Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10567, 200.237.210
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10567, 200.237.210
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 10 december 2019
- Datum publicatie
- 6 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:10567
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2017:6294
- Na prejudiciële beslissing van : ECLI:NL:HR:2018:469
- Zaaknummer
- 200.237.210
Inhoudsindicatie
Art 11 Zorgverzekeringswet, artikel 2.1 Besluit Zorgverzekering
Vergoeding van kosten van TACE behandeling (lokale chemotherapie) bij uitgezaaide borstkanker? Nee. Begrip “stand van de wetenschap en de praktijk”; beoordelingsmethodiek; onvoldoende evidence based studies; zorgverzekeraar hoeft geen genoegen te nemen met bewijs van lagere orde. Verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:469
Vervolg op: ECLI:NL:RBMNE:2017:6294
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.237.210
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 401309)
arrest van 10 december 2019
in de zaak van
[de echtgenoot] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
in eerste aanleg: eiser,
hierna: [de echtgenoot] ,
advocaat mr. B. van der Kamp,
tegen:
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Utrecht,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: Zilveren Kruis,
advocaat: mr. G.A. van den Berg.
1 De procedure in hoger beroep
Het hof verwijst naar het tussenarrest van 9 juli 2019. In dat tussenarrest is een comparitie bepaald die heeft plaatsgehad op 23 oktober 2019. Daar zijn beide partijen met hun advocaten geweest. De advocaten hebben ieder de standpunten van partijen toegelicht, de advocaat van Zilveren Kruis aan de hand van spreekaantekeningen. Partijen hebben het hof daarna gevraagd arrest te wijzen.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven onder 2 in het tussenvonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 24 augustus 2016.
3 Het geschil en de beslissing van de rechtbank
Deze zaak gaat kort gezegd over de vraag of Zilveren Kruis een medische behandeling moet vergoeden die de inmiddels overleden echtgenote van [de echtgenoot] , [de patiënte] (hierna: [de patiënte] ) heeft ondergaan. [de echtgenoot] vindt dat hij recht heeft op vergoeding daarvan en heeft bij de rechtbank een daartoe strekkende vordering ingediend.
De rechtbank heeft een tussenvonnis gewezen op 24 augustus 2016 en een eindvonnis op 27 december 2017. De rechtbank heeft de vordering van [de echtgenoot] afgewezen en [de echtgenoot] veroordeeld in de kosten van de procedure. [de echtgenoot] is het daarmee niet eens en is in hoger beroep gekomen.