Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-03-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3108, 200.199.607/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-03-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3108, 200.199.607/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27 maart 2018
Datum publicatie
4 april 2018
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:3108
Zaaknummer
200.199.607/01

Inhoudsindicatie

Retentierecht. Uitleg van de wettekst, met name van de betekenis van artikel 3:294 BW. Transportonderneming A heeft een trekker met oplegger geleasd van leasemaatschappij B. A heeft met garagebedrijf C een onderhouds- en reparatieovereenkomst gesloten, die voorziet in de betaling van maandelijkse termijnen een C. Na verloop van tijd is een achterstand ontstaan in de betaling van de termijnen en aanvullende reparatienota’s. Naar aanleiding van starproblemen krijgt C de trekker en oplegger onder zich en oefent zijn bevoegdheid tot uitoefening van het retentierecht uit met betrekking tot alle nog openstaande termijnen en facturen. B is van mening dat C aldus misbruik maakt van haar bevoegdheid. In de visie van B verdraagt het retentierecht zich niet met duurovereenkomsten en mocht C haar retentierecht alleen uitoefenen met betrekking tot de laatste factuur. Het hof wijst de redenering van B van de hand. C heeft weliswaar leverancierskrediet verschaft aan A, maar niet ten nadele van B. C heeft de belangen van B voldoende in acht genomen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.199.607/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/152071 / HA ZA 14-312)

arrest van 27 maart 2018

in de zaak van

ABN Amro Asset Based Finance N.V. (voorheen ABN AMRO Lease N.V.),

gevestigd te Utrecht,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

Hierna: AAL

advocaat: mr. J.C.A. Herstel, kantoorhoudend te Doetinchem,

tegen

mr. Robert Verdonk, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Truckservice Jager Groningen B.V.,

wonende te Heerenveen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: de curator

advocaat: mr. J. Verdonk, kantoorhoudend te Heerenveen.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 26 september 2017 hier over.

1.2

Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 16 februari 2018 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het hiervan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich in afschrift bij de stukken.

1.3

Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling van de grieven en de vordering

Procespartij

2.1

ABN Amro Lease N.V. heeft, na een fusie met een derde partij waarbij ABN Amro Lease N.V. de verkrijgende partij was, haar naam gewijzigd in ABN Amro Asset Based Finance N.V. Het hof zal in navolging van partijen ABN Amro Asset Based Finance N.V. verder verkort blijven aanduiden als AAL.

De vaststaande feiten

2.2

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.14 van het bestreden vonnis van 18 mei 2016, aangevuld met een enkel in hoger beroep als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende weersproken vastgesteld feit.

2.3

AAL is eigenaar geweest van een trekker van het merk Renault, met kenteken BX‐VT-80 en een oplegger van het merk Krone met kenteken OK-64-TR. AAL, dan wel haar rechtsvoorganger Amstel Lease, heeft deze objecten in operational lease gegeven aan het transportbedrijf Duotrans V.O.F. (hierna: Duotrans).

2.4

Duotrans en Truckservice Jager Groningen B.V. (hierna: Jager) hebben op 18 juni 2009 een "Overeenkomst inzake onderhoud en reparatie" (hierna: de overeenkomst) met elkaar gesloten met betrekking tot een Renault bedrijfswagen van Duotrans.

Onder punt 2 van de overeenkomst is bepaald: "Cliënt draagt aan dealer op het onderhouden en repareren van de in het bij deze overeenkomst behorende aanhangsel omschreven RENAULT bedrijfswagen (...)".

Duotrans en Jager hebben voor de aan Jager opgedragen werkzaamheden een vast maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen bedrag afgesproken. Met betrekking tot bepaalde nader aangeduide werkzaamheden hebben zij onder punt 8 van de overeenkomst aanvullende prijsafspraken gemaakt.

2.5

De hiervoor genoemde oplegger die op 1 april 2009 al in onderhoud was bij Jager en de hiervoor genoemde trekker die op 24 januari 2011 aan Duotrans is geleverd zijn door middel van aanhangsels bij de overeenkomst onder de werking van die overeenkomst komen te vallen.

2.6

Jager heeft Duotrans in de periode van januari 2011 tot en met december 2012 diverse facturen gestuurd met een totaalbedrag van € 29.986,09. Duotrans heeft deze facturen onbetaald gelaten.

2.7

Op 29 november 2012 zijn de trekker en de oplegger in de macht van Jager gekomen, nadat aan de trekker starthulp was verleend. [A] , destijds vennoot van Duotrans, heeft hierover op 15 februari 2013 verklaard:

"Op 29 november 2012 stond de Renault Magnum met kenteken BX-VT-80 met startproblemen in Klazinaveen. Ik heb Truckservice Jager Groningen BV telefonisch opdracht gegeven starthulp te verlenen aan het voertuig zodat de combinatie (incl. oplegger OK-64-TR) naar de vestiging van Truckservice Jager in Groningen verder kon voor verdere diagnose."

2.8

Op 23 januari 2013 zijn de leaseovereenkomsten met betrekking tot de trekker en de oplegger tussen AAL en Duotrans beëindigd.

2.9

Duotrans is op 25 januari 2013 omgezet in een eenmanszaak gedreven door [A] .

2.10

Bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 6 februari 2013 is [A] in staat van faillissement verklaard.

2.11

AAL heeft Jager verzocht om de trekker en de oplegger aan haar af te geven. Jager heeft dit geweigerd, stellende een recht van retentie uit te oefenen op de trekker en oplegger ter zake van haar vordering van € 29.986,09 op Duotrans.

2.12

AAL heeft daarop bij de rechtbank Noord-Nederland een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt, waarin zij van Jager afgifte heeft gevorderd van de trekker en oplegger. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 31 mei 2013 de vordering van AAL ten aanzien van de oplegger toegewezen en de vordering ten aanzien van de trekker

afgewezen.

2.13

AAL is van het vonnis van 31 mei 2013 in hoger beroep gekomen bij dit hof. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 27 mei 2014 hebben partijen - kort samengevat - afgesproken de trekker en de oplegger te zullen verkopen teneinde waardevermindering hiervan te voorkomen en om de verkoopopbrengst op de derdengeldrekening van de toenmalige advocaat van Jager te storten.

2.14

Het hof heeft het vonnis van 31 mei 2013 bij arrest van 1 juli 2014 vernietigd, en opnieuw recht doende, de gevorderde afgifte van de trekker en de oplegger afgewezen.

2.15

De trekker en de oplegger zijn vervolgens verkocht. Ter zake van de verkoop van de trekker is een bedrag van € 29.000,- in depot gestort op de rekening van de Stichting Beheer Derdengelden De Haan Advocaten (verder te noemen: de Stichting) en ter zake van de verkoop van de oplegger een bedrag van € 7.500,-.

2.16

Jager heeft bij de rechtbank Noord-Nederland een procedure tegen [A] aanhangig gemaakt, waarin zij - kort gezegd - betaling van haar facturen heeft gevorderd. [A] is in deze procedure, waarin AAL is tussengekomen, niet verschenen. De zaak staat thans - in afwachting van de uitkomst van de onderhavige procedure - op de parkeerrol van de rechtbank.

2.17

Jager is bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 18 december 2014 in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van mr. R. Verdonk tot curator. De curator heeft de onderhavige procedure van Jager overgenomen, uitsluitend voor zover de vorderingen van AAL niet zien op vorderingen als bedoeld in artikel 29 Fw.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

AAL heeft na wijziging van eis samengevat primair gevorderd:

I. dat voor recht wordt verklaard dat aan Jager geen rechtsgeldig beroep op het retentierecht ten aanzien van de trekker en oplegger toekwam en dat zij de trekker en oplegger daarom ten onrechte onder zich heeft genomen;

II. dat de curator wordt veroordeeld om opdracht te geven aan het bestuur van de Stichting om aan AAL te voldoen de opbrengst van de trekker en oplegger ten bedrage van € 36.500,-, te vermeerderen met de rente die over dat bedrag is genoten terwijl het in depot stond op de derdengeldrekening.

Subsidiair heeft zij samengevat gevorderd:

I. dat voor recht wordt verklaard dat aan Jager slechts een rechtsgeldig beroep op het

retentierecht ten aanzien van de trekker toekwam voor een vordering van Jager met een beloop van € 1.347,15;

II. dat de curator wordt veroordeeld om opdracht te geven aan het bestuur van de Stichting om aan AAL te voldoen de opbrengst van de trekker en oplegger ten bedrage van € 35.152,85, te vermeerderen met de rente die over dat bedrag is genoten terwijl het in depot stond op de derdengeldrekening.

Meer subsidiair heeft AAL samengevat gevorderd:

I. dat voor recht wordt verklaard dat aan Jager slechts een rechtsgeldig beroep op het

retentierecht toekwam ten aanzien van de trekker en oplegger voor een vordering van Jager met een beloop van € 1.347,15;

II. dat de curator wordt veroordeeld om opdracht te geven aan het bestuur van de Stichting om aan AAL te voldoen de opbrengst van de trekker en oplegger ten bedrage van € 35.152,85, te vermeerderen met de rente die over dat bedrag is genoten terwijl het in depot stond op de derdengeldrekening.

En in alle gevallen heeft AAL samengevat gevorderd:

I. dat de curator wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, waaronder de nakosten.

3.2

De rechtbank heeft bij het bestreden vonnis van 18 mei 2016 voor recht verklaard dat Jager een rechtsgeldig beroep op het retentierecht ten aanzien van de trekker en oplegger toekwam voor een vordering met een beloop van € 28.152,64.

Verder heeft de rechtbank, voor zover nog van belang, de curator veroordeeld om binnen acht dagen na betekening van het vonnis opdracht te geven aan het bestuur van de Stichting om aan AAL € 8.347,36 te voldoen, te vermeerderen met de rente die over dat bedrag is genoten terwijl het in depot stond op de derdengeldrekening.

Ten slotte heeft de rechtbank AAL veroordeeld in de proceskosten.

4 De vordering in hoger beroep en de grieven

5 De slotsom

6 De beslissing