Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-08-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:6886, 200.159.198/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-08-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:6886, 200.159.198/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 augustus 2017
- Datum publicatie
- 10 augustus 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:6886
- Zaaknummer
- 200.159.198/01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 307, Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 316, Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 317, Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 318, Burgerlijk Wetboek Boek 7A [Tekst geldig vanaf 01-01-2019], Burgerlijk Wetboek Boek 7A [Tekst geldig vanaf 01-01-2019] art. 1683, Burgerlijk Wetboek Boek 7A [Tekst geldig vanaf 01-01-2019] art. 1684
Inhoudsindicatie
Datum ontbinding vennootschap onder firma. Berekening uittredesom.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.159.198/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/122736 / HA ZA 10-994)
arrest van 8 augustus 2017
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [A] ,
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. J. Faas, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [A] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. T.E. Heslinga, kantoorhoudend te Leeuwarden.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 4 april 2017 hier over.
Ter uitvoering van dat arrest heeft op 11 mei 2017 een comparitie van partijen plaatsgehad. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het comparitiedossier, aangevuld met het proces-verbaal.
Bij brief van 2 juni 2017 heeft mr. T.E. Heslinga naar aanleiding van het proces-verbaal het volgende opgemerkt:‘Op pagina 2 staat onder de eerste alinea van de verklaring van ondergetekende dat de bewijslast omtrent dit punt rust bij [geïntimeerde] . Dat is echter door ondergetekende nimmer gezegd. Ik heb niet aangegeven dat er ook maar enige bewijslast rust bij cliënt. Wel is gezegd dat voor zover in eerste aanleg de bewijslast omtrent dit punt rustte bij [geïntimeerde] , dit door de kantonrechter [het hof begrijpt: de rechtbank] bewezen is verklaard en dat het aan [appellant] is om thans in hoger beroep de bewijslast te dragen.Voor het overige geeft het proces-verbaal de zitting goed weer.’
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals vastgesteld in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.7 van het vonnis van 21 september 2011 en in rechtsoverweging 2.2 van het vonnis van 14 mei 2014, nu tegen die vaststelling geen grieven zijn gericht. Aangevuld met hetgeen in dit hoger beroep overigens als onweersproken vast staat, gaat het om het volgende.
Partijen hebben op 5 december 2008 een vennootschap onder firma ‘Noordzee Expedities VOF’ (hierna: de VOF) opgericht. De VOF heeft ten doel het drijven van een
onderneming die gelegenheid biedt tot sportvisserij door recreanten en het doen van
wetenschappelijk onderzoek. De door partijen gemaakte afspraken zijn neergelegd in een door beide partijen getekende akte (hierna: de vennootschapsakte).
Artikel 13 lid 2 sub a van de vennootschapsakte luidt als volgt:‘Wordt het bedrijf van de firma door een overblijvende vennoot alleen voortgezet, dan is laatstbedoelde verplicht bij vervreemding van de ingevolge dit contract verworven registergoederen of van een deel daarvan binnen tien (10) jaar na het begin van de voortzetting, het verschil tussen de vrije waarde in het economische verkeer en de verkrijgingsprijs op het moment van de voortzetting uit te keren aan de andere (gewezen)
venno(o)t(en), diens/hun rechtsvertegenwoordigers of rechtverkrijgende(n). Op het uit te keren bedrag komt in mindering een evenredig gedeelte van de kosten die gemaakt zijn voor de aangebrachte verbeteringen, voor zover deze verbeteringen ten tijde van de vervreemding de waarde van de het registergoed verhogen. Voorts komt op het uit te keren bedrag in mindering de te betalen inkomsten- c.q. vennootschapsbelasting over de opbrengst, dan wel de daarop rustende latente inkomsten- c.q. vennootschapsbelastingclaim. Het uit te keren bedrag bedraagt niet meer dan het totale gerealiseerde netto voordeel.’
Artikel 13 lid 2 sub c luidt:‘Voor ieder jaar of een deel daarvan dat de vervreemder(s) het registergoed na de aanvang van de voortzetting in eigendom heeft/hebben, wordt op het uit te keren bedrag tien procent (10%) in mindering gebracht.’
De VOF is eigenaar van één motorschip, de m.s. Triton.
[geïntimeerde] heeft geen diploma's om een motorschip te mogen varen en beheerde de
administratie van de VOF. [appellant] beschikt over de volgende diploma's: SMBW
schippermachinist (beperkt werkgebied tot 30 mijl uit de kust) en radio operator, Markom B. [appellant] was bij aanvang van de VOF niet bevoegd om zelfstandig een motorschip op zee te bevaren.
Korte tijd na de oprichting van de VOF is er onenigheid tussen de partijen ontstaan.
Sedert 27 mei 2009, heeft [appellant] geen werkzaamheden meer verricht op de
m.s. Triton.
Op 16 juni 2009 hebben partijen een verklaring getekend, waarvan de inhoud luidt
als volgt:
‘Hierbij geef ik, [geïntimeerde] toestemming aan [appellant] om voor zijn eigen bedrijf [appellant]
werkzaamheden te verrichten voor rekening van zijn eigen bedrijf.
De werkzaamheden verricht de heer [appellant] op o.a. de Dream West en waar dat nodig is op de
Triton.
Heer [appellant] geeft hierbij ook bij aan dat hij werkzaamheden voor zichzelf wil verrichten en liever
voor zichzelf werkt zoals o.a. waar dat nodig is werkzaamheden te verrichten op o.a. de Dream West
en de Triton. Mochten er werkzaam heden zijn op andere locaties of schepen dan geeft de heer [geïntimeerde]
hier ook toestemming voor.
Deze datum gaat in op 01-05-2009.’
Bij het onderschrift van [geïntimeerde] staat vermeld: ‘Noordzee expedities’ en bij het onderschrift
van [appellant] staat vermeld: ‘ [appellant] ’.
Op 19 juni 2009 heeft een bespreking plaatsgevonden waarbij aanwezig waren: [geïntimeerde] , [appellant] en zijn partner, [B] , de boekhouder van de VOF en [C] , fiscalist.
Op 26 juni 2009 heeft [B] zowel aan [geïntimeerde] als aan [appellant] een brief gestuurd met de volgende inhoud:‘betreft: vaststellingsovereenkomst einde v.o.f.Geachte heer (...),
Hierbij ontvangt u volgens afspraak de vaststellingsovereenkomst einde vennootschap onder firma.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen en of opmerkingen hebben dan kunt u contact met ons opnemen. Met vriendelijke groet, [B] ’ In de bijgevoegde vaststellingsovereenkomst werd uitgegaan van een beëindiging van de VOF per 1 april 2009.
[appellant] heeft op diezelfde datum, 26 juni 2009, aan ‘Noordzee expedities t.a.v. dhr. [geïntimeerde] ’ een rekening gestuurd voor de door hem op de m.s. Triton gewerkte uren in april en mei, in totaal ten bedrage van € 4.960,- incl. btw.
In de e-mail van 21 december 2012 van de raadsman van [appellant] aan de raadsman van [geïntimeerde] , schrijft de raadsman van [appellant] onder meer het volgende:
‘Bij deze bericht ik u dat cliënt akkoord gaat met de verkoop van het schip.
De overwaarde dient in depot gehouden bij de met de verkoop belaste notaris, totdat door de rechtbank in de procedure tussen cliënten vonnis is gewezen. De notaris dient het in depot gehouden bedrag uit te keren aan de gerechtigde partij op basis van het vonnis.(...)’
Het schip is met instemming van beide partijen in 2013 verkocht voor een bedrag van € 125.000,-.
3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg, na wijziging van eis (in conventie) kort samengevat gevorderd om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [appellant] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.266,- aan [geïntimeerde]
ter zake van het (negatieve) kapitaal in de vennootschap, dit te vermeerderen met
de wettelijke rente vanaf 1 april 2009;
2. [appellant] te veroordelen tot betaling van de kosten van de deskundige, te vermeerderen met de rente vanaf de datum betaling voorschotten door [geïntimeerde] aan de Rechtbank;
3. Notaris Hilgen Netwerk Notarissen te Leens te gelasten de opbrengst van de MS
Triton, welke door hem in depot wordt gehouden, zijnde de netto-opbrengst van
de MS Triton te vermeerderen met daarop vrij gevallen rente, uit te betalen aan
[geïntimeerde] ;
4. [appellant] te veroordelen in de kosten van de procedure in conventie en in reconventie.
[appellant] heeft in eerste aanleg (in reconventie) kort samengevat gevorderd
1) de VOF te ontbinden per 25 juni 2010;
2) het vermogen van de VOF conform de bepalingen van de vennootschapsakte te
vereffenen en te bepalen dat [geïntimeerde] , althans de VOF aan [appellant] dient te betalen
een door een door de rechtbank op kosten van de VOF te benoemen deskundige te
bepalen bedrag, dat die deskundige dient vast te stellen met in achtneming van door
[appellant] in zijn conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie geformuleerde uitgangspunten
3) vermeerderd met wettelijke rente;
4) en proceskosten.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 januari 2012 een deskundigenbericht gelast.Bij vonnis van 14 mei 2014 heeft de rechtbank de vorderingen van [geïntimeerde] gedeeltelijk toegewezen: [appellant] is veroordeeld om aan [geïntimeerde] een bedrag van € 5.266,00 (vijfduizendtweehonderdzesenzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2009 te betalen. De rechtbank heeft verstaan dat Notaris Hilgen Netwerk Notarissen te Leens de opbrengst van de MS Triton, welke door hem in depot wordt gehouden, zijnde de netto-opbrengst van de MS Triton te vermeerderen met daarop vrijgevallen rente, dient uit te betalen aan [geïntimeerde] . De vorderingen van [appellant] zijn afgewezen. De rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd.