Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10551, 200.185.055
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10551, 200.185.055
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 december 2018
- Datum publicatie
- 13 augustus 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:10551
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:9683
- Zaaknummer
- 200.185.055
Inhoudsindicatie
Hoger beroep; bankborgtochten door formele bestuurders voor vennootschapskredieten, in 2006 niet, in 2010 wel ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening; toestemming echtgenoten; geen ontbinding mogelijk van niet als wederkerig aan te merken borgtochten; vernietiging wegens dwaling en nadeelsopheffing? Gedwongen terugtred (feitelijke) bestuurders? Bewijsopdracht feitelijke toedracht aan eisers/appellanten.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.185.055
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 264777)
arrest van 4 december 2018
in de zaak van
1 [appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2 [appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
3 [appellant 3],
wonende te [woonplaats] ,
4 [appellant 4],
wonende te [woonplaats] ,
5 [appellant 5],
wonende te [woonplaats] ,
6 [appellant 6],
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
in eerste aanleg: partijen 1 t/m 3 gedaagden in conventie, eisers in reconventie, partijen 4 t/m 6 gevoegde partijen,
hierna gezamenlijk: [appellanten ] , partijen 1 t/m 3: [appellanten 1 t/m 3] en partijen 4 t/m 6: de echtgenoten ,
advocaat: mr. C.L. Berkel,
tegen
de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
als gevolg van fusie rechtsopvolgster van:
de coöperatie Coöperatieve Rabobank Graafschap-Noord U.A.,
gevestigd te Zutphen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna: Rabobank,
advocaat: mr. D.J. Kramer.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 juli 2017 hier over.
Het verdere verloop blijkt uit:
- hetgeen is voorgevallen ter meervoudige comparitie van 19 maart 2018.
Partijen hebben de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en het hof heeft arrest bepaald, tenzij partijen voor 10 april 2018 zouden berichten dat zij een regeling hebben getroffen. Zodanig bericht heeft het hof niet ontvangen.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in rov. 3.1 tot en met 3.8 van het bestreden eindvonnis van 18 november 2015.