Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-08-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7490, 200.197.233/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-08-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7490, 200.197.233/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2018
- Datum publicatie
- 22 augustus 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:7490
- Zaaknummer
- 200.197.233/01
Inhoudsindicatie
Vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Het enkele feit dat de vennootschap bij het aangaan van de overeenkomst een flink negatief eigen vermogen had en het jaar voorafgaand aan de overeenkomst verlies heeft gedraaid is als zodanig onvoldoende om schending Beklamelnorm te kunnen aannemen. Het bestaan van een negatief eigen vermogen en het lijden van verlies wil nog niet zeggen dat het punt bereikt is waarop het onverantwoord is de onderneming te continueren en nog verdere verbintenissen met derden aan te gaan. Het gaat erom wat de situatie was op het moment dat de overeenkomst werd aangegaan, waarbij bijvoorbeeld ook moet worden gelet op de orderportefeuille, marktontwikkelingen, de kaststromen, kredietmogelijkheden enzovoorts. Daarover is niets gesteld.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.197.233/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/152222 / HA ZA 14/317)
arrest van 21 augustus 2018
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [A] ,
appellant,
in eerste aanleg: eiser,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. F. van der Hoef, kantoorhoudend te Burgum,
tegen
1 S. Terpstra Beheer B.V.,
gevestigd te [B] ,
hierna: Terpstra Beheer
wonende te [C] ,
laatstelijk wonende te [B] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] c.s.,
advocaat: mr. J. Borsch, kantoorhoudend te Leek.
1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
Het hof neemt het tussenarrest van 18 oktober 2016 over. Bij dit arrest is een comparitie na aanbrengen gelast. Deze comparitie heeft op 2 november 2016 plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
Vervolgens heeft [appellant] een memorie van grieven (met producties) genomen en hebben [geïntimeerden] c.s. een memorie na antwoord genomen. Daarna hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.
2 De vaststaande feiten
Als gesteld en niet weersproken staan de navolgende feiten tussen partijen vast.
[geïntimeerde2] en wijlen [geïntimeerde3] waren allebei bestuurder van Terpstra Beheer. Deze vennootschap was enig aandeelhoudster en bestuurster van de besloten vennootschap Terpstra Houtbouw B.V. (hierna: Terpstra Houtbouw).
Op 13 juni 2013 hebben Terpstra Houtbouw en [appellant] een overeenkomst
gesloten tot aanneming van werk, waarbij Terpstra Houtbouw een overkapping en een
vlonder zou realiseren, alsmede een bestaande schuur zou verbouwen. Bovendien zijn
partijen meerwerk overeengekomen.
Oplevering van het werk vond plaats in september of oktober 2013, waarbij het werk is aanvaard door [appellant] behoudens een aantal door Terpstra Houtbouw uit te voeren
herstelpunten.
Terpstra Houtbouw heeft in totaal een bedrag van € 24.681,25 gefactureerd aan [appellant] . Daarvan heeft [appellant] € 17.000,- betaald. Een bedrag van € 7.681,25 is ondanks
sommaties onbetaald gebleven.
Op 28 oktober 2013 heeft er in Drachten een zeer zware storm gewoed. Daardoor
is er schade ontstaan aan de kapconstructie zoals gerealiseerd door Terpstra Houtbouw.
Naar aanleiding van deze schade is discussie tussen [appellant] en Terpstra Houtbouw
ontstaan over de kwaliteit van de kapconstructie, waarop [appellant] ir. [D] van
W2N Engineers B.V. (hierna: ir. [D] ) heeft ingeschakeld om de kapconstructie te
beoordelen. Na bespreking op het kantoor van ir. [D] op 18 december 2013 zijn
partijen vervolgens het volgende overeengekomen:
"(...)
Werkzaamheden uitvoeren volgens lijst W2N (bijgevoegd).
Kode Profiel verzorgt de stalen kransen om de kolommen
ZZP-er voert met collega werkzaamheden uit.
Werkzaamheden worden begin volgend jaar uitgevoerd, zodra de temperatuur dit toelaat.
• Het nog te betalen bedrag bedraagt € 4.708,- incl. BTW volgens uw mail d.d. 06-01-14
(dit bedrag is exclusief extra hekwerk, verrekening volgens oud hekwerk).
• Extra hekwerk verrekening volgens oude prijs in offerte.
• Nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en door dhr. [D] zijn goedgekeurd,
wordt het nog te betalen bedrag binnen 14 dagen overgemaakt.
• Het nog te betalen bedrag bedraagt € 4.708,- (incl. BTW) + extra hekwerk (verrekening
volgens oude prijs offerte) wordt gestort op een door ons beheerde rekening
• Er wordt niet eerder begonnen met de werkzaamheden voordat het geld is gestort.
• De werkzaamheden worden in één keer en aaneengesloten uitgevoerd (...)
In de bijgevoegde lijst zijn de volgende werkzaamheden opgenomen:
1) Dakpannen verwijderen.
2) Gebouw rechtzetten, kolommen verticaal& plaatsen, noklijn op goede hoogte.
3) Met stalen schoenen houten poot verankeren op opstort (zie schets)
4) Verbindingen met zwaardere en langere verbindingsmiddelen
uitvoeren (sporen op randbalk, schoten aan horizontale balk).
5) Extra schoren aanbrengen in dwarsrichting.
6) Hanebalken, bruislijm verwijderen extra schroef aanbrengen.
7) Dakgoot uitlijnen en pannen herplaatsen.
8) Daksporen aan onderzijde horizontaal qfzagen en afwerken.
9) Zweeds rabbat afwerken bij ketelafvoer, 2 latten aan voorzijde lager
aanbrengen en hoekafwerking bij hoeken deuren, raamdorpels en deurdorpel.
10) Geheel met lijmankers verankeren in bestaande schuur.
11) Hek werk plaatsen.
12) Bij aanpassen vlonder controleren of bankirai vloerdelen zijn toegepast.
De heren [E] (van Kode Profiel B.V.) en [F] (van Onderhoudsbedrijf
Boetje) zijn vervolgens bij [appellant] geweest om werkzaamheden te verrichten. Zij hebben
de werkzaamheden niet afgemaakt. Vervolgens heeft Bouwbedrijf Boonstra uit Noordwijk een offerte gezonden aan Terpstra Houtbouw voor de overkapping waarbij als uitgangspunt werd gehanteerd dat de gehele kapconstructie verwijderd en opnieuw opgebouwd zou worden met nieuwe materialen.
Op 12 maart 2014 heeft de gemachtigde van [appellant] Terpstra Houtbouw onder
meer aangeschreven tot nakoming, waarbij volgens [appellant] de hele kap vervangen moest
worden. Terpstra Houtbouw heeft geen nadere werkzaamheden verricht.
Terpstra Houtbouw is in verband met het aangenomen werk gedagvaard door [appellant] en bij verstekvonnis van 4 juni 2014 veroordeeld tot betaling van € 30.407,89 aan [appellant] . Van dit vonnis is geen verzet ingesteld.
Op 4 mei 2014 is Terpstra Houtbouw op eigen aangifte failliet verklaard, met aanstelling van mr. S. Vos tot curator en benoeming van mevrouw mr. L.T. de Jonge tot rechter-commissaris. Omtrent de oorzaken van het faillissement merkt de curator in zijn eerste faillissementsverslag van 4 juni 2014 het volgende op:
"Sinds enige jaren was er sprake van een verliesgevende situatie bij Terpstra. Deze
verliezen werden vooral gefinancierd door S. Terpstra Beheer B.V, die per datum
faillissement circa € 290.000,- van Terpstra te vorderen had. Begin 2014 ontstond er een
geschil met een opdrachtgever, waardoor Terpstra in (nog) sterkere mate met
liquiditeitsdruk te maken kreeg. Het een en ander heeft de directie en aandeelhouders doen
besluiten het eigen faillissement van Terpstra aan te vragen."
[appellant] heeft zijn vordering aangemeld bij de curator. De vordering is geverifieerd.
Met het verbindend worden van de slotuitdelingslijst is het faillissement van Terpstra Houtbouw geëindigd. De curator heeft aan [appellant] 3,55% van de geverifieerde vordering, te weten een bedrag van € 1.097,48 uitgekeerd.