendbureau werkzaam als uitzendkracht Bestuurder van International Solutions B.V. was mevrouw [belanghebbende] , hierna te noemen: [belanghebbende] .
Op 16 februari 2015 is [geïntimeerde] in dienst getreden van Employment Power, wederom als uitzendkracht. Employment Power exploiteerde een uitzendbureau en stond vanaf 23 september 2014 ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nr] . Op 20 mei 2016 is in het handelsregister geregistreerd dat Employment Power met ingang van 16 mei 2016 is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn. [belanghebbende] was ook bestuurder van Employment Power en enig aandeelhouder.
[belanghebbende] is aangewezen als bewaarder van de boeken en bescheiden van Employment Power als bedoeld in artikel 2:24 lid 1 BW.
In de statuten van Employment Power is in artikel 29 lid 1 bepaald dat de vereffening door de bestuurders geschiedt, tenzij de algemene vergadering anders bepaalt.