Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-02-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1380, 200.214.316/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-02-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1380, 200.214.316/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 12 februari 2019
- Datum publicatie
- 14 februari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:1380
- Zaaknummer
- 200.214.316/01
Inhoudsindicatie
Opzegging duurovereenkomst, duurovereenkomst is opzegbaar, geen zwaarwichtig belang vereist, precarioheffing
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.214.316/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/109693 / HA ZA 09-377)
arrest van 12 februari 2019
in de zaak van
Enexis B.V.,
gevestigd te Rosmalen,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: Enexis B.V.,
advocaat: mr. J.K. van Hezewijk, kantoorhoudend te Amsterdam,
tegen
1 Gemeente Aa en Hunze,
gevestigd te Gieten,
gevestigd te Appingedam,
gevestigd te Assen,
gevestigd te Bedum,
gevestigd te Exloo,
gevestigd te Delfzijl,
gevestigd te Emmen,
gevestigd te Grootegast,
gevestigd te Groningen,
gevestigd te Hoogezand,
14. Gemeente Loppersum, gevestigd te Loppersum,
gevestigd te Beilen,
gevestigd te Roden,
gevestigd te Oude Pekela,
gevestigd te Vries,
gevestigd te Veendam,
gevestigd te Sellingen,
gevestigd te Winschoten
gevestigd te Drenthe,
gevestigd te Groningen,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: eisers,
hierna gezamenlijk te noemen: “gemeente Aa en Hunze c.s.” of “de Overheden”,
advocaat: mr. D. Rijpma, kantoorhoudend te 's-Gravenhage.
1 Het verloop van het geding in hoger beroep
Enexis is bij exploot van 16 september 2015 in hoger beroep gekomen van de vonnissen die de rechtbank Noord-Nederland, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen (hierna: de rechtbank) op 27 augustus 2014 en 17 juni 2015 heeft gewezen. Enexis heeft de gemeente Aa en Hunze c.s. gedagvaard tegen de rolzitting van 5 april 2016. Enexis heeft de zaak op de eerst dienende dag niet aangebracht, waarna op 18 april 2016 een herstelexploot is uitgebracht en de gemeente Aa en Hunze c.s. zijn gedagvaard tegen de rolzitting van
27 september 2016. Op die rolzitting zijn de gemeente Aa en Hunze c.s. niet verschenen en is tegen hen verstek verleend. Op 2 december 2016 heeft Enexis bij exploot de door haar geformuleerde eis, zoals neergelegd in de (toen nog te nemen) memorie van grieven, aan de gemeente Aa en Hunze c.s. betekend. De gemeente Aa en Hunze c.s. zijn alsnog verschenen en hebben het verleende verstek gezuiverd.
Het verdere verloop van de procedure is als volgt:
- de memorie van grieven (met producties), - de memorie van antwoord (met productie),
- het arrest van 1 mei 2018, waarbij een comparitie van partijen is gelast,
- de brief van de advocaat van de gemeente Aa en Hunze c.s. d.d. 6 december 2018 houdende mededeling dat de gemeente Aa en Hunze c.s. niet bereid zijn tot een privaatrechtelijke regeling in der minne,
- de e-mail van de advocaat van de gemeente Aa en Hunze c.s. d.d. 7 december 2018 waarin desgevraagd nadere informatie is verstrekt over de naamswijziging van enkele geïntimeerden,
- de comparitie van partijen, gehouden op 10 december 2018, waarvan proces-verbaal is opgemaakt en aan het procesdossier is toegevoegd.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
De vordering van Enexis luidt:
“bij Arrest:
-
het Tussenvonnis en het Eindvonnis te vernietigen wat betreft hetgeen daarin beslist ter zake van beëindiging van de SOK;
-
opnieuw rechtdoende de vordering van Enexis alsnog toe te wijzen, inhoudende:
-
primair: te verklaren voor recht dat de Overheden de Samenwerkingsovereenkomst EGD althans de met hen gesloten Samenwerkingsovereenkomst EGD althans de met hen gesloten Samenwerkingsovereenkomst OVL niet rechtsgeldig door middel van opzegging hebben beëindigd, zodat de Overheden gehouden blijven deze Samenwerkingsovereenkomsten na te komen.
-
subsidiair: te verklaren voor recht dat in ieder geval artikel 3 van de Samenwerkingsovereenkomst EGD althans de Samenwerkingsovereenkomsten OVL van kracht moet blijven tussen de Overheden en Enexis.
3. en voorts:
-
De Overheden, ieder individueel, te verbieden op enige wijze precario of anderszins retributies of vergoedingen te heffen of te verlangen, één en ander zoals voorzien in art. 3 van de Samenwerkingsovereenkomsten, op straffe van een dwangsom gelijk aan EUR 5.000,- per dag of dagdeel dat de Overheden dit verbod schenden met een maximum van het drievoud van het totale bedrag van hetgeen de betreffende Overheid in strijd met het verbod heeft gevorderd;
-
De gemeente Delftzijl te gebieden de vordering tot betaling van precario c.q. retributies van een bedrag van EUR 920.000 met terugwerkende kracht te annuleren en daaraan op geen enkele wijze vervolg te geven;
-
De gemeente Oldambt te gebieden de vordering tot betaling van precario c.q. retributies van een bedrag van EUR 1.114.000,00 met terugwerkende kracht te annuleren en daaraan op geen enkele wijze vervolg te geven;
4. De Overheden te veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties;
Al het bovenstaande voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.”
2 De feiten
De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 27 augustus 2014 onder randnummers 2.1 t/m 2.15 de feiten vastgesteld, waartegen geen grieven zijn gericht. Ook overigens is van bezwaren niet gebleken. Aangevuld met wat in hoger beroep is komen vast te staan, luiden de feiten voor zover voor de beoordeling in hoger beroep nog van belang als volgt.
Op 1 februari 1967 zijn de provincie Groningen, de provincie Drenthe en meerdere, in deze provincies gelegen gemeenten, waaronder de in de onderhavige procedures betrokken gemeenten, een samenwerking aangegaan voor de behartiging van de openbare elektriciteitsvoorziening in hun grondgebied. Daartoe hebben zij een publiekrechtelijke overeenkomst gesloten, de zogeheten “Gemeenschappelijke Regeling Elektriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe” (hierna: de GR).
Voor de uitvoering van de GR vormden de deelnemers, waartoe de Overheden behoorden, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 24 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (hierna: WGR). Dit rechtspersoonlijkheid dragende lichaam werd in de GR aangeduid als “het bedrijf” en droeg krachtens artikel 36 GR de naam “Elektriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe”, afgekort tot EGD.
In de GR is onder meer overeengekomen:
“ Algemene bepalingen
art. 1 Deze regeling verstaat onder:
-
“deelnemers”: de provincies Groningen en Drenthe en de deelnemende gemeenten die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het gebied bedoeld onder c;
-
“het bedrijf”: het rechtspersoonlijkheid bezittende lichaam genoemd in artikel 36;
-
“concessiegebied”: het gebied, genoemd in de bij Koninklijk Besluit (...) aan de provincie Groningen verleende concessie voor de aanleg en de exploitatie van inrichtingen en van werken tot het voortbrengen, geleiden, transformeren, verdelen en leveren van elektriciteit.
art. 2 De samenwerking betreft de gezamenlijke behartiging van de openbare elektriciteitsvoorziening voor het gehele concessiegebied.
art. 3 Voor de uitvoering van deze gemeenschappelijke regeling vormen de deelnemers een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
art. 4 Ten aanzien van de bij deze regeling aan dat lichaam overgedragen bevoegdheden onthouden de deelnemers zich van alle daden van regeling en bestuur. (...)
Inbreng door de deelnemers - algemeen
art. 5 De deelnemers dragen op de in artikel 115 bedoelde datum aan het bedrijf over:
-
alle bij hen in eigendom zijnde bezittingen en rechten zonder enige uitzondering, welke ten dienste staan aan de openbare elektriciteitsvoorziening;
-
alle bij hen in eigendom zijnde bezittingen en rechten zonder enige uitzondering, welke ten dienste staan aan de openbare verlichting;
-
de op de hiervoor onder a en b bedoelde bezittingen en rechten rechtstreeks betrekking hebbende schuldverplichtingen van elke deelnemer;
-
e aandelen in de N.V. Maatschappij tot aanleg en exploitatie van laagspanningsnetten, gevestigd te Groningen, welke hun eigendom zijn.
(...)
Inbreng provincie Groningen
art. 7 De provincie Groningen zal voorts zonder enige vergoeding haar medewerking verlenen aan een overdracht van de haar verleende concessie als bedoeld in artikel 1, onder c, aan het bedrijf.
(...)
Het bedrijf
(...)
art. 37 Het bedrijf heeft tot doel en tot taak de in artikel 2 omschreven samenwerking te verwezenlijken. Ter bereiking van dit doel is het gerechtigd tot het verrichten van alle handelingen, welke daarvoor nuttig of nodig zijn of daarmede in de ruimste zin verband houden.
(...)
Bestuursorganen
art. 40 Als organen van het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam worden ingesteld een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur, (...).
art. 41 Aan deze organen zijn in volle omvang opgedragen de verplichtingen en bevoegdheden, die zij binnen de grenzen van de Wet gemeenschappelijke regelingen en van deze gemeenschappelijke regeling in het concessiegebied kunnen hebben.
(...)
Vergunningen voor het bedrijf
art. 94 Het bedrijf behoeft van de deelnemers geen vergunning, concessie of toestemming voor de levering van elektrische energie.(...)
art. 95 In overleg met de deelnemers zal het bedrijf het recht hebben de gronden der deelnemers te benutten voor werken, strekkende tot geleiding, transformatie, verdeling of levering van elektrische energie (...) , behoudens verplichting tot vergoeding van de schade, welke door de aanleg of de aanwezigheid van die werken mocht ontstaan.
(...)
art. 97 De deelnemers zullen indien nodig, hun medewerking geven aan het verlenen van vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen of anderszins aan het bedrijf, of aan de voor het bedrijf werkzame aannemers enz. voor het uitvoeren en het hebben van de in de vorige artikelen bedoelde werken.
art. 98 Voor zover de deelnemers retributies heffen voor het hebben van voorwerpen of werken in, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond of water, zullen deze, voor wat betreft voorwerpen of werken, welke door of ten behoeve van het bedrijf zijn gelegd of uitgevoerd, in de gevallen, waarin ontheffing of vrijstelling niet mogelijk is, door de betrokken deelnemers aan het bedrijf worden terugbetaald.
Openbare verlichting
art. 99 Het beleid inzake de openbare verlichting blijft als onderwerp van openbare veiligheid tot de bevoegdheden van de gemeentebesturen behoren (...)
art.100 De deelnemende gemeenten belasten het bedrijf met de aanleg van alsmede de stroomlevering aan en het onderhoud van de openbare verlichting.
art.101 1 De eigendom van al de aan de openbare verlichting ten dienste staande zaken behoort aan het bedrijf.
2 De gemeenten zullen de werkelijk per gemeente geïnvesteerde bedragen voor de openbare verlichting aan het bedrijf vergoeden (...).
Art.102 De overige kosten van openbare verlichting vergoeden de gemeenten aan het bedrijf volgens een door het algemeen bestuur vastgesteld tarief.”
Bij oprichtingsakte van 21 april 1986 is door het bedrijf in de zin van de GR en de N.V. Maatschappij tot aanleg en exploitatie van Laagspanningsnetten, opgericht de naamloze vennootschap ‘N.V. Energiebedrijf voor Groningen en Drenthe’ (hierna: de N.V. EGD). Afgezien van de (toen geheten) gemeenten Borger-Odoorn, Haren en Hoogezand-Sappemeer waren de overige Overheden de (enige) aandeelhouders in de N.V. EGD. In de oprichtingsakte is onder meer opgenomen:
“Artikel 2
De vennootschap heeft ten doel:
-
de behartiging van de openbare elektriciteitsvoorziening voor het gehele gebied waarvoor van overheidswege een concessie of vergunning is of zal worden verleend;
-
het al dan niet in samenhang met de levering van elektrische energie voorzien in de behoefte aan andere energie;
-
het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daaraan in de ruimste zin bevorderlijk kan zijn.
(...)
Artikel 5
Aandeelhouders kunnen slechts zijn publiekrechtelijke rechtspersonen (...).
(...)
Namens de bij de onderhavige akte opgerichte naamloze vennootschap – hierna te noemen: de vennootschap – is met de oprichter sub 1 – hierna te noemen: het EGD – omtrent de storting op de aandelen waarvoor hij in het kapitaal deelneemt een overeenkomst gesloten met de volgende inhoud:
1. Ter storting op de aandelen zal het EGD in de vennootschap inbrengen zijn gehele te Groningen gevestigde onderneming die het voor eigen rekening onder de naam ‘Elektriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe’ drijft - echter te rekenen van één januari negentienhonderd zes en tachtig af voor rekening en risico van de vennootschap - , omvattende deze inbreng derhalve alle activa van de gemelde onderneming onder de verplichting voor de vennootschap alle passiva van die onderneming voor haar rekening te nemen. (...)
2. Van de sub 1 gemelde activa en passiva zullen de oprichters een beschrijving opstellen.”
Nadien hebben de Overheden - behoudens de (toen geheten) gemeenten Borger-Odoorn, Haren en Hoogezand-Sappemeer - met de N.V. EGD op 27 juni 1986 de zogeheten “Samenwerkingsovereenkomst EGD” (door partijen ook wel aangeduid als: “de SOK” en hierna veelal als “de Overeenkomst EGD”) gesloten. In de Overeenkomst EGD is onder meer bepaald:
“(...) in aanmerking nemende:
dat de onder 2 vermelde vennootschap [hof: N.V. EGD] blijkens haar statuten ten doel heeft:
-
de behartiging van de openbare elektriciteitsvoorziening voor het gehele gebied waarvoor van overheidswege een concessie of vergunning is of zal worden verleend;
-
het al dan niet in samenhang met de levering van elektrische energie voorzien in de behoefte aan andere energie;
-
het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daaraan in de ruimste zin bevorderlijk kan zijn.
(...)
Artikel 1
De provincies en de gemeenten verbinden zich jegens het energiebedrijf en jegens elkaar hun medewerking te verlenen teneinde het energiebedrijf in staat te stellen om binnen het gebied, waarvoor van overheidswege een concessie is verleend of een vergunning zal worden verleend, de openbare elektriciteitsvoorziening te behartigen.
Artikel 2
De in artikel 1 genoemde samenwerking houdt met name in dat:
a. van de provincies en van de gemeenten geen vergunning, concessie of toestemming voor de levering van elektriciteit nodig zal zijn, waarvoor de provincies en de gemeenten, indien en voor zover dit nodig mocht zijn, de hiertoe strekkende besluiten zullen nemen;
(...)
b. in overleg met de provincies en de gemeenten het energiebedrijf het recht zal hebben de gronden der provincies en gemeenten te benutten voor werken, strekkende tot geleiding, transformatie, verdeling of levering van elektrische energie (...) behoudens de verplichting tot vergoeding van schade welke door de aanleg of de aanwezigheid van die werken mocht ontstaan;
c. de provincies en gemeenten, indien nodig, vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen of anderszins aan het energiebedrijf (...) zullen verlenen, voor het uitvoeren en het hebben, houden en onderhouden van de vorenbedoelde werken.
Artikel 3
Voor zover de provincies en de gemeenten retributies heffen voor het hebben van voorwerpen of werken in, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond of water, zullen deze, voor wat betreft voorwerpen of werken, welke door of ten behoeve van het energiebedrijf zijn gelegd of uitgevoerd, in de gevallen, waarin ontheffing of vrijstelling niet mogelijk is, door de betrokken provincies of gemeenten aan het energiebedrijf worden terugbetaald.
Artikel 4
Het beleid inzake de openbare verlichting blijft als onderwerp van openbare veiligheid tot de bevoegdheden van de besturen der gemeenten behoren, met name de verantwoordelijkheid voor de beslissingen inzake de projectering, de wijziging van het lichtniveau en de verplaatsing van de straatlantaarns.
Artikel 5
De gemeenten belasten het energiebedrijf met de aanleg van alsmede met de stroomlevering aan en het onderhoud van de openbare verlichting.
Artikel 6
Het energiebedrijf heeft de beschikking over al de aan de openbare verlichting ten dienste staande zaken. Het energiebedrijf brengt aan de gemeenten in rekening hetgeen in haar openbare verlichting wordt geïnvesteerd. De betrokken gemeenten betalen het energiebedrijf voor de levering van elektriciteit ten behoeve van de openbare verlichting volgens het door het energiebedrijf daarvoor vastgestelde tarief.
Artikel 7
De overige kosten van openbare verlichting vergoeden de gemeenten aan het energiebedrijf volgens het door de directie (...) vast te stellen tarief.
(...)
Artikel 9
Exploitatieverliezen van het energiebedrijf, voor zover niet gedekt door de algemene reserves van het bedrijf of door een van overheidswege ontvangen subsidie, worden toegerekend aan de individuele provincies en gemeenten naar rato van hun gestort aandelenkapitaal. (...)
Artikel 10
De provincies en de gemeenten dienen voor de deelneming aan deze overeenkomst aandeelhouder van het energiebedrijf te zijn en zullen ophouden partij bij deze overeenkomst te zijn op het moment dat zij ophouden aandeelhouder van het energiebedrijf te zijn.
Artikel 11
Deze overeenkomst kan te allen tijde worden gewijzigd of beëindigd indien daaromtrent en omtrent de voorwaarden waaronder tussen partijen eenstemmigheid bestaat.”
In de bijlage van de Overeenkomst EGD ‘Rapport Openbare Verlichting’ wordt verwezen naar de artikelen 99 tot en met 101 van de GR.
Met de gemeenten Borger-Odoorn, Haren en Hoogezand-Sappemeer heeft de N.V. EGD op of omstreeks 30 juni 1986 ieder afzonderlijk een overeenkomst “Overeenkomst inzake de Openbare Verlichting” (hierna: Overeenkomst OVL) gesloten. Deze overeenkomst bevat vergelijkbare bepalingen als de Overeenkomst EGD, al is artikel 10 van de Overeenkomst EGD niet in de Overeenkomst OVL opgenomen.
In verband met de oprichting van de N.V. EGD is de GR bij besluit van
30 augustus 1985 opgeheven en ontbonden.
Op 31 december 1993 is de N.V. EGD gefuseerd met de N.V. Energiebedrijf
IJsselmij en de N.V. Energie Distributie Maatschappij voor Oost en Noord Nederland (hierna: N.V. EDON). Bij deze fusie verdwenen de N.V. EGD en de N.V. Energiebedrijf IJsselmij als vennootschap.
Op 30 december 1998 heeft N.V. EDON haar naam gewijzigd in N.V. EDON Groep. Vervolgens is N.V. EDON Groep op 31 juli 2000 omgezet in de besloten vennootschap EDON Groep B.V.
EDON Groep B.V. heeft op 29 december 2004 op basis van artikel 10 lid 3 van de Elektriciteitswet 1998, Essent Netwerk B.V. aangewezen als netbeheerder van de elektriciteitsnetten. In de daartoe gesloten beheersovereenkomst, waarin EDON Groep B.V. als Aktivabedrijf wordt aangeduid, is onder meer opgenomen:
“2.4. Aktivabedrijf is en blijft eigenaar van de Netten met als gevolg onder meer dat de waardeveranderingen van de Netten voor haar rekening en risico zijn, alsmede het risico van te niet gaan. (...)”
(Gebruiks)vergoeding
Netwerk is met ingang van 1 januari 2005 voor het gebruik van de Netten aan Aktivabedrijf een redelijke vergoeding verschuldigd. (...)
Bij de berekening van deze vergoeding wordt er van uitgegaan dat het onderhoud van de Netten voor rekening en risico van Netwerk is en dat vervangings- en uitbreidingsinvesteringen volledig voor rekening en risico van Aktivabedrijf plaatsvinden. (...)”
Eind 2008 hebben de Overheden de Overeenkomst EGD tegen 1 januari 2012 opgezegd. De betrokken gemeenten en provincies hebben elk een opzeggingsbrief verstuurd met de volgende inhoud (of woorden van vergelijkbare strekking):
“Hierbij zeggen wij de met u op 27 juni 1986 gesloten Samenwerkingsovereenkomst EGD op. De tussen onze gemeente met Essent gesloten Samenwerkingsovereenkomst EGD is aangegaan in een tijd dat de elektriciteitsvoorziening in al zijn geledingen een overheidstaak van provincies en gemeenten was. Als gevolg van liberalisering van de elektriciteitssector en de daarmee verband houdende wijzigingen van verhoudingen tussen partijen betrokken bij de elektriciteitsvoorziening is de Samenwerkingsovereenkomst EGD, zoals deze bestaat tussen Essent en de provincies Groningen en Drenthe en een groot aantal van de in deze provincies gelegen gemeenten, inmiddels achterhaald. Dit gegeven is voor onze gemeente, in samenspraak met de andere hierboven bedoelde provincies en gemeenten, aanleiding geweest met u in overleg te treden over de beëindiging van de Samenwerkingsovereenkomst EGD.
Bij verschillende gelegenheden (...) is uitvoerig gesproken over de beëindiging van de Samenwerkingsovereenkomst EGD. Uit deze contacten is niet gebleken van bereidheid van uw kant te komen tot beëindiging van de Samenwerkingsovereenkomst EGD.
Deze overwegingen zijn voor onze gemeente redengevend de Samenwerkingsovereenkomst EGD met ingang van 31 december 2011 op te zeggen. De geboden overgangsregeling achten wij redelijk, teneinde u (ruimschoots) de gelegenheid te geven u in te stellen op de voor uw bedrijf nieuw ontstane situatie.
Deze opzegging geschiedt onder voorbehoud van onze overige rechten m.b.t. de aanwezige infrastructuur (zowel het onder- als bovengrondse deel) van de openbare verlichting.”
Op 5 januari 2009 heeft Essent Netwerk B.V. haar naam gewijzigd in Enexis B.V. Enexis heeft als netbeheerder het beheer en het onderhoud van het deel van het laagspanningsnetwerk dat is bestemd voor de openbare verlichting uitbesteed aan ZIUT B.V. ZIUT B.V. is een zustervennootschap van Enexis.
Op 29 januari 2009 respectievelijk 30 januari 2009 hebben de Overheden (onder meer) Enexis gedagvaard en gevorderd - kort gezegd - een verklaring voor recht dat zij eigenaar zijn van de openbare verlichtingsnetten binnen hun gemeenten en provincies. Op
30 januari 2009 om 14.48 uur hebben zij dit feit doen inschrijven in de openbare registers.
EDON Groep B.V. heeft haar naam op 13 april 2010 gewijzigd in Aktivabedrijf Enexis Noord B.V. (hierna: Aktivabedrijf).
Op 24 november 2011 hebben de Overheden aangekondigd dat zij per 1 januari 2012 het beheer en het onderhoud van (het bovengrondse deel van) de openbare verlichting in hun grondgebied gaan aanbesteden. De aan te besteden werkzaamheden zien (aldus de vooraankondiging) onder meer op het onderhouden, vervangen, schilderen en repareren van circa 150.000 lichtmasten, naast het optioneel adviseren en maken van kostencalculaties. De geraamde waarde van het aan te besteden werk bedraagt zonder BTW € 40.000.000,-.
Enexis en Aktivabedrijf hebben in kort geding bij dagvaarding van 5 januari 2012 - samengevat - gevorderd de Overheden te verbieden deze aanbestedingsprocedure uit te schrijven en een partij aan te stellen voor het uitvoeren van beheer- en onderhoudswerkzaamheden. Ziut BV heeft zich in dat kort geding aan de zijde van Enexis en Aktivabedrijf gevoegd. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Enexis en Aktivabedrijf afgewezen bij vonnis van 10 februari 2012.
Op enig moment heeft Aktivabedrijf getracht de aanleg van het laagspanningsnet te doen inschrijven in de openbare registers. Deze inschrijving is door het Kadaster geweigerd, omdat de uitgebrachte en aangebrachte dagvaarding van de Overheden van 29 respectievelijk 30 januari 2009 was ingeschreven in de openbare registers.
Bij fusie van 16 december 2013 is Aktivabedrijf (verdwijnende rechtspersoon) opgegaan in Enexis B.V. (verkrijgende rechtspersoon).
De gemeente Delftzijl heeft aan Enexis voor de jaren 2012 en 2013 een aanslag in de precariobelasting opgelegd van respectievelijk € 455.000,- en € 465.000,-. Tegen deze aanslagen heeft Enexis een bezwaarschrift ingediend, waarna de heffingsambtenaar van de gemeente Delfzijl de aanslagen hangende de onderhavige procedure buiten invordering heeft gesteld.
De gemeente Oldambt heeft over het jaar 2015 aan Enexis een aanslag in de precariobelasting opgelegd van € 1.114.000,- voor het elektriciteitsleidingnetwerk en € 532.000,- voor het gasleidingnetwerk. Tegen deze aanslag heeft Enexis een bezwaarschrift ingediend, waarna de heffingsambtenaar van de gemeente Oldambt de aanslag hangende de onderhavige procedure buiten invordering heeft gesteld.