Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-04-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3294, 200.218.245/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-04-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3294, 200.218.245/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 5 april 2018
- Datum publicatie
- 18 april 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:3294
- Zaaknummer
- 200.218.245/01
Inhoudsindicatie
Kinderalimentatie. Bewuste afwijking van de wettelijke maatstaven. Zware stel- en bewijsplicht met betrekking tot de posten waarvan destijds bewust is afgeweken.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.218.245/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/431830/FL RK 17-171)
beschikking van 5 april 2018
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [A] ,verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A.M.B. Leerkotte te Utrecht,
en
[verweerder] ,
wonende te [A] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. L. van Eck Rasmussen te Naarden.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 7 april 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 28 juni 2017;
- het verweerschrift met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Leerkotte van 20 november 2017 met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Van Eck Rasmussen van 23 november 2017 met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Van Eck Rasmussen van 24 november 2017 met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Leerkotte van 24 november 2017 met productie(s);
- een brief namens mr. Leerkotte van 5 december 2017.
De mondelinge behandeling heeft op 5 december 2017 plaatsgevonden. De man is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. De vrouw is in persoon verschenen.
3. De feiten
Het huwelijk van partijen is [in] 2013 ontbonden door echtscheiding.
De man en de vrouw zijn de ouders van:
- [de minderjarige1] (verder te noemen: [de minderjarige1] ), geboren [in] 2005 en
- [de minderjarige2] (verder te noemen: [de minderjarige2] ), geboren [in] 2009,
over wie partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.
Partijen zijn bij convenant van 6 december 2012 overeengekomen dat de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] zal voldoen van € 500,- per maand. Dit is door de rechtbank vastgelegd in de beschikking van 7 februari 2013.
De man heeft in een eerdere procedure, aangevangen op 28 augustus 2013, verzocht de kinderalimentatie op nihil te stellen. In hoger beroep heeft dit gerechtshof op 14 augustus 2014 dit verzoek afgewezen.
De man heeft de rechtbank bij inleidend verzoekschrift, binnengekomen bij de griffie van de rechtbank op 26 januari 2017, verzocht om het convenant van 6 december 2012 overeengekomen en bij beschikking van 7 februari 2013 vastgesteld door de rechtbank te wijzigen en de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen op nihil te stellen althans op € 25,- per kind per maand, althans een in goede justitie nader te bepalen bijdrage.
De vrouw heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
4 De omvang van het geschil
Bij de bestreden -uitvoerbaar bij voorraad verklaarde- beschikking is, met wijziging van de beschikking van rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 februari 2013, de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van 7 april 2017 bepaald op nihil.
De vrouw is met ongenummerde grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De vrouw verzoekt primair de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek van de man om de alimentatie op nihil te stellen en/of te verlagen alsnog af te wijzen en subsidiair de bestreden beschikking te vernietigen en een door het hof in goede justitie te bepalen bijdrage vast te stellen en met ingang van een in goede justitie te bepalen ingangsdatum.
De man voert verweer en hij verzoekt de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren althans haar verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.