Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-01-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:788, 200.160.360/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-01-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:788, 200.160.360/01

Inhoudsindicatie

Ruilverkaveling. Biedt artikel 3:26 BW bescherming tegen het feit dat in de (in de openbare registers ingeschreven) akte van toedeling abusievelijk een aantal bestaande hypotheekrechten niet worden vermeld? Artikelen 160 en 208 Landinrichtingswet.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.160.360/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/134639 / HA ZA 12-231)

arrest van 31 januari 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in voorwaardelijke reconventie,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. F.R. Omta, kantoorhoudend te Veendam,

tegen

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatieve Rabobank Noord-Groningen U.A.,

gevestigd te [B] ,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in voorwaardelijke reconventie,

hierna: Rabobank,

advocaat: mr. W. Mollema, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 11 september 2013 en 27 augustus 2014 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 31 oktober 2014,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord/tevens memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep (met producties),

- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep tevens houdende akte uitlating producties in het principaal appel.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] vordert in het principaal hoger beroep:"(...) bij arrest uitvoerbaar bij voorraad te vernietigen het vonnis door de Rechtbank Noord Nederland, afdeling privaatrecht, zittingsplaats Groningen, op 27 augustus 2014 tussen partijen gewezen, en, opnieuw rechtdoende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- In conventie : Rabobank niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar

deze als ongegrond en onbewezen te ontzeggen, zulks met veroordeling van Rabobank in

de kosten van dit hoger beroep en de procedure in eerste aanleg; - In (voorwaardelijke) conventie :

1) voor recht te verklaren dat [appellant] op grond van artikel 3:24 tot en met 3:26 BW

beschermd wordt tegen de onvolledigheid en/of onjuistheid van de openbare registers en

dat dientengevolge het hypotheekrecht dat [C] ten behoeve van [appellant] vestigde op

het perceel [pand1] in rang gaat vóór de hypotheekrechten die [C] ten behoeve van

Rabobank vestigde op het perceel kadastraal bekend gemeente Slochteren, sectie [Y] ,

nummer [000] en die van rechtswege zijn komen te rusten op het perceel kadastraal bekend

gemeente Slochteren, sectie [Y1] , nummer [001] , althans een maatregel dan wel verklaring die

uw Gerechtshof in goede justitie vermeent te behoren:

2) zal bepalen dat op grond van de depotovereenkomst d.d. 13 januari 2012 aan [appellant]

uit het depotbedrag aangehouden bij Notaris Kalfsbeek te Slochteren aldus aan [appellant]

dient te worden uitgekeerd een bedrag van € 116.000,00, althans een maatregel dan wel

een verklaring die uw Gerechtshof in goede justitie vermeent te behoren;

3) zal bepalen dat op grond van de depotovereenkomst d.d. 13 januari 2012 aan [appellant]

uit het depotbedrag aangehouden bij Notaris Kalfsbeek te Slochteren toekomt de contractuele rente van 8,8% over een bedrag van € 116.000,00 vanaf 1 juli 2011 t/m 13 januari 2012 alsmede de wettelijke rente vanaf 13 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, dan wel de rente als vermeld in de depotovereenkomst vanaf 13 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

4) met veroordeling van Rabobank in de kosten van dit hoger beroep en de procedure in eerste aanleg."

2.4

Rabobank vordert in het incidenteel hoger beroep:

"(...) bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de rechtbank voor zover dat ziet op de afwijzing van vordering III van Rabobank te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, [appellant]

te veroordelen om aan Rabobank te betalen een bedrag gelijk aan de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW gerekend over een bedrag ad € 342.839,98, vanaf 13 januari 2012 tot aan de dag dat de gerechtelijke uitspraak ter zake het onder I en II in eerste aanleg door Rabobank gevorderde in kracht van gewijsde is gegaan, zulks onder aftrek van de over het depotbedrag op de kwaliteitsrekening van notaris mr. S. Kalsbeek, notaris te Slochteren, althans in een voorkomend geval de opvolger van diens protocol, gekweekte rente.

Zowel in principaal appel als in incidenteel appel:

III [appellant] te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten ter grootte van € 131,-, te vermeerderen met € 68,- in geval van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen arrest - en voor het geval voldoening van de proceskosten en de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot de dag der algehele voldoening."

3 De feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.13 van het bestreden vonnis van 27 augustus 2014, nu die feiten als gesteld en niet weersproken tussen partijen vaststaan.

3.1.1

[C] (hierna: [C] ) is op 6 maart 1997 eigenaar geworden van een (woon)boerderij met grond te [D] aan de [a-straat] 77, destijds kadastraal bekend gemeente Slochteren, sectie [Y2] , nummer [002] (verder te noemen: [pand2] ).

3.1.2

Op 6 maart 1997, 19 maart 1999 en 17 juli 2008 is een eerste, tweede en derde

hypotheekrecht door [C] voornoemd gevestigd op voormeld perceel [pand2] ten behoeve van

Rabobank. Deze hypotheken zijn destijds ingeschreven in de in artikel 3:16 BW genoemde openbare registers

3.1.3

Op 20 april 2010 heeft [C] een deel van zijn voornoemde perceel geleverd aan

een derde. Na kadastrale inmeting is het bij [C] blijvende deel van het perceel herbenoemd

tot het perceel kadastraal bekend gemeente Slochteren, sectie [Y2] , nummer [003] (verder te

noemen: [pand3] ).

3.1.4

Voormelde hypotheken van Rabobank zijn op het bij [C] blijvende perceel, met

de hiervoor vermelde aanduiding, blijven rusten. Hetzelfde geldt voor een aantal ten laste

van [C] gelegde beslagen.

3.1.5

Op 7 september 2010 heeft [C] ten behoeve van Management Team Noord B.V.

een vierde hypotheekrecht gevestigd op voormeld perceel [pand3] . Ook deze hypotheek is

destijds ingeschreven in de openbare registers. Nadien zijn ook nog meerdere beslagen ten laste van [C] op voormeld perceel gelegd.

3.1.6

Op 8 juli 2011 is de lopende ruilverkaveling Luddeweer-Overschild, waarin ook

het hiervoor genoemde perceel van [C] betrokken was, afgerond. [C] is door die ruilverkaveling, in plaats van eigenaar van perceel [pand3] , eigenaar van het vervangende perceel kadastraal bekend gemeente Slochteren, sectie [Y1] , nummer [001] (verder te noemen: [pand1] ) geworden.

3.1.7

In de (notariële) ruilverkavelingsakte van 8 juli 2011 zijn ten aanzien van voormeld

perceel [pand1] zeven "bezwaringen" vermeld, te weten een zestal beslagen en de hiervoor

onder 3.1.5 vermelde hypothecaire inschrijving van Management Team Noord B.V.

De hiervoor onder 3.1.2 vermelde hypothecaire inschrijvingen van Rabobank zijn niet (als

"bezwaring" of anderszins) in voormelde akte vermeld.

De ruilverkavelingsakte is op dezelfde dag (8 juli 2011) ingeschreven in de openbare

registers bij het kadaster. In de openbare registers is niet aangetekend dat de hypotheekrechten van Rabobank (voortaan) rusten op perceel [pand1] .

De inschrijvingen van de hypotheekrechten van Rabobank op perceel [pand3] zijn niet doorgehaald.

3.1.8

Op 29 juli 2011 heeft [C] ten behoeve van [appellant] een hypotheekrecht

gevestigd op voornoemd (nieuwe) perceel [pand1] . In de notariële akte is vermeld dat [C]

het onderpand heeft verkregen door toedeling bij en blijkens "de akte van wettelijke

ruilverkaveling "Luddeweer-Overschild" (...) bij afschrift ingeschreven ten Kantore van de

Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers (...), en dat het onderpand "niet anders"

is bezwaard "dan" met een zestal beslagen en voormeld recht van hypotheek ten behoeve

van Management Team Noord B.V.

Het ten behoeve van [appellant] gevestigde hypotheekrecht is op 29 juli 2011 ingeschreven in

de openbare registers.

3.1.9

Op 23 augustus 2011 is [C] toegelaten tot de Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen, met aanstelling van mr. A.L.S. Verhoog tot bewindvoerder.

3.1.10

Bij notariële akte van 23 november 2011 is de hiervoor onder 3.1.7 vermelde akte

van ruilverkaveling gerectificeerd. In de akte van rectificatie is onder meer vermeld dat het

in de ruilverkavelingsakte met betrekking tot het perceel van [C] vermelde citaat onvolledig was en dat daarin ook opgenomen behoorden te zijn de hypothecaire inschrijvingen van Rabobank en een (ook niet vermeld) beslag van een derde.

Voormelde akte van rectificatie is op 24 november 2011 in de openbare registers ingeschreven. Op 28 november 2011 is met betrekking tot voormelde akte nog een

proces-verbaal van verbetering ingeschreven in voormelde openbare registers.

3.1.11

Met instemming van Rabobank en [appellant] heeft de bewindvoerder voornoemd het

perceel [pand1] aan een derde verkocht voor een bedrag van € 350.000,-.

3.1.12

Rabobank heeft [appellant] vervolgens gesommeerd om per uiterlijk 19 december 2011 te bevestigen dat hij overgaat tot royement van het door [C] ten behoeve van hem gevestigde hypotheekrecht. [appellant] heeft royement geweigerd.

3.1.13

Op 13 januari 2012 is het perceel [pand1] aan de koper geleverd. Tussen Rabobank,

[appellant] , de bewindvoerder en notaris mr. S. Kalfsbeek is op diezelfde dag een

depotovereenkomst gesloten, op grond waarvan de koopsom, onder aftrek van kosten, is

gedeponeerd op de kwaliteitsrekening van de notaris voornoemd in afwachting van de

vaststelling van de rangorde van de verdeling van de koopsom tussen Rabobank en

[appellant] .

3.1.14

Op 15 mei 2013 is de WSNP van [C] beëindigd onder gelijktijdige omzetting in faillissement. Op 6 maart 2015 is het faillissement geëindigd door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst.

4 Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg

5 De beoordeling van de grieven en de vordering in hoger beroep

6 De beslissing