Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-01-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5361, 200.195.858/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-01-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5361, 200.195.858/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 januari 2018
- Datum publicatie
- 12 juni 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:5361
- Zaaknummer
- 200.195.858/01
Inhoudsindicatie
Overheidsaanbesteding. Contracthouder schrijft als laagste in op opdracht WMO-vervoer en krijgt nieuw contract. Na verkrijging opdracht klaagt hij over onduidelijkheden in het bestek en stelt hij vordering in tot wijziging van de vervoersprijs op grond van dwaling. Hof wijst beroep op dwaling af. Vervoerder wist welk vervoer tot de opdracht behoorde.
Geen causaal verband tussen onduidelijkheden in bestek en de geoffreerde prijs.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.195.858/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/154645/HA ZA 15-50)
arrest van 16 januari 2018
in de zaak van
De Vier Gewesten B.V.,
gevestigd te Zwolle,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: DVG,
advocaat: mr. A.L. Appelman, kantoorhoudend te Zwolle,
tegen
Stichting De Noorderbrug,
gevestigd te Groningen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: Noorderbrug,
advocaat: mr. P.P.R. Hoekstra, kantoorhoudend te Groningen.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van
13 april 2016 dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven d.d. 13 juli 2016,
- de akte tot het overleggen van producties zijdens DVG d.d. 26 juli 2016;
- de conclusie van eis;
- de memorie van antwoord d.d. 25 oktober 2016;
- het comparitiearrest d.d. 6 juni 2017;
- het proces-verbaal van de comparitie zoals die is gehouden op 22 november 2017;
Na afloop van de comparitie heeft het hof arrest bepaald (op één dossier van DVG):
- bij rolbeschikking van 19 december 2017 zijn ontbrekende stukken zijn opgevraagd;
- bij H16 formulier d.d. 22 december 2017 zijn zijdens DVG ter completering van het procesdossier de opgevraagde stukken overgelegd.
DVG vordert in het (principaal) hoger beroep - kort samengevat - dat het hof, onder vernietiging van het vonnis waarvan beroep, alsnog de vordering van DVG in eerste aanleg toewijst.
3 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten, die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden als vaststaand hebben te gelden.
DVG is een franchiseorganisatie op het gebied van personenvervoer. Ten behoeve van haar franchisenemers schrijft DVG regelmatig in op aanbestedingen van doelgroepenvervoer. Ingeval DVG een aanbestede opdracht gegund krijgt, voeren haar franchisenemers doorgaans het feitelijke vervoer in onderaanneming uit.
Noorderbrug is een zorginstelling die in Noord- en Oost-Nederland behandeling en specialistische behandelingstrajecten aanbiedt aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel, chronische neurologische aandoeningen en doofheid met complexe problematiek. Deze doelgroep wordt hierna aangeduid met cliënten.
Taxicentrale [A] B.V. (verder: [A] ) verzorgde voor Noorderbrug van
1996 tot 2011 het cliëntenvervoer in de regio Drachten. Dit gebeurde laatstelijk op basis van een vast maandelijks bedrag, op basis van een vaste rittenplanning, voor het vervoer van cliënten naar de dagbesteding en op basis van afrekening van individuele ritten voor vervoer naar locaties voor begeleid werken. De tarieven konden naderhand, in onderling overleg, ook aangepast worden indien een bepaalde bandbreedte werd overschreden. Dit is ook een aantal malen gebeurd.
Ten behoeve van het vervoer van haar cliënten in de regio Friesland heeft Noorderbrug een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het sluiten van een nieuw vervoerscontract voor de periode 2011 t/m 2013. De aankondiging daarvan heeft zij op 21 juni 2010 gepubliceerd op de website aanbestedingskalender.nl. Geïnteresseerde partijen hebben gelegenheid gehad het bestek bij Noorderbrug op te vragen.
De opdracht was onderverdeeld in twee percelen. Perceel 1 had betrekking op het cliëntenvervoer in de regio Heerenveen/Sneek en perceel 2 op het cliëntenvervoer in de regio Drachten. Zowel het vervoer naar de dagbestedingslocaties als het vervoer naar werk- en andere adressen viel onder de opdracht. Noorderbrug heeft bij de aanbesteding gemeld de opdracht per perceel te gunnen aan de economisch meest voordelige inschrijver, gelet op de kwaliteit en prijs van de inschrijving.
De voorwaarden voor de inschrijving waren opgenomen in het bestek dat is ontworpen door Trafficon, een grote speler in de markt van vervoersaanbestedingen. Het bestek voorzag in een tussentijdse ontbindingsmogelijkheid voor Noorderbrug in geval van gewijzigde financiering van Noorderbrug. Het bestek meldt verder dat de aanbieder er rekening mee dient te houden dat de uitgangspunten kunnen wijzigen, zoals de adressen en openingstijden van locaties, aan- en afvoertijden en het aantal cliënten. Daarbij dient de aanbieder zijn prijs gestand te doen. Wanneer echter het beleid of de uitvoering daarvan dusdanig wijzigt dat dit aanmerkelijke gevolgen heeft of als uitbreiding van het bestek moet worden beschouwd, dan moeten partijen met elkaar in overleg treden.
De beschrijving van de te leveren dienst (paragraaf 3.2 van het bestek, prod. 2 bij de inleidende dagvaarding) meldt verder: "voor een beschrijving van het aantal cliënten, locaties en beladen uren wordt verwezen naar bijlage 18".
De aanbesteding voorzag er in dat de inschrijvers een prijs zouden offreren per beladen reisuur op basis van een door Noorderbrug gemaakte fictieve rittenplanning, die op
19 juli 2010 aan de inschrijvers ter beschikking is gesteld. Dit is de hiervoor vermelde bijlage 18 (bij H-formulier d.d. 22 december 2017 aan de gedingstukken toegevoegd).
Het bestek bepaalt in paragraaf 3.10 dat in de aanbieding geen routeplanning mag worden opgenomen en dat uitsluitend een prijs per beladen uur per voertuigtype moet worden opgenomen. Verder wordt daarin aangegeven dat gedurende de looptijd van de overeenkomst Noorderbrug de gegevens voor de routeplanning zal aanleveren en dat de vervoerder dan een routeplanning moet maken die aan de in het bestek genoemde eisen moet voldoen. Deze eisen hebben betrekking op omrijtijden, wachttijden voor cliënten, ophaal- en afzetmarges, verbod van overstappen voor cliënten, verplichting om een zitplaats te bieden, verbod om cliënten van Noorderbrug met andere passagiers tezamen te vervoeren en dergelijke. Deze eisen bepalen in hoeverre ritten voor Noorderbrug gecombineerd uitgevoerd kunnen worden.
Het bestek meldt dat de prijs die de vervoerder uiteindelijk uitbetaald krijgt (paragraaf 3.21) bestaat uit de totale berekende beladen reistijd van alle routes (dus niet de werkelijke reistijd) van dat perceel, gebaseerd op de voor Noorderbrug in financiële zin meest gunstige ritplanning, per voertuigtype gebaseerd op de prijs per beladen uur.
In de eerste nota van inlichtingen is in de vragen 49 tot en met 51 gevraagd naar de beladen uren in bijlage 18 en de door de opdrachtnemer te maken routeplanning. Het antwoord op deze vragen is: "De opdrachtgever heeft een routeset samengesteld op basis van de gegevens zoals die in het bestek zijn aangegeven. Uit de routeset blijkt per voertuigtype de totaal beladen tijd (Easy Travel) en de totale in- en uitstaptijd. De opdrachtgever gebruikt deze gegevens alleen om de offertes met elkaar te kunnen vergelijke. Na gunning is de opdrachtnemer verantwoordelijk voor het maken van de routes. De in bijlage 18 opgenomen beladen uren zijn niet bindend voor de looptijd van het contract. (...) De opdrachtgever levert na gunning de cliëntgegevens aan. Op basis van die gegevens en op basis van de eisen die in het bestek zijn vermeld, stelt de opdrachtnemer dan de routeplanning op. De opdrachtgever heeft het recht deze routeplanning te controleren".
DVG heeft in nauwe samenspraak met [A] op 30 augustus 2010 een inschrijving voor perceel 2 ingediend in de aanbestedingsprocedure. Deze is als meest gunstige aanbieding uit de bus gekomen en een en ander heeft er uiteindelijk in geresulteerd dat Noorderbrug en DVG op 25 november 2010 een overeenkomst hebben gesloten voor het cliëntenvervoer met een looptijd van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 en een eenzijdige verlengingsoptie van drie maal een jaar die alleen door Noorderbrug kan worden ingeroepen. De overeenkomst voorziet in een vergoeding van € 54,55 per beladen
voertuiguur voor een taxi of achtpersoonsbus, van € 56,04 voor een rolstoelbus en € 40,76
voor een begeleider en een vergoeding van € 2,08 per kilometer met een opstaptarief van € 7,08 voor ad-hoc-ritten met een opslag van 30% voor individueel vervoer.
Nog voor de ingang van het nieuwe contract heeft DVG bij mail van
23 december 2010 haar bezorgdheid uitgesproken over de daadwerkelijke planning, waarbij DVG vreest dat de verhouding tussen beladen tijd en onbeladen tijd in haar nadeel zal wijzigen (prod. 9 bij inleidende dagvaarding). In mei 2011 heeft DVG deze klacht herhaald, waarbij DVG heeft gevraagd een planning te mogen maken die afwijkt van de bestekseisen. Dit is door Noorderbrug geweigerd. Ook in oktober 2011 heeft [A] op aanpassing aangedrongen, zonder succes.
In januari 2013 zijn, ook als gevolg van overheidskortingen bij Noorderbrug, de routes aangepast, waarbij de (niet in het bestek geregelde) aankomsttijden voor de cliënten flexibel zijn gemaakt, waardoor efficiëntere (en dus goedkopere) routes samengesteld konden worden.
DVG heeft bij mail van 9 januari 2013 aangegeven ook compensatie te willen over 2011 en 2012, waarbij zij stelde meer dan 100.000 euro te kort te zijn gekomen. Noorderbrug heeft dit afgewezen. Schikkingsvoorstellen zijn niet geaccepteerd.