Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:401, 21-004054-18
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:401, 21-004054-18
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 januari 2019
- Datum publicatie
- 18 januari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:401
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2018:2624
- Zaaknummer
- 21-004054-18
Inhoudsindicatie
Gerechtshof beslist naar aanleiding van een regiezitting op onderzoekwensen van het openbaar ministerie en van het gerechtshof.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004054-18
Uitspraak d.d.: 18 januari 2019
Tegenspraak
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 juli 2018 met het parketnummer 18-930159-15 in de strafzaak inzake
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De rechtbank heeft bij het hierboven genoemde vonnis de verdachte vrijgesproken ter zake van de aan haar ten laste gelegde moord, dan wel doodslag op haar dochter [slachtoffer] , dan wel medeplichtigheid aan die moord dan wel doodslag. Voorts heeft de rechtbank de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte bevolen met ingang van
9 juli 2018, de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte bevolen en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de regiezitting van het gerechtshof van 21 december 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie is ter zitting vertegenwoordigd door de advocaten-generaal mr. D. Homans-De Boer en mr. C.M.J. Krol.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de onderzoekwensen van de advocaten-generaal en van hetgeen daartegen namens de verdachte door haar raadsman, mr. P.Th. van Jaarsveld, ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd.