Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-03-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1973, 200.242.657
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-03-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1973, 200.242.657
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 5 maart 2019
- Datum publicatie
- 11 april 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:1973
- Zaaknummer
- 200.242.657
Inhoudsindicatie
wijziging kinderalimentatie, grove miskenning van de wettelijke maatstaven, bewust afwijken.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.242.657
(zaaknummer rechtbank Gelderland 328935)
beschikking van 5 maart 2019
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. L.M. Bongers te Wijk bij Duurstede,
en
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. C. van der Mark te Houten.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 17 april 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het beroepschrift met productie 3, ingekomen op 18 juli 2018;
- -
-
het verweerschrift;
- -
-
een journaalbericht van mr. Bongers van 10 januari 2019 met producties 4 tot en met 9;
- -
-
een journaalbericht van mr. Van der Mark van 18 januari 2019 met producties 20 en 21;
- -
-
een journaalbericht van mr. Bongers van 21 januari 2019 met productie.
De mondelinge behandeling heeft op 22 januari 2019 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.
Desgevraagd heeft mr. Van der Mark ter mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen overlegging van het journaalbericht van mr. Bongers van 21 januari 2019 met productie, aangezien dit stuk pas kort voor de mondelinge behandeling is overgelegd. Het hof heeft daarop beslist dat op de productie acht wordt geslagen, omdat deze kort en eenvoudig te doorgronden is en mr. Van der Mark zonder nadere maatregel van het hof in redelijkheid voldoende moet hebben kunnen kennisnemen van die productie en zich voldoende moet hebben kunnen voorbereiden op een verweer daartegen.
3 De feiten
Het huwelijk van partijen is op 28 maart 2017 ontbonden door inschrijving op die datum van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 17 maart 2017.
De man en de vrouw zijn de ouders van:
- -
-
[kind 1] (hierna: [kind 1] ), geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ;
- -
-
[kind 2] (hierna: [kind 2] ), geboren op [geboortedatum] 2006 [geboorteplaats] en
- -
-
[kind 3] (hierna: [kind 3] ), geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen, over wie partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.
Partijen zijn in het ouderschapsplan, ondertekend op 17 februari 2017 (hierna: het ouderschapsplan), overeengekomen dat de man een bedrag van € 600,- per maand aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Partijen zijn in het echtscheidingsconvenant, eveneens ondertekend op 17 februari 2017 (hierna: het echtscheidingsconvenant), overeengekomen dat de man een bedrag van € 547,- per maand aan de vrouw zal voldoen als uitkering in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan maken deel uit van de onder 3.1 genoemde echtscheidingsbeschikking, waarvan in de onderhavige procedure wijziging wordt verzocht.