Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10441, 17/01316

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10441, 17/01316

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
4 december 2018
Datum publicatie
14 december 2018
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:10441
Zaaknummer
17/01316

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer 17/01316

uitspraakdatum: 4 december 2018

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Lochem, vertegenwoordigd door belastingcentrum Tribuut (hierna: de heffingsambtenaar)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 november 2017, nummer AWB 17/2422, in het geding tussen de heffingsambtenaar en

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 23 te [Z] , per waardepeildatum 1 januari 2016 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2017 vastgesteld op € 329.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2017 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de heffingsambtenaar vernietigd, de vastgestelde waarde verminderd tot € 285.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2018. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak. Het betreft een penthouse gelegen op de bovenste verdieping van een in [Z] gelegen appartementencomplex (hierna: de woning). De inhoud van de woning is 516 m3. De woning beschikt over een loggia, een dakopbouw van 45 m3, en een eigen parkeerplaats.

2.2.

In beroep heeft de heffingsambtenaar geconcludeerd tot vermindering van de vastgestelde waarde tot € 292.000. De Rechtbank heeft de heffingsambtenaar hierin niet gevolgd omdat zij niet aannemelijk gemaakt achtte dat tot de woning een dakterras van 40 m2 behoort. De Rechtbank heeft de vastgestelde waarde in goede justitie verminderd tot € 285.000.

3 Geschil

3.1.

In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum.

3.2.

De heffingsambtenaar bepleit een waarde van € 292.000 en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraken op bezwaar en tot vermindering van de bestreden beschikking alsmede van de bestreden belastingaanslag.

3.3.

Belanghebbende kan zich verenigen met het oordeel van de Rechtbank en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing