Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-09-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8021, 200.166.650
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-09-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8021, 200.166.650
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 12 september 2017
- Datum publicatie
- 2 november 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:8021
- Zaaknummer
- 200.166.650
Inhoudsindicatie
Pauliana. Betaling van een advocatenrekening door een zustervennootschap die daarna failleert. De curator vernietigt deze betaling op grond van artikel 42 Fw (onder meer) stellende dat sprake is van een betaling om niet. Het hof volgt de curator hierin.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.166.650
(zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen, 3005172)
arrest van 12 september 2017
in de zaak van
de naamloze vennootschap
Poelmann van den Broek N.V.,
gevestigd te Nijmegen,
appellante in hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: Poelmann,
advocaat mr. C.W. Houtman,
tegen:
mr. V.C.A. Eschauzier-Van Wijk q.q.,
in haar hoedanigheid van (opvolgend) curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Steroko B.V.
wonende te Nijmegen,
geïntimeerde in hoger beroep,
in eerste aanleg: eiser,
hierna: de curator,
advocaat mr. V.C.A. Eschauzier-Van Wijk.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 23 mei 2014 en 6 februari 2015 die de kantonrechter (rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen) heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 2 maart 2015,
- de memorie van grieven (met producties),
- de memorie van antwoord (met producties).
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
Poelmann vordert in het hoger beroep – kort samengevat – vernietiging van het vonnis van 6 februari 2015 en niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vordering van de curator, met veroordeling van de curator in de proceskosten in beide instanties.
3 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1. tot en met 2.7. van het bestreden vonnis van 6 februari 2015.