Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-05-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4079, 200.187.329/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-05-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4079, 200.187.329/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 1 mei 2018
- Datum publicatie
- 3 mei 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:4079
- Zaaknummer
- 200.187.329/01
Inhoudsindicatie
Leaseovereenkomst. Levering van de geleasede goederen door de verkoper daarvan heeft niet plaatsgevonden. In de verhouding tussen de lessor en de lessee dient die tekortkoming van de verkoper voor rekening te komen van de lessor.
De lessee is daarom geen leasetermijnen verschuldigd geworden.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.187.329
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland locatie Leeuwarden 4227939/CV EXPL 15-6383)
arrest van 1 mei 2018
in de zaak van
[appellante] handelend onder de naam Bella Taxi St. Nyk,
wonende te [A] ,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. A.Z. van Braam, kantoorhoudend te Groningen,
tegen:
Grenkefinance N.V.,
gevestigd te Vianen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Grenke,
advocaat: mr. M.F.J. van Os, kantoorhoudend te Eindhoven.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 2 december 2015 dat de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 29 februari 2016,
- de memorie van grieven met producties,
- de memorie van antwoord.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
De vordering van [appellante] in hoger beroep strekt tot vernietiging van het vonnis van 2 december 2015, met afwijzing van de vorderingen van Grenke en veroordeling van Grenke
tot restitutie van de reeds afgedragen leasetermijnen groot € 3.170,16 inclusief btw, te vermeerderen met de proceskosten in beide instanties.
3 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1. tot en met 2.8. van het bestreden vonnis van 2 december 2015. Aangevuld met enkele feiten waarvan in hoger beroep eveneens kan worden uitgegaan, zijn de feiten als volgt.
Grenke is een leasemaatschappij.
In verband met de levering door het bedrijf Quipment Netherlands BV (hierna: Quipment) van twee boordcomputers voor taxi’s (hierna: BCT) heeft [appellante] op 1 mei 2012 een schriftelijke leaseovereenkomst met Grenke ondertekend. Het aanvraagformulier daarvoor was door Quipment aan [appellante] ter hand gesteld. Op de leaseovereenkomst staat als objectbeschrijving "2x BCT Systeem" vermeld. De leaseovereenkomst is voor een periode van 48 maanden aangegaan, met een leaseprijs van € 176,12, inclusief btw, per maand.
In de leaseovereenkomst worden de Algemene Leasingvoorwaarden van Grenke (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing verklaard. In de algemene voorwaarden is – voor zover van belang - het volgende bepaald:
"(...)
Artikel 7 Verplichting tot ontvangst van het Leaseobject
De Lessee verplicht zich ertoe de afgiftebevestiging onmiddellijk te
ondertekenen en te bezorgen aan de Lessor, zodra hij het Leaseobject ontvangen
heeft, het gecontroleerd heeft op mogelijke gebreken en functionaliteit en de
overeengekomen staat heeft vastgesteld. Daarbij moet de Lessee het leaseobject
onderzoeken met passende zorgvuldigheid, aangezien de Lessor de koopprijs aan de
Leverancier betaalt op basis van de ondertekende afgiftebevestiging. (...) Artikel 18 Gevolgen van ontbinding
(-)
Indien de Lessor gebruik maakt van zijn recht op ontbinding of indien de
Lessee gebruik maakt van zijn opzeggingsrecht overeenkomstig artikel 15, dan heeft
de Lessor recht op betaling van de voor de totale leasetijd nog uitstaande
leasetermijnen. De aftrek of verrekening van bespaarde renten en andere
ontbindingsgebonden voordelen - inclusief eventuele verzekeringsuitkeringen en
andere schadeloosstellingen (c.f. artikel 16) - ten gunste van de Lessee geschiedt
overeenkomstig de desbetreffende wettelijke bepalingen. De claim van de lessor is
opeisbaar met ingang van de ontbinding dan wel de opzegging.
De Lessee is verplicht na ontbinding het Leaseobject onmiddellijk op zijn kosten en op eigen risico terug te geven op het vestigingsadres van de Lessor (...). (...)"
[appellante] heeft op 1 mei 2012 een afgiftebevestiging getekend. In deze
afgiftebevestiging staat bij "datum van afgifte overeenkomstig artikel 7 van de algemene
voorwaarden" 20 maart 2012 ingevuld. De afgiftebevestiging luidt - voor zover van belang - als volgt:
“Belangrijk: Op grond van de afgiftebevestiging betaalt de lessor de koopprijs aan
de leverancier. Indien de lessee niet aan diens onderzoeksverplichting voldoet en
controle of het leaseobject/de leaseobjecten volledig en in correcte staat zijn ontvangen
niet uitvoert (...), dan stelt hij de lessor vrij van alle claims en vergoedt hij de daardoor
eventuele ontstane schade aan de lessor.
" Onder verwijzing naar mijn/onze lease aanvraag resp. mijn/ons leasecontract bevestig ik/bevestigen wij hiermee: 1. Ik heb/wij hebben bovengenoemd leaseobject vandaag, op de dag van de afgifte,
ontvangen.
2. Het leaseobject bevindt zich in een correcte en functionele staat.
3.. Het is volledig geleverd. Ik heb/wij hebben de volledigheid gecontroleerd.
4. Het leaseobject stemt overeen met de beschrijvingen in de lease aanvraag/het
leasecontract en voldoet aan alle, met de fabrikant of de leveringsfirma, gemaakte
afspraken. (...) (...)”
De afgiftebevestiging is toegezonden aan Grenke en zij heeft na ontvangst van de afgiftebevestiging de koopsom voor de BCT’s aan Quipment voldaan. [appellante] heeft de leasetermijnen over de periode vanaf mei/juni 2012 tot en met november 2013 aan Grenke betaald. Vanaf december 2013 heeft [appellante] echter geen leasetermijnen meer betaald.
Op 4 juni 2014 is Quipment failliet verklaard.
Grenke heeft [appellante] gesommeerd de achterstallige leasetermijnen te voldoen, en, na uitblijven van voldoening, de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden bij brief van 18 juli 2014. Grenke heeft daarbij de achterstallige en toekomstige leasetermijnen aan [appellante] in rekening gebracht, een bedrag van € 4.703,54.Grenke heeft nadien [appellante] herhaalde malen gesommeerd tot betaling van de achterstallige en toekomstige leasetermijnen.
Bij brief van 20 oktober 2014 heeft [appellante] aan Grenke bericht dat zij de vordering afwijst. Volgens [appellante] was sprake van een driepartijenovereenkomst en heeft Quipment nimmer voldaan aan haar verplichting om de BCT’s aan [appellante] te leveren. Op die grond ontbindt [appellante] in die brief op haar beurt de overeenkomst.