Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-01-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:606, 200.176.930/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-01-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:606, 200.176.930/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 januari 2018
- Datum publicatie
- 24 januari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:606
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:467, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 200.176.930/01
Inhoudsindicatie
De stichting heeft een onjuiste voorstelling van zaken gegeven met betrekking tot de eigendom van de grond waarop een mandir werd gebouwd. Appellante, die bedragen aan de stichting heeft geschonken, heeft de vernietiging ingeroepen van de schenkingsovereenkomsten wegens dwaling. Het beroep op dwaling slaagt. Het hof verwerpt de stelling van de stichting dat (veronderstelde) kennis van een medewerker aan appellante moet worden toegerekend. Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden niet kan worden geoordeeld dat de wetenschap van de medewerker in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als wetenschap van appellante. De Stichting heeft het er niet voor mogen houden dat appellante de schenkingen aan haar deed in de wetenschap dat niet de Stichting eigenaresse was van de grond maar de commissaris van de stichting in prive.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.176.930/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/381504 / HL ZA 14-330)
arrest van 16 januari 2018
in de zaak van
B&J Adviseurs B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna: B&J Adviseurs,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard, kantoorhoudend te Bleiswijk,
tegen
Stichting [E] Foundation (voorheen Stichting Bharat-Ram),
gevestigd te Almere,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,
hierna: de Stichting ,
advocaat: mr. M.N.R. Nasrullah, kantoorhoudend te Rotterdam.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 mei 2017 hier over.
Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 19 september 2017 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Ten behoeve van de comparitie heeft mr. Maliepaard op voorhand de producties 17 tot en met 20 toegezonden en mr. Nasrullah de producties 79 tot en met 85. Tijdens de comparitie is nog een aantal stukken overgelegd, welke stukken aan het proces-verbaal zijn gehecht. Het van de comparitie opgemaakte proces-verbaal bevindt zich in afschrift bij de stukken.
Daarna heeft de Stichting een akte overlegging producties genomen en B&J Adviseurs een antwoordakte.
Vervolgens zijn de stukken aanvullend gefourneerd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.
2 De feiten
De rechtbank heeft in haar vonnis van 19 augustus 2015 een aantal feiten vastgesteld. Tegen deze vaststelling is niet gegriefd en is ook overigens niet van bezwaren gebleken, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. Aangevuld met hetgeen in dit hoger beroep verder nog als onweersproken vaststaat, gaat het om het volgende.
B&J Adviseurs is een adviesbureau dat zich bezig houdt met werkzaamheden op het gebied van accountancy en fiscale advisering. De heer [A] (hierna: [A] ) is directeur en enig aandeelhouder. De feitelijke werkzaamheden worden verricht door heer [B] (hierna: [B] ).
De Stichting is op 24 maart 2011 opgericht door de heer [C] (hierna: [C] ) en [B] . De Stichting stelt zich ten doel het beleven, onderhouden en bevorderen van de cultuur, de religie en de traditie van Hindoes. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door het realiseren en in stand houden van een Hindoestaanse tempel (hierna: de mandir).
Het bestuur van de Stichting werd aanvankelijk gevormd door [C] , voorzitter, [B] , penningmeester en de heer [D] (hierna: [D] ) secretaris. De heer [E] (hierna: [E] ) is sedert de oprichting als commissaris aan de Stichting verbonden. De Stichting kreeg de naam ‘Bharat-Ram’, hetgeen een samentrekking is van de namen [E] en [C] .
Op de website van de Stichting zijn de volgende mededelingen gedaan:
" koopovereenkomst getekend
Op 4 juni 2010 heeft de stichting met trots de koopovereenkomst getekend van de grond waarop de
mandir gebouwd zal worden
notariële levering van de grond waar de Mandir op gebouwd zal worden
Op 9 december 2011 is de grond notarieel overgedragen. De bouwhekken zijn onlangs geplaatst
waarna op zeer korte termijn gestart zal worden met het graven van de bouwput."
Op een flyer van de Stichting staat onder meer:
"Stichting Bharat-Ram is in 2011 opgericht en heeft als primair doel het behartigen en bevorderen
van religieuze, culturele belangen en van het welzijn van de belijders van het hindoeïsme in Almere
en omgeving. Daarnaast heeft de stichting mede als doel het doen realiseren van een traditioneel
Mandir gebouw in Almere. Met dit laatste doel heeft de stichting reeds een aanvang gemaakt door
grond te kopen aan de Evenaar te Almere-Buiten om daar de Mandir te doen bouwen. (...) "
De gemeente Almere en de stichting Shri Laxmi Narsin Mandir Almere (SLNMA) – een in 2008 mede door [C] opgerichte stichting – hebben in 2010 een overeenkomst voor bouwplanontwikkeling gesloten met als doel het ontwikkelen van de mandir op een door de gemeente daartoe gereserveerd perceel.
In 2011 heeft SLNMA de gemeente Almere verzocht de overeenkomst voor
bouwplanontwikkeling te mogen overdragen aan de Stichting Foundation [E] . In juni 2011 heeft de gemeente Almere dit verzoek van SLNMA tot in de plaats stelling ten
gunste van Stichting Foundation [E] toegewezen.
Op 3 november 2011 heeft de Stichting Foundation [E] het voor de bouw van de
mandir gereserveerde perceel van de gemeente Almere gekocht. De grond is op
9 december 2011 geleverd aan [E] in privé.
B&J Adviseurs heeft de volgende bedragen - onder vermelding van de hieronder
weergegeven omschrijvingen - overgemaakt naar de bankrekening van Stichting Bharat-
Ram (in totaal € 26.365,00):
"5 juni 2012 € 1.000,00 Donatie twee stuks heipalen ten behoeve van bouw Mandir 036 3 juli 2012 € 765,00 Donatie benefietavond 23062012 tbv bouw Shri Vishnu Mandir
30 nov 2012 € 3.500,00 Gift t.b v. bouw Mandir
28 jan 2013 € 1.000,00 donatie
4 maart 2013 € 100,00 Donatie 2013
17 april 2013 € 18.000.00 Donatie cf afspraak 3 mei 2013 € 2.000,00 Donatie"
In een e-mailbericht van 17 maart 2014 schreef [B] namens B&J Adviseurs aan
de secretaris van Stichting Bharat-Ram:
"Graag voor mijn bedrijf de volgende facturen opmaken
Reclame kosten 2012 € 3.500,-
Reclame kosten 2013 € 20.000,-
Bedragen zijn al reeds voldaan door mijn bedrijf. "
[D] is op 7 december 2011 na aandrang van [E] afgetreden als secretaris en per 9 februari 2012 opgevolgd door de heer [F] (hierna [F] ), echtgenoot van de secretaresse van [E] . [C] is als gevolg van een conflict met [E] afgetreden als voorzitter. Mevrouw [G] (hierna: mevrouw [G] ), echtgenote van [E] , is sedert 3 juni 2014 voorzitter van het bestuur van de Stichting. Ook [B] en [E] – neef en oom – zijn gebrouilleerd geraakt. [B] is in maart 2014 afgetreden als penningmeester. De functie van penningmeester wordt sedert 3 juni 2014 bekleed door mevrouw van [H] (hierna: mevrouw [H] ), de secretaresse van [E] .
Op 23 oktober 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank verlof
verleend aan B&J Adviseurs tot het doen leggen van beslag ten laste van Stichting Bharat-
Ram onder ING Bank N.V. voor een bedrag van EUR 30.319,75.
Bij notariële akte van 16 februari 2017 zijn de statuten van de Stichting gewijzigd aldus dat de naam van de Stichting is gewijzigd van ‘Stichting Bharat-Ram’ in ‘Stichting [E] Foundation’. De Stichting Foundation [E] , die koper was van de grond, is inmiddels opgeheven.
Bij notariële akte van 30 maart 2017 heeft [E] als eigenaar van de mandir met tuin, erf en verdere aan- en toebehoren, staande en gelegen te Almere aan de Tempo Doeloestraat 250, ten behoeve van de Stichting een recht van erfpacht en een recht van opstal gevestigd.
De mandir is inmiddels (zo goed als) gereed.
3 Het geschil en de beslissing van de rechtbank
B&J Adviseurs heeft aangevoerd dat zij de schenkingen niet zou hebben gedaan als zij had geweten dat de grond niet aan de Stichting maar aan [E] in eigendom was overgedragen en dat de schenkingen daarmee ten goede van [E] kwamen aangezien hij eigenaar werd van de tempel die op zijn grond is gebouwd. B&J Adviseurs heeft de schenkingsovereenkomsten vernietigd wegens dwaling en – kort samengevat – in conventie gevorderd om de Stichting te veroordelen tot betaling van € 27.403,65 (het bedrag van de schenkingen plus buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 26.365-, proceskosten en nakosten.
De Stichting heeft betwist dat de door B&J Adviseurs gedane betalingen schenkingen waren. Zij heeft gesteld dat het betalingen van facturen betrof wegens kosten van reclame die de Stichting voor B&J Adviseurs had gemaakt.
De rechtbank heeft de vordering van B&J Adviseurs bij het bestreden vonnis van 19 augustus 2015 afgewezen en haar veroordeeld in de kosten van het geding in conventie. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:“4.4. De rechtbank constateert dat B&J Adviseurs erkent dat door Stichting Bharat-Ram
voor een bedrag van EUR 23.500,- facturen zijn verstuurd aan B&J Adviseurs wegens
reclamekosten. De rechtbank leidt daaruit af dat B&J Adviseurs zich jegens de
Belastingdienst op het standpunt heeft gesteld dat dit bedrag betrekking heeft op
reclamekosten en dat B&J Adviseurs aldus doende belastingvoordeel heeft behaald. Onder
die omstandigheden kan zij zich er thans in deze gerechtelijke procedure niet op beroepen
dat het bedrag als een schenking moet worden beschouwd. Dat het factureren "om fiscale
redenen" is geschied, zoals zij stelt, komt voor haar rekening.
Het door B&J Adviseurs teruggevorderde bedrag aan 'donaties' beloopt
EUR 26.365,00, terwijl door Stichting Bharat-Ram EUR 23.500,- aan reclamekosten in
rekening is gebracht. B&J Adviseurs noch Stichting Bharat-Ram heeft aandacht geschonken
aan het feit dat het bedrag aan reclamekosten niet (helemaal) gelijk is aan het donatiebedrag.
B&J Adviseurs heeft niet gespecificeerd welke van de 'donaties' in elk geval niet als
reclamekosten, maar als schenking zijn te beschouwen. De rechtbank houdt het er daarom
voor dat het gehele teruggevorderde bedrag als reclamekosten moet worden beschouwd,
zodat het beroep op vernietiging wegens dwaling niet slaagt.
Bovendien heeft het beroep op vernietiging wegens dwaling evenmin kans van
slagen indien het teruggevorderde bedrag zou moeten worden gekwalificeerd als schenking.
[B] , die B&J Adviseurs kennelijk beschouwt als 'mijn bedrijf' en wiens kennis dus aan
B&J Adviseurs kan worden toegerekend, moest immers als penningmeester bij uitstek
worden geacht op de hoogte te zijn van het financiële reilen en zeilen van Stichting Bharat-
Ram.”
De Stichting heeft na wijziging van eis in reconventie gevorderd B&J Adviseurs te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 23.164,- plus p.m. alsmede tot betaling van de proceskosten en nakosten. Daartoe heeft de Stichting aangevoerd dat zij ten gevolge van het door B&J Adviseurs gelegde beslag schade lijdt van in totaal € 23.164 plus p.m. wegens:
- immateriële schade,
- het wegvallen van donateurs en
- betaling van rente p.m. omdat zij niet over het door B&J Adviseurs beslagen bedrag kan
beschikken.
B&J Adviseurs heeft die vordering gemotiveerd betwist.
De rechtbank heeft de vordering van de Stichting bij haar vonnis van 19 augustus 2015 eveneens afgewezen en de Stichting – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie alsmede in de nakosten.De rechtbank heeft de volgende overwegingen aan haar beslissing ten grondslag gelegd:“4.9 Stichting Bharat-Ram heeft niet nader onderbouwd dat donateurs zich hebben
teruggetrokken ten gevolge van het door B&J Adviseurs gelegde beslag. Gezien de
gemotiveerde betwisting door B&J Adviseurs, had dat wel op haar weg gelegen. Het is
immers, gelet op de stellingen van partijen, niet uit te sluiten dat de door Stichting Bharat-
Ram genoemde onenigheid binnen het bestuur van Stichting Bharat-Ram (die ook blijkt uit
de door Stichting Bharat-Ram overgelegde producties 21 en 22) de reden is dat donateurs
het voor gezien houden. Ook het feit dat de grond waarop de mandir is gebouwd eigendom
is van [E] in privé en dat geen opstalrecht is gevestigd voor de mandir kan
donateurs huiverig maken voor het doen van verdere schenkingen. De (schimmige) door
Stichting Bharat-Ram genoemde constructie, waarbij B&J Adviseurs facturen verstuurt aan derden
voor door [E] verrichte werkzaamheden en waarbij B&J Adviseurs de
geïnde gelden dient door te sluizen naar Stichting Bharat-Ram in ruil voor reclame-uitingen
draagt evenmin bij aan een positieve beeldvorming rond Stichting Bharat-Ram. 4.10. Stichting Bharat-Ram heeft niet (nader) onderbouwd dat zij schade heeft geleden
doordat zij ten gevolge van het beslag een bedrag moest lenen waarover zij rente
verschuldigd was. Ook dat had gelet op de gemotiveerde betwisting door B&J Adviseurs op
haar weg gelegen.”