Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-09-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7887, 200.193.120/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-09-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7887, 200.193.120/01

Inhoudsindicatie

Partneralimentatie. Nieuwe grief over behoeftigheid in strijd met de goede procesorde. Onvoldoende aanlevering van gegevens.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.193.120/01

(zaaknummer rechtbank C/18/155527 / FA RK 15-778)

beschikking van 5 september 2017

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. R.M.A. Arnoldus te Groningen,

en

[verweerster] ,

wonende te [A] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.H. Heeg te Groningen.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 26 januari 2016 en 8 maart 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met productie(s) ingekomen op 7 juni 2016;

- een journaalbericht van mr. Arnoldus van 28 juli 2016 met productie(s);

- het verweerschrift hoger beroep met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Heeg van 4 januari 2017 met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Heeg van 12 januari 2017 met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Arnoldus van 13 januari 2017 met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Arnoldus van 19 januari 2017 met productie(s).

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 23 januari 2017 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Mr. Heeg heeft het woord ter zitting mede gevoerd aan de hand van een door haar overgelegde pleitnota.

3. De vaststaande feiten

3.1

Het huwelijk van partijen is [in] 2012 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 15 mei 2012 in de registers van de burgerlijke stand. Met ingang van 4 september 2012 is de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage op € 490,- bruto bepaald en deze bijdrage is vanaf 23 januari 2013 op nihil gesteld.

3.2

Bij beschikking van 4 december 2014 heeft het hof de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud gewijzigd en dit bedrag voor zover hier van belang, vanaf 8 september 2014 bepaald op een bedrag van € 503,- per maand. Deze bijdrage bedraagt met ingang van 1 januari 2015 ingevolge de wettelijke indexering

€ 507,02 per maand.

3.3

Bij de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde bestreden beschikking van 8 maart 2016 heeft de rechtbank bepaald dat de man met ingang van 1 april 2015 als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 639,- bruto per maand dient te voldoen. In de tussenbeschikking van 26 januari 2016 is de zaak voor het nemen van een akte verwezen naar de rol en is geen inhoudelijke beslissing genomen.

4 De omvang van het geschil

4.1

In geschil is de uitkering in de kosten van levensonderhoud van de vrouw (hierna ook: partneralimentatie).

4.2

De man is met vier grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van

8 maart 2016. Tegen de tussenbeschikking van 26 januari 2016 zijn geen aparte grieven gericht. De man verzoekt het hof de bestreden beschikkingen voor het bestreden deel te vernietigen en opnieuw rechtdoende te wijzigen in die zin dat de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 8 september 2014 op nihil wordt gesteld, althans op een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als het hof juist acht. Ter zitting van het hof heeft de man zijn grief ten aanzien van de ingangsdatum en zijn grief ten aanzien van zijn draagkracht voor wat betreft de huurkosten ingetrokken.

4.3

De vrouw heeft verweer gevoerd en verzoekt het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde appel, althans dit appel af te wijzen dan wel de man in zijn grieven niet-ontvankelijk te verklaren dan wel deze af te wijzen.

4.4

Tussen partijen zijn de volgende punten in geschil:

● (de nieuwe grief ten aanzien van) de behoeftigheid van de vrouw;

● de draagkracht van de man en wel op de volgende punten:

○ het inkomen van de man;

○ het eigen risico voor de ziektekosten;

○ de verwervingskosten;

○ de advocaatkosten.

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing