Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:196, 200.243.313/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:196, 200.243.313/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
8 januari 2019
Datum publicatie
16 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2019:196
Zaaknummer
200.243.313/01

Inhoudsindicatie

Verzoek wijziging hoofdverblijfplaats wordt gewijzigd in verzoek inschrijven kind op adres vader in B.R.P. in verband met taalbarrière bij moeder en analfabetisme. Zorg- en opvoedingstaken zijn gelijkwaardig verdeeld.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.243.313/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/146563 / FA RK 16-102)

beschikking van 8 januari 2019

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. I. Wagenaar te Groningen,

en

[verweerster] ,

wonende te [A] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. A. Szirmai te Heerenveen.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de GI.

1 1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 25 mei 2016, 26 april 2017 en 25 april 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 23 juli 2018;

- het verweerschrift met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Wagenaar van 6 augustus 2018 met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Wagenaar van 25 september 2018 met productie(s).

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 22 november 2018 plaatsgevonden. De vader is verschenen, bijgestaan door mr. P.L. Verhulst (waarnemer van mr. Wagenaar). Ook de moeder is verschenen, bijgestaan door haar advocaat en door mevrouw [B] , beëdigd tolk in de Albanese taal (Wbtv-nummer [00000] ). Namens de GI is mevrouw [C] verschenen. Namens de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad) is de heer [D] verschenen. Voorts is als toehoorder toegelaten de begeleidster van de moeder, mevrouw [E] (werkzaam bij [F] ).

Mr. Verhulst heeft een pleitnota overgelegd.

3 De feiten

3.1

Uit de inmiddels verbroken relatie tussen de vader en de moeder is [in] 2007 [de minderjarige] (verder te noemen: [de minderjarige] ) geboren, over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.

3.2

Bij de bestreden beschikking van 25 april 2018 is - met wederzijds goedvinden van de ouders - een gelijkwaardige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [de minderjarige] vastgesteld, waarbij [de minderjarige] op woensdag en donderdag bij de moeder en elke maandag en dinsdag bij de vader, en het ene weekend bij de moeder en het andere weekend bij de vader verblijft. Het meer of anders verzochte is afgewezen.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

7 De beslissing