Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-01-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:724, 200.213.990

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-01-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:724, 200.213.990

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23 januari 2018
Datum publicatie
25 januari 2018
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:724
Formele relaties
Zaaknummer
200.213.990

Inhoudsindicatie

Hoger beroep na verwijzing door HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:144; geen bekrachtiging; wel verplichting in te staan voor het bestaan en de omvang van de volmacht; schending garantieverbintenis verplicht tot schadevergoeding; uitlating partijen over schade.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof (na verwijzing) 200.213.990

(zaaknummer Hoge Raad 15/05400

zaaknummers gerechtshof 's-Hertogenbosch 200.138.347

zaaknummer rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, 195.641)

arrest na verwijzing van 23 januari 2018

in de zaak (200.138.347) van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Beheermaatschappij [Beheermaatschappij],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

eiseres in conventie,

hierna: [Beheermaatschappij] ,

advocaat: mr. A.M.H.C. Coppens,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Vastgoedprojecten] ,

2 [geïntimeerde A] en

3 [geïntimeerde B],

gevestigd respectievelijk wonende te [plaatsnaam] ,

2 en 3: geïntimeerden,

allen gedaagden in conventie,

hierna: [Vastgoedprojecten] respectievelijk in enkelvoud: [geïntimeerde] ,

allen niet in hoger beroep verschenen.

1 Het geding in hoger beroep na verwijzing

1.1

In zijn arrest van 3 februari 2017 (gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2017:144) heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 augustus 2015 (gepubliceerd onder ECLI:NL:GHSHE:2015:3002) vernietigd en het geding naar dit hof verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

1.2

Het verloop van de procedure na verwijzing blijkt uit:

- het exploot van [Beheermaatschappij] van 6 april 2017 tot oproeping van [Vastgoedprojecten] en [geïntimeerde] na verwijzing (met bijlagen),

- de memorie na verwijzing.

1.3

Vervolgens heeft [Beheermaatschappij] de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in rov. 3.1 sub (i) tot en met (vi) van het verwijzingsarrest.

3 De partijen na verwijzing

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft in zijn arrest van 4 augustus 2015 in de zaak met nummer 200.138.347 van [Beheermaatschappij] tegen [geïntimeerde] alle tussenvonnissen op één na en het eindvonnis van 28 augustus 2013 bekrachtigd en in de gevoegde zaak met nummer 200.143.140 van [Vastgoedprojecten] tegen [Beheermaatschappij] [Vastgoedprojecten] in haar hoger beroep tegen dat eindvonnis niet-ontvankelijk verklaard. De procedure bij de Hoge Raad is door [Beheermaatschappij] uitsluitend tegen [geïntimeerde] gevoerd en was alleen gericht tegen het arrest in de zaak met nummer 200.138.347. Na de vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad heeft [Beheermaatschappij] bij exploot ook [Vastgoedprojecten] voor dit hof opgeroepen tot voortzetting na verwijzing van enkel de zaak met nummer 200.138.347. Nu [Vastgoedprojecten] daarin geen partij was en de zaak met nummer 200.143.140, waarin zij wel partij was, niet aan de Hoge Raad is voorgelegd, laat staan naar dit hof is verwezen, zal [Beheermaatschappij] in haar oproeping van en vordering in hoger beroep tegen [Vastgoedprojecten] niet-ontvankelijk worden verklaard. Nu [Vastgoedprojecten] niet is verschenen, bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling in haar kosten.

Na verwijzing gaat het dus enkel nog om de zaak met nummer 200.138.347.

4 Het oordeel van de Hoge Raad

5 De beoordeling in hoger beroep na verwijzing

6 De slotsom

7 De beslissing