Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-08-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6658, 18/00862 en 18/00863
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-08-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6658, 18/00862 en 18/00863
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2019
- Datum publicatie
- 30 augustus 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:6658
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:793
- Zaaknummer
- 18/00862 en 18/00863
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummers 18/00862 en 18/00863
uitspraakdatum: 20 augustus 2019
Uitspraak van de veertiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 16 augustus 2018, nummers UTR 18/538 en UTR 18/2375, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 215bis te [Z] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2016 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2017 vastgesteld op € 184.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag eigenarenheffing onroerendezaakbelasting 2017 (OZB) vastgesteld. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2017 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2018 vastgesteld op € 257.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag eigenarenheffing OZB 2018 vastgesteld. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2019. Belanghebbende heeft tevoren aangegeven wegens gezondheidsredenen niet te zullen verschijnen. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 Vaststaande feiten
De onroerende zaak is een in 1931 gebouwde bovenwoning met een dakterras. Belanghebbende is ook eigenaar van de op de begane grond gelegen bedrijfsruimte. De woning heeft een gebruiksoppervlak van 103 m2. Op de begane grond grenst de woning aan de ene zijde aan een smartshop en aan de andere zijde aan een coffeeshop.
3 Geschil
In geschil is de waarde van de onroerende zaak.
Belanghebbende bepleit een waarde van € 164.000 (peildatum 1 januari 2016) en € 223.000 (peildatum 1 januari 2017). De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de vastgestelde waarde.